Vee-exporteurs kampen met problemen export door fosfaatregels

Foto: Diederik van der Laan
Vee-exporteurs lopen tegen problemen aan bij de export van rundvee in het kader van het fosfaatreductieplan.Voorzitter Henk Bleker van Vee&Logistiek Nederland is in overleg met het ministerie van Economische Zaken om problemen op te lossen. “We moeten in deze crisissituatie zorgen dat zoveel mogelijk dieren worden geëxporteerd als fokvee, in plaats van dat ze geslacht worden. Het bloedbad moet niet groter worden dan het al is”, vindt Bleker.In het fosfaatreductieplan is opgenomen dat drachtige vaarzen afkomstig van bedrijven die mee doen aan de stoppersregeling, tot 5,5 maand dracht geëxporteerd mogen worden. Normaal geldt hiervoor een maximale termijn van zeven maanden dracht. “Dit betekent dus dat drachtige vaarzen van stoppers eerder noodgedwongen geslacht moeten worden dan van bedrijven die niet stoppen. Dat kan niet de bedoeling zijn”, zegt Bleker. Het ministerie heeft toegezegd te kijken of hier een oplossing voor is te vinden.‘Quarantainestallen buiten sectorplan houden’Een tweede knelpunt waar de exporteurs tegenaan lopen is de status van exportstallen. In Nederland zijn zeven stallen waar runderen voor export in quarantaine gaan. Deze stallen vallen ook onder het fosfaatreductieplan voor 2017 en hebben als referentiedatum 15 december 2016 gekregen. “De dieraantallen fluctueren sterk op deze bedrijven, waardoor sommige stallen voor elk dier aanwezig nu fors moeten gaan betalen, omdat ze op de referentiedatum geen of weinig dieren hadden”, vreest Bleker. Hij zou graag zien dat de quarantainestallen buiten het sectorplan worden gehouden, omdat ze juist bijdragen aan de fosfaatreductie door hun rol bij de export. De exportstallen hebben een maximale capaciteit van 45.000 dieren op jaarbasis. Concurreren met DuitslandDe export van fokvee loopt goed op dit moment. “Maar we merken wel dat Duitsland andere regels heeft, waardoor zij makkelijker kunnen exporteren naar Turkije. Wij zouden graag dezelfde regels als Duitsland hebben, zodat we kunnen concurreren”, zegt Bleker. In Turkije is veel vraag naar fokvee, maar het land eist preventief antibioticagebruik voor transport. Dat mag in Nederland niet, waardoor de dieren voor € 120 getest moeten worden op allerlei ziektes, voordat ze naar Turkije mogen. Een aantal veehandelaren doet aan vetweiden: in het voorjaar worden koeien opgekocht die in de zomer in de weide worden afgemest, om in het najaar geslacht te worden. Ook deze bedrijven vallen onder het fosfaatreductieplan en krijgen een fosfaatreferentie per 15 december 2016. “Maar in de winter hebben deze bedrijven geen vee. Deze sector zit dus noodgedwongen op slot in 2017”, vindt Bleker. Hij hoopt dat de knelgevallen opgelost worden.“Maar ik begrijp ook dat er geen lek in het systeem mag komen”, aldus de voorman van de veehandel. Lees ook: Vleesveehouders onderzoeken juridische procedure fosfaatreductieplan
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









