‘Telers moeten nieuwe puzzel maken bij bemesting’
Het vakgebied van bemesting en voeding van gewassen heeft een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Voordat Justus von Liebig in de eerste helft van de 19e eeuw kunstmest uitvond, werden gewassen gevoed met plantenresten en mest van dierlijke of menselijke oorsprong. Hierna ging men ook specifieke nutriënten toevoegen. Dit om de gewasproductie te verhogen.

Foto: Koos van der Spek
Van begin af aan was de belangrijkste vraag hierbij wat de optimale mestgift was. Justus von Liebig wilde de hongersnoden die hij zelf nog had meegemaakt in de toekomst voorkomen. Hij gebruikte de gewasproductie als criterium. Dit is in de eeuw daarna eigenlijk het belangrijkste criterium gebleven.In de landbouwwetenschap is lange tijd de dosis-responscurve het middel geweest om de relatie tussen mestgift en opbrengst te bepalen. Deze curve werd bepaald door een serie van proefveldjes aan te leggen met telkens een hogere kunstmestgift. Bij lagere giften neemt dan de productie per toegediende kilo mest sterk toe. Maar hoe meer mest per veldje, hoe minder de toename per extra toegediende kilo. Dit kennen we als de wet van de verminderde meeropbrengst. De optimale mestgift wordt dan bepaald door te kijken of de kosten van de mestgift nog opwegen tegen de extra financiële opbrengsten van het product.
Efficiëntie toegediende nutriënten verhogen
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









