‘Varkenshouder moet volgend prijsdal oplossen’

Laatst bijgewerkt:
Foto: Bert Jansen

Foto: Bert Jansen


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Bij het financieren van varkensbedrijven is wezenlijk iets veranderd, constateert Peter van Iperen, financieel specialist van Exitus. Dat vraagt nieuwe oplossingen.De varkenshouderij heeft een moeilijke periode achter de rug. Gelukkig zijn de prijzen vorig jaar aangetrokken en ook voor 2017 zijn de verwachtingen redelijk tot goed. Toch is er op financieel gebied iets wezenlijk veranderd in de sector, bespeurt Van Iperen. Economisch adviesbureau Exitus is gericht op onder meer de varkenshouderij en adviseert bij toekomstplannen en implementatie daarvan.Wat is er volgens u anders voor varkenshouders dan een paar jaar geleden?“De financiële achterstand die op veel bedrijven is ontstaan in combinatie met strengere regels voor financieringen en waardedaling van bedrijven, zet de financierbaarheid onder grote druk. Tijdens de vorige crisis zijn veel varkensbedrijven erdoorheen geholpen door banken. Ook crediteuren hebben toen hun rekeningen laten oplopen. Die tijd is voorbij. Het volgende prijsdal gaat er heel anders uitzien: banken gaan geen verlies meer financieren en crediteuren hebben zelf ook steeds minder mogelijkheden om de rekening op te laten lopen vanwege de strengere eisen van hun bank. Varkenshouders zullen een volgend prijsdal vooral zelf moeten gaan oplossen.”‘Het volgende prijsdal gaat er heel anders uitzien: banken gaan geen verlies meer financierenHoe kunnen ze dat doen?“Varkenshouders moeten de komende jaren zorgen dat ze voldoende middelen reserveren om toekomstige prijsdalen op te kunnen vangen. Dat doen ze door te zorgen voor voldoende financiële buffer. Dat betekent sparen en niet versneld aflossen. Ook moeten ondernemers die investeren dat weloverwogen doen, op basis van een langetermijnplanning: wat is wel en wat is niet nodig voor het bedrijf. Bijvoorbeeld zonnepanelen leggen. Dat lijkt interessant, maar het geld zit dan in iets waar de bedrijfsvoering niet direct veel beter van wordt.”Voldoende reserveren, is dat voor alle bedrijven wel weggelegd?“Voor een deel van de bedrijven is het heel lastig om voldoende te bufferen. Als ze technisch minder goed draaien is het financiële gat minder snel te dichten. Aan de andere kant zien we topbedrijven waar nauwelijks een gat is geslagen in de financiële buffers en waar nu heel veel geld binnenkomt.”De bank gaat nog moeilijker doen dan nu al het geval is?“Banken moeten voldoen aan nieuwe regels, zoals Basel 3. Door deze eisen willen ze liever geen leningen met lange looptijden uitzetten. Een bank dient bij het verstrekken van langlopende leningen zelf meer ‘eigen vermogen’ te hebben om dat te mogen. Dat is dus lastig en heeft tot gevolg dat leningen met een looptijd van langer dan tien jaar niet meer verstrekt zullen worden. Daardoor moeten ondernemers een lening na tien jaar alweer opnieuw afsluiten. Dat geeft onzekerheid, want we zijn in de varkenshouderij gewend te werken met leningen van looptijden van 15 jaar of langer. Dat zal dus echt een andere aanpak vergen.”Welke mogelijkheden hebben varkenshouders daarbij?“Ze moeten op zoek gaan naar andere financieringsmogelijkheden. Een voormalig eigenaar, iemand uit de familie of een externe investeerder. We zullen toe moeten naar een mix van financieringsvormen. Hierbij is overigens geld met een korte looptijd ook weer makkelijker te regelen dan ‘lang geld’. De structuur van het bedrijf en de eigen toekomstplannen vormen een belangrijk uitgangspunt. Stel dat een varkenshouder gaat uitbreiden met 500 zeugen waar hij € 1,5 miljoen voor nodig heeft. Daarvan is € 1 miljoen voor de investering in de stal. De varkenshouder heeft daarvoor minimaal 30% eigen geld nodig. We zien daarvoor nu meer mogelijkheden door aanpassingen te doen in de bedrijfsstructuur. Bijvoorbeeld een holding met bedrijven daaronder waarin andere partijen participeren.Een interessante optie is de bedrijfsleider van één van de bedrijven. Die kan in het bedrijf stappen en zodoende een deel van de benodigde financiering dragen. Dat heeft voor beide partijen op korte en langere termijn grote voordelen. De bedrijfsleider krijgt zekerheid en kan mogelijk in de toekomst een deel van het bedrijf overnemen. De ondernemer krijgt een gemotiveerde medewerker die niet zomaar opstapt. Bovendien hoeft hij zich als hij stopt met zijn bedrijf geen zorgen te maken over de verkoopmogelijkheden en de waarde.”En crowdfunding (burgers die een specifiek project financieren), biedt dat nog mogelijkheden?“We geloven er niet in als financieringsvorm voor traditionele uitbreidingen. Voor specifieke bedrijven of investeringen kan het wel, dat hebben we in de tuinbouw gezien. Maar het blijft relatief klein.”Wie kan er nog groeien?“We onderscheiden vijf aspecten die een ondernemer in orde moet hebben wil hij nog kunnen groeien: één is technisch, twee is technisch, drie kostprijs, vier in- en verkoop en vijf de juridisch omstandigheden en vergunningen. Technisch op orde zijn is echt het allerbelangrijkste. Is het dat niet, dan kun je inpakken. We weten dat verschillen tussen bedrijven groot zijn. We komen tot € 10 per big verschil in kostprijs tegen en meer dan € 5 per big aan opbrengsten. De bedrijven aan de bovenkant hebben geen centje pijn. Die hebben ook veel meer financieringsmogelijkheden. Een bedrijf met een kostprijs van € 40 per big en een hoge biggenproductie kan nog altijd bij de bank terecht. Zit de kostprijs tegen de € 50 per big, en die komen we volop tegen, dan is er echt een groot probleem.”‘Zit de kostprijs tegen de € 50 per big, en die bedrijven komen we volop tegen, dan is er echt een groot probleem’Moeten varkenshouders überhaupt wel investeren in uitbreiding?“Een bedrijf moet voldoende omvang hebben, maar met groot zijn alleen red je het zeker niet meer. Het allerbelangrijkste is dat een bedrijf technisch tot de besten behoort en dat dus de structuur van het bedrijf goed is. Dan moet je denken aan bijvoorbeeld genoeg biggenplaatsen en goede looplijnen. Groeien was natuurlijk altijd al afhankelijk van de specifieke situatie en de kwaliteiten en ambities van de ondernemer. Maar de vanzelfsprekendheid van uitbreiding is er niet meer, zeker met de strengere eisen rondom financieren. In een aantal gevallen is het zelfs interessanter om wat minder zeugen te houden als dat de technische resultaten ten goede komt.‘Het allerbelangrijkste is dat een bedrijf technisch tot de besten behoort en dat de structuur van het bedrijf goed is’Het is in alle gevallen belangrijk voor ogen te houden dat je zelf het geld gaat verdienen in de periode dat je een financiering aangaat. Varkenshouders denken nog veel te weinig na over hun financiële situatie op hun oude dag. Vroeger was er een zekerheid van opbouw van waarde in het bedrijf. Door de waardedaling van bedrijven, zeker op minder courante locaties of bedrijven die technisch niet 100% in orde zijn, is dat niet meer het geval.”‘Varkenshouders denken nog veel te weinig na over hun financiële situatie op hun oude dag’Niet meer investeren betekent belasting betalen.“Het voorkomen van belasting betalen is nooit een goed argument om maar te investeren. Ondernemers kunnen met hun bedrijfsstructuur wel kijken hoe ze de belastingdruk zo laag mogelijk kunnen houden. Dat is overigens echt wel een aandachtspunt. Door de slechte financiële resultaten van de afgelopen jaren zijn de aflosverplichtingen opgelopen. De afschrijvingen zijn echter lager omdat er weinig is vernieuwd. Belastingheffing komt er dan snel aan terwijl de varkenshouder nog fors moet aflossen.”Wat moet een varkenshouder die niet meer uitbreidt maar goed geld verdient dan doen?“Investeren in onroerend goed is een mogelijkheid, maar heeft ook nadelen. Grond is nog altijd een waardevaste investering, maar de tijd van grote waardestijgingen is wel voorbij. Ik zie meer mogelijkheden in het investeren in elkaars bedrijf: een ondernemer investeert zijn geld bij een collega met bouwplannen en kan daar 4 tot 5% rente voor vragen. Als een varkenshouder stopt, houdt hij toch binding met de sector. Ik verwacht dat dat de komende jaren zeker gaat gebeuren. We voeren daarvoor al gesprekken met een aantal partijen.”‘Ik zie meer in het investeren in elkaars bedrijf: een ondernemer investeert zijn geld bij een collega met bouwplannen en vraagt daarvoor 4 tot 5% rente’Klinkt interessant. Maar wat gebeurt er met zijn geld bij een faillissement?“De investeerder komt in dat geval na de bank. Toch zien we dat niet als een probleem bij dit soort constructies. Een goede ondernemer kan heel goed inschatten hoe sterk een bedrijf en de varkenshouder zijn. Transparante begeleiding van dit soort samenwerkingsverbanden is ook van groot belang voor het slagen ervan.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Varkens


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.