Veel metingen in bewaring, maar welke zijn zinvol?

Laatst bijgewerkt:
Foto: Henk Riswick

Foto: Henk Riswick


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Welke metingen zijn zinvol in een bewaarcel en wat doe je met meetwaarden? Het product en de opslagwijze vertellen wat je moet weten.Temperatuurmetingen zijn in de bewaarcel veruit de meest toegepaste metingen. Niet zo vreemd als je bedenkt dat de kwaliteit en bewaarbaarheid daar sterk van afhangen. Bij typische bewaarproducten zoals peen en sluitkool is daar veel over bekend. Zo betekent een bewaartemperatuur van 1 graden in plaats van 0 graden bij winterpeen een verkorting van de mogelijke bewaarduur met een maand. Lees verder onder de grafiek.Een hogere temperatuur leidt ertoe dat de bewaarbaarheid van het product sterk vermindert. Bij 0 graden is peen ruim 200 dagen te bewaren, bij 4 graden halveert de houdbaarheid.Temperatuur niet overal gelijkNatuurlijk speelt de voorgeschiedenis (oogsttemperatuur en inkoelsnelheid) en de gezondheid van het product een grote rol, maar de invloed van de bewaartemperatuur is overduidelijk. Dat de temperatuur in de bewaarplaats nooit overal gelijk is, doet aan het principe niets af. Fouten positie temperatuuropnemersTemperatuurmetingen vinden plaats in het product, in de cellucht en aan de installatie. Deze metingen hebben verschillende functies. Adviesbureau Agrofocus constateert dat er in de praktijk nogal eens fouten gemaakt worden met de juiste positie en het gebruik van temperatuuropnemers.Lees verder onder de afbeelding.Waar plaats je temperatuuropnemers?Plaatsing van de verschillende temperatuuropnemers bij los gestorte bewaring (boven) en bij bewaring in kisten (onder).

1) voeler ruimtethermostaat, 2) voeler productthermostaat, 3)voeler waakthermostaat, 4) voeler kanaalthermostaat, 5) productvoeler. Illustratie: Johan NijssenRegelen op celluchttemperatuurBij producten die bewaard worden in kisten stroomt de lucht meestal langs het product (uien en soms aardappelen zijn uitzonderingen). Dat wordt langsstroomkoeling genoemd. De temperatuur in het centrum van de kist zal altijd hoger zijn dan de temperatuur van de cellucht en ook veel trager reageren op een schakeling van de koeling. De producttemperatuurmeting in een kist gebruiken als regelsignaal voor de koeling is dan ook niet zinvol.Regeling koelinstallatieVoor de regeling van de koelinstallatie wordt een temperatuuropnemer in de cellucht gebruikt. Die hangt in de retourlucht uit het product. Het verschil tussen de temperatuur waarbij de koelinstallatie inschakelt en weer uitschakelt mag behoorlijk groot zijn. Immers bij een stijging van de luchttemperatuur van 0,6 graden is de producttemperatuur nog nauwelijks hoger geworden. De temperatuurvoelers in de kist zijn wél belangrijk om de spreiding in temperatuur in de bewaarcel in beeld te houden. Wordt het verschil te groot, dan moet meer gecirculeerd worden.Lees verder onder de tabel.Regelen op producttemperatuurAls het product in kisten opgeslagen wordt en daarbij de lucht door de kisten stroomt, zal de temperatuur in het midden van de kist minder afwijken van de celluchttemperatuur en ook snel reageren op veranderingen van de celluchttemperatuur. Deze metingen kunnen wel gebruikt worden voor het aansturen van de koelinstallatie. Regelen op inblaastemperatuurSoms is een grote koelcapaciteit geïnstalleerd (bijvoorbeeld voor geforceerd inkoelen) of wordt elke verdamper in een cel apart aangestuurd, omdat er veel verschillen in product te verwachten zijn. Dan wordt gebruikgemaakt van uitblaasvoelers om de verdampers te regelen. Bij buitenluchtkoeling vervullen kanaalthermostaten dezelfde functie als regelsignaal voor de mengklep. De start van de (buitenlucht)koeling komt ook in dat geval van een opnemer in de cel. Een meting van de buitentemperatuur is noodzakelijk om te bepalen of gebruik van buitenlucht voor de koeling mogelijk is. De kanaalthermostaat regelt de gewenste temperatuur van de lucht die in het product geblazen wordt door meer of minder buitenlucht bij te mengen.Lees verder onder de foto.Het aanbrengen van een temperatuurvoeler in aardappelen. De temperatuur heeft een grote invloed op de kwaliteit en de bewaarbaarheid. - Foto: Henk RiswickNog meer temperatuurmetingenWaakthermostaten zijn opgenomen om te voorkomen dat er bij storingen aan de installatie te lage luchttemperaturen met het product in aanraking komen. Deze moeten altijd apart van het regelsysteem opereren. Als dat niet zo is, dan is er bij uitval van het regelsysteem ook geen beveiliging meer. Om te controleren of de ontdooiing van verdampers voldoende is, wordt een ontdooibeëindigingsthermostaat gebruikt. Meten relatieve vochtigheid is zelden zinvolRelatieve vochtigheidDe relatieve vochtigheid (rv) is bepalend voor het vochtverlies en voor de groei en ontwikkeling van micro-organismen. Daarom wordt heel vaak de relatieve vochtigheid gemeten. Toch is dat zelden zinvol. Veel producten hebben baat bij opslag bij een zo hoog mogelijke rv en in een aantal gevallen wordt daarvoor zelfs bevochtiging geïnstalleerd. Deze producten staan gemakkelijk vocht af, en als de koelinstallatie niet ingeschakeld is zal de rv in de ruimte sowieso hoog zijn als gevolg van deze vochtafgifte. Een hoge rv zegt dan dus niet zoveel. Rv-meting bij uien wel zinvolDe bevochtiging sturen op rv is ook lastig omdat de rv-meting bij hoge waarden te onnauwkeurig is om daarop te sturen. Meestal wordt de bevochtiging gestuurd op tijd.Voor producten die vanwege de groei van bacteriën en schimmels bij een lagere rv opgeslagen moeten worden, zoals pompoenen en uien, is een rv-meting wel zinvol. Koelen/drogen tijdens bewaring wordt dan gestuurd op rv en ook de keuze om wel of geen buitenlucht te gebruiken wordt bepaald door het verschil in vochtgehalte van de buitenlucht en de cellucht. Een rv-meting is daarbij noodzakelijk. Droogsnelheid regelenOok bij de droging van producten is de rv-meting noodzakelijk. Het gaat dan om de rv van de buitenlucht, de ingaande lucht (na eventuele menging met retourlucht) en de rv van de lucht die uit het product komt. Om vast te stellen of de lucht geschikt is om te drogen en te bepalen of het droogproces klaar is, zijn deze metingen noodzakelijk. Bovendien kan de droogsnelheid zo goed geregeld worden.
Lees verder onder de grafiek.Een hogere producttemperatuur laat het CO2-gehalte bij winterpeen versneld toenemen. Een iets hoger CO2-gehalte stimuleert de ademhaling van het opgeslagen product. CO2-metingSlechts weinig producten worden onder een gewijzigde luchtsamenstelling bewaard (bijvoorbeeld spitskool/sluitkool). Een gecombineerde CO2- en O2-meting komt daarom weinig voor. Een meting van het CO2-gehalte komt wel vaker voor. Een licht verhoogd CO2-gehalte stimuleert de ademhaling van de meeste wortel- en knolgewassen en is vanuit dat oogpunt ongewenst. De grens wordt vaak bij 1% gelegd. CO2 is zwaarder dan lucht, daarom worden de sensoren meestal laag geplaatst in de bewaarplaats.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.