Tweelinggeboorte terugdringen via fokkerij
Via fokkerij is het mogelijk om het aantal tweelinggeboorten terug te brengen, maar de erfelijkheidsgraad is laag. Minder tweelinggeboorten is daarmee een kwestie van lange adem. Dat stelt CRV in een artikel over het onderzoek dat tijdens een stage bij CRV is gemaakt.

Normaliter krijgen koeien 1 kalf, maar in 3,3% van de geboorten gaat het om een tweelinggeboorte. Dat percentage is via fokkerij te beïnvloeden. Foto: Bert Jansen
Tweelinggeboorten komen gemiddeld in 3,3% van de afkalvingen voor. Dat percentage bleef tussen 2007 en 2025 stabiel. Wel is de variatie tussen bedrijven groot. Op sommige bedrijven loopt het percentage tweelinggeboorten op tot 15 à 18%. Vaarzen hebben minder vaak te maken met tweelinggeboorte dan oudere koeien.
Terugdringen van het aantal tweelinggeboorten kan zinvol zijn, omdat koeien na een tweelinggeboorte een hogere kans op afvoer hebben. Dat komt onder meer doordat er meer kans is op baarmoederontsteking en vruchtbaarheidsstoornissen.
Erfelijke aanleg
Vanwege die grote impact op de gezondheid van koeien besloot de afdeling Animal Evaluation Unit (AEU) van CRV uit te zoeken of het krijgen van een tweeling erfelijk is.
De meeste tweelingen, zo’n 90 tot 95%, zijn twee-eiig. Dat wil zeggen dat de moeder een dubbele eisprong heeft gehad. Dat suggereert dat het krijgen van tweelingen vooral via de moeder wordt bepaald en minder via de vader. Roeterdink richtte zich in haar onderzoek daarom vooral op de vader van de moeder.
Lage erfelijkheidsgraad
Voor vaarzen ligt de erfelijkheidsgraad voor het krijgen van tweelingen op 1%, voor koeien met twee of meer lactaties op 3%. Dat is vergelijkbaar met andere gezondheidskenmerken met een lage incidentie, zoals kalvervitaliteit of levensvatbaarheid.
Ondanks de geringe erfelijkheidsgraad is het volgens de studente wel mogelijk om te fokken op minder tweelinggeboorten. Zo toonde ze aan dat er tussen groepen stieren met een hoge en lage fokwaarde voor tweelingen duidelijke verschillen zijn in het te verwachten percentage tweelinggeboorten bij hun dochters. Zo zou bij dochters van stieren met een fokwaarde tweelingen lager dan 97 het percentage tweelingen in lactatie twee en hoger op 5,1% uitkomen. Bij dochters van stieren met een fokwaarde hoger dan 104 zou dat op 1,8% liggen. “Als veehouders stieren vermijden met een lage fokwaarde voor dit kenmerk, kan dat op termijn het aantal tweelinggeboorten via fokkerij verminderen”, concludeert Roeterdink.








