Veehouders omarmen het Kalfvolgsysteem nog niet

Foto: Anne van der Woude
Het Kalfvolgsysteem is bijna een jaar actief. De deelname is groot, maar er zijn wisselende ervaringen over de voordelen en de werking ervan.In het voorjaar van 2018 is het Kalfvolgsysteem (KVS) van start gegaan. Dat heeft als doel om de gezondheid van kalveren die het melkveebedrijf verlaten te verbeteren. Het systeem moet leiden tot zwaardere kalveren, minder uitval en minder gebruik van antibiotica in de keten. Het is een uitwerking van eerdere afspraken die de melkvee-, zuivel- en kalversector maakten in het kader van het project Vitaal en Gezond Kalf.Het Kalfvolgsysteem (KVS) moet bijdragen aan gezondere kalveren, die beter op gewicht zijn als ze naar de mesterij gaan. Het systeem vloeit voort uit een jarenlange discussie over de kwaliteit van stierkalveren voor de mesterij, met name rond het gewicht. - Foto: Anne van der WoudeHet KVS volgt een kalf vanaf de geboorte tot aan de slacht. Om in het systeem te worden opgenomen moeten kalveren met name gezond zijn, minimaal 14 dagen geleden zijn gemeld in het I&R-systeem en maximaal 35 dagen oud zijn.Afspraken sectoren over kalvergezondheidHet Kalfvolgsysteem (KVS) is een uitwerking van de afspraken die LTO, zuivel (NZO), handel (Vee- en Logistiek Nederland) en kalversector (SBK) hebben gemaakt om de kwaliteit van af te voeren kalveren te verbeteren. Dit gebeurt onder de naam Vitaal en Gezond Kalf. Dit vervangt het oude IKB Kalf. Naast het Kalfvolgsysteem vallen onder die afspraken meer maatregelen, zoals het stimuleren van de bestrijding van BVD en IBR en organiseren van kennisbijeenkomsten voor de diverse partijen. Zuivelondernemingen kunnen bij afwijkingen sancties opleggen. Verder is er KalfOK. Dat is ontwikkeld door LTO en NZO om de algehele kalveropfok te verbeteren. Veehouders krijgen daarbij kengetallen waarmee ze inzicht krijgen en beter kunnen sturen in de kalveropfok. De zuivelondernemingen hebben in meer of mindere mate deelname aan KalfOK geïmplementeerd in de leveringsvoorwaarden.StiertjesSinds juli 2018 eist het zuivelkwaliteitssysteem dat alleen stiertjes met de hierboven vermelde leeftijd door een erkende handelaar mogen worden afgevoerd. Daarmee wordt aangesloten bij het KVS. De toetsing daarvan gebeurt iedere maand door Qlip. Vanuit de kalverhouderij controleert de Stichting Brancheorganisatie Kalversector (SBK) of alle aangevoerde vleeskalveren wel zijn aangemeld. Het is de bedoeling dat binnen de keten ook richting de melkveehouder informatie wordt teruggekoppeld die bruikbaar is voor verbetering van de kalverkwaliteit.Fouten in systeem en ‘prijzen alleen maar gedaald’Op meerdere plaatsen hebben veehouders sinds de start begin vorig jaar problemen gemeld over het systeem. Volgens Jan Aantjes, bestuurslid bij de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV), regende het bij zijn organisatie klachten. Een deel van de kritiek had betrekking op fouten in het systeem. Maar hij benadrukt dat er meer aan de hand is: “Melkveehouders hadden verwacht dat het goed zou zijn voor de markt om betere kalveren af te leveren. Maar de prijzen zijn alleen maar gedaald. Ze willen best inspanningen leveren voor een beter kalf, maar ze zien daar veel te weinig van terug. Alle partijen profiteren, behalve de melkveehouderij.”Voor zo’n kalf doet iemand 5 weken zijn best en dan moet het alsnog worden doodgespotenAantjes ervaart dat de strikte leeftijdsgrens het lastiger maakt voor melkveehouders om nog iets van een licht kalf te maken. Ook het fosfaatsysteem haalt ‘een stuk flexibiliteit’ eruit, benadrukt hij; veehouders kunnen lichte kalveren langer aanhouden, maar dat gaat ten koste van de fosfaatruimte. “Voor zo’n kalf doet iemand 5 weken zijn best en dan moet het alsnog worden doodgespoten.” Hij vreest aanscherping van de eisen en benadrukt dat voor importkalveren dezelfde eisen zouden moeten gelden.Grootste problemen opgelostInmiddels ziet Aantjes ook wel dat de grootste problemen zijn opgelost, maar het systeem omarmen doen hij en zijn organisatie niet. Dat blijkt ook uit de enquête op Boerderij.nl. Er wordt door een deel van de melkveehouders betere resultaten gemeld, zoals zwaardere en gezondere kalveren maar de toon is op zijn best neutraal tot negatief. Dat de meldingsdatum gelijk moet zijn aan de geboortedatum, wordt het vaakst als lastig omschreven het systeem voegt volgens velen niks toe.Enquête: gelijke datums is lastigDat de meldingsdatum gelijk moet zijn aan de geboortedatum, wordt in een enquête op Boerderij.nl het vaakst als lastig gezien bij het Kalfvolgsysteem.
Van de 383 melkveehouders noemt 74% 1 of meer ervaringen die opvallen. Daarvan heeft 28% betrekking op de datums. 21% van de genoemde ervaringen komt erop neer dat het systeem een negatief effect heeft op de prijs. Positieve ervaringen zijn vooral dat veehouders zich bewuster zijn van de kalveropfok (20%) en dat kalveren in betere conditie het bedrijf verlaten (7%). Ruim 10% heeft een waarschuwing gehad dat fouten zijn geconstateerd; vaak vanwege een fout in het systeem, een dood kalf of een handelaar die niet meedeed.
Veel geplaatste opmerkingen zijn dat ondernemers geen effect zien, dat dit extra kosten zijn voor de sector en dat het systeem weinig toevoegt. Veel veehouders koppelen de extra inspanning aan het kunnen krijgen van een betere prijs, maar zien dat niet gebeuren.
Ook 67 kalverhouders hebben hun ervaring gedeeld. Van de 43 respondenten die antwoord gaven op de vraag wat ze zien, zegt 26% dat de kalveren gezonder zijn. Circa 14% ziet kalveren die beter op gewicht zijn. Hier heeft 7% al eens een waarschuwing of boete gehad omdat een kalf niet was gemeld of niet aan de regels van het KVS was voldaan.Tik op de vingers van QlipOndanks de kritiek op het systeem is Henk Bleker, voorzitter van Vee- en Logistiek Nederland, niet minder enthousiast dan voor de start. Hij benadrukt de omvang van de operatie. “Elke week halen 670 handelaren 20.000 kalveren op bij 18.000 bedrijven. Dat is helemaal traceerbaar gemaakt voor betere en gezondere kalveren.”Bleker is bekend met de mindere ervaringen uit de sectoren, maar benadrukt dat het vooral gebaseerd is op de kinderziektes. Hij doelt op technische fouten in het systeem en onduidelijke werkwijzen, zoals rond doodgeboren kalveren en afvoer naar destructie. Daardoor kregen nogal wat veehouders ten onrechte een tik op de vingers van Qlip. Ook moeten veehouders en handelaren volgens hem wennen aan (weer) iets nieuws. Hij ziet dat de situatie inmiddels is veranderd: “We zijn nu bijna een jaar verder. Het systeem werkt naar behoren en de naleving is fors toegenomen.”88% door handelaren aangemeldBegin maart 2019 werd circa 95% van de kalveren door handelaren aangemeld. In juni vorig jaar was dat 53% en in december 88%. Het restant kan nu nog op het kalververzamelcentrum worden ingevoerd maar die mogelijkheid gaat vervallen. Een aantal handelaren wil niet meewerken, maar Bleker ziet dat het net zich om hen sluit. Van de 670 handelaren zijn er volgens hem 20 nog niet erkend. Deze hebben feitelijk geen mogelijkheid meer om hun kalveren in Nederland te plaatsen. Bleker: “Als alle systemen goed werken, geeft een melkveehouder geen kalf meer mee dat niet in het systeem gaat.” Die veehouder krijgt de rekening via de zuivelonderneming. Ook het uitdelen van boetes aan kalverhouders – van € 25 tot € 100 per kalf – heeft volgens hem bijgedragen aan een hogere deelname.Bleker verwacht dat tegen de zomer nagenoeg alle kalveren in het systeem zitten. Als kalveren er niet in zitten, is dat terug te voeren op bijvoorbeeld een technische storing; en een enkele veehouder heeft een alternatief afzetkanaal (export) dat niet onder het systeem valt. Bleker verwacht dat veehouders tegen die tijd ook aan het systeem gewend zijn en ervaren dat het voor iedereen goed is als gezondere en zwaardere kalveren worden afgeleverd.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









