Teler: ‘Precisielandbouw nog geen plug-and-play’

Foto: Ruud Ploeg
Akkerbouwer Bart Michel van maatschap Michel gelooft in precisielandbouw. “Technische knelpunten vragen wel om praktische en eenvoudige oplossingen.”Op het kantoor van akkerbouwer Bart Michel is op een luchtfoto goed te zien hoeveel grond er om het bedrijf ligt. Hij bewerkt samen met zijn neef Gerjan dan ook een groot areaal van 550 hectare.Lees verder onder de foto‘sHet bedrijf ligt in het Overijsselse Dedemsvaart. - Foto's: Ruud PloegDe maatschap begon in 2006 met een Trimble-gps-systeem op de trekker om recht over het land te rijden bij zaaien, poten en bemesten. “Via een collega in de buurt kwamen we in contact met iemand die zelf een scanner had gebouwd. Hij heeft een perceel van ons gescand en dat leverde mooie kaartjes op, maar wij vroegen ons af wat wij hiermee konden”, vertelt Bart Michel over de pioniersfase.Sinds 2014 serieus werk gemaakt van precisielandbouwTwee jaar later scande de loonwerker met een Verisscan hetzelfde perceel. “We hebben de kaartjes over elkaar gelegd en zagen grote verschillen. De Verisscan is wetenschappelijk beter onderbouwd, dus daar gaan we vanuit.”In 2012 schaften de maten een hydraulisch aangedreven pootmachine van Grimme aan. Sinds 2014 maken ze serieus werk van precisielandbouw.Bart Michel (47, rechts) zit in maatschap met zijn neef Gerjan Michel (42).Bedrijfsgegevens Maatschap Michel550 hectare grond, waarvan 240 hectare eigendom300 hectare zetmeelaardappelen120 hectare suikerbieten60 hectare graszaad27 hectare snijmais17 hectare wintergerst15 hectare Japanse haver (voor vermeerdering)11 hectare zomergerstWerken met VerisscanSensoren op de Verisscan brengen de bodem plaatsspecifiek in kaart. “Daarmee krijg ik inzicht in pH, organischestofgehalte en lutumgehalte op basis van elektrische bodemgeleidbaarheid (EC). Deze gegevens gebruiken we voor precisielandbouw om efficiënter te produceren. We willen met minder gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen dezelfde of hogere gewasopbrengsten realiseren”, zegt Michel.Hij heeft al enkele jaren ervaring met precisielandbouw op basis van bodemdata met de Verisscan en van biomassakaarten via satelliet- of dronebeelden. “We strooien variabel kunstmest, granulaten, compost en kalk.” De maatschap bemest 20% van het areaal variabel. Dat gebeurt in zetmeelaardappelen, graszaad en Japanse haver.Bart Michel demonstreert hoe hij in zijn trekker zijn kunstmest- of granulaatstrooier via taakkaarten op schermen kan aansturen.Variëren met pootafstand per partij aardappelenVanaf 2013 variëren de pootafstanden per partij te poten zetmeelaardappelen. “We willen graag uitkomen op minimaal 15 stengels per strekkende meter. Dit hangt af van de potermaat en het aantal kiemen per knol. Van elke partij tellen we van 100 knollen het aantal kiemen. De pootafstand varieert per ras van 27 tot 36 centimeter.”Ook poot de maatschap nauwer langs spuitsporen. “Aardappelen die we rondom spuitsporen rooiden, waren dikker. Voor ons aanleiding om 10% dichter te poten naast spuitsporen. Uit metingen van opbrengsten over de leestafel van de rooier blijkt dat meer gewicht op te leveren.”Bart Michel inspecteert het demoveld waar dit jaar zetmeelaardappelen in stroken om-en-om variabel zijn gepoot.Maatschap Michel werkt samen met Grimme en Delphy in de aanleg van een demoveld van 10 hectare, waar zetmeelaardappelen variabel zijn gepoot. Dat gebeurde in het kader van het POP-project ‘Meer weten van bodem, water- en bodemkwaliteit’. “We hebben op 7 april 30 stroken aangelegd van 6 meter breed en om-en-om variabel en niet variabel gepoot”, vertelt Michel. “Helaas hebben we in het begin wel groeivertraging gehad door flinke vorstschade.”Voorafgaand aan poten zijn verschillende bodemscans gemaakt en er is een opbrengstkaart van de vorige aardappelteelt gebruikt. De uitkomsten van de scans zijn onder elkaar gelegd en hier is een taakkaart van gemaakt.Bodem beter benutten“Op basis van EC en opbrengst van de vorige teelt hebben we het perceel verdeeld in drie zones, met drie verschillende pootafstanden (27, 30 en 33 centimeter). Op de gedeeltes met een hoger opbrengstpotentieel is 10% nauwer gepoot ten opzichte van de standaard, en op de gedeeltes met een lager opbrengstpotentieel 10% ruimer. In totaal is dezelfde hoeveelheid pootgoed gebruikt als in andere jaren.”Michel wil zo de capaciteit en het opbrengend vermogen van de bodem beter benutten. Tussen elke pootbaan die met de taakkaart is aangelegd, ligt een baan met een standaard pootafstand. “Zo kunnen we het effect van variabel poten vergelijken met de standaard op basis van proefrooiingen en onderwatergewicht. Met de opbrengstmeter op de aardappelrooier bepalen we de tonnen per hectare.”Met de nieuwe gps-aangestuurde granulaatstrooier wil de maatschap een egalere opbrengst halen in zetmeelaardappelen.Granulaat variabel strooienDit seizoen werkt Michel voor het eerst ook met het variabel strooien van granulaat in zetmeelaardappelen. Dit voorjaar heeft hij hiervoor een gps-aangestuurde granulaatstrooier aangeschaft. “Alleen op plekken waar de opbrengst van de voorgaande aardappelteelt tegenviel, strooien we volvelds granulaat. De oorzaak hiervan kunnen vrijlevende alen of AM zijn, die je op het oog niet ziet. Met deze strategie hopen we een egalere opbrengst te realiseren.”Een voorbeeld van een opbrengstkaart van graszaad. “Opbrengstkaarten geven veel inzicht waar je met variabele toepassingen op kunt sturen”, ervaart Bart Michel.Taakkaart eenvoudig makenVolgens Michel draait het allemaal om een goede analyse en omzetting van gemeten en verzamelde data door Verisscanner, satelliet of drone in een goede taakkaart. “We moeten een taakkaart zelf kunnen maken, die ook goed werkt op de machine. We hebben al heel wat afgeprutst om het werkbaar te krijgen. Soms werden we er moedeloos van.” Sinds kort werken de maten met Cloudfarm, het managementsysteem van Dacom met bijbehorende cursus. “Het lukt ons nu wel om hiermee eenvoudig taakkaarten te maken.”“Precisielandbouw wint alleen terrein als boeren eenvoudig taakkaarten kunnen maken die ook goed werken op hun machines”, zegt Bart Michel.Knelpunten bespreken helpt om verder te komenMichel bespreekt knelpunten met software en machines in een studieclub met andere akkerbouwers en deskundigen van Dacom en HLB. “Dat helpt om verder te komen. Net als de hulp van medewerkers van Landbouwhuis Timmerman, waar wij de gps-machines hebben gekocht.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









