Tech biedt kansen in optimaliseren maisteelt

Foto: Bert Jansen
Op gelijkwaardige percelen zijn er regionaal toch grote verschillen in maisopbrengst. Precisielandbouw kan de teelt nog verbeteren.De variatie in opbrengsten tussen verschillende percelen snijmais op soortgelijke grond zet aan tot nadenken. Waarom haalt de ene veehouder topopbrengsten en zit een buurman in de lagere regionen?Dit artikel staat in de Mais-special van Boerderij. Lees daarin alles over maisteelt 2018.GrondbewerkingOogstmetingen op proefvelden bevestigen dat er nog best ruimte is tot verbetering in praktijk. Grondbewerking is een wezenlijke basis. Exact zaaien, op tijd en op maat bemesten en de groei in de gaten houden; dat is het devies. Belangrijkste factor is achteraf analyseren op welk vlak het nog beter kan.Meer precisie in het zaaienMet betere en nauwkeuriger zaaitechniek is nog veel te winnen. Missers en dubbelen moet naar 0%. Hier is nog opvallend veel ontwikkeling in. - Foto: Mark PasveerZaaiprecisie begint bij zaaien op de juiste diepte, de juiste plantafstand en het voorkomen van missers en dubbelen. Gps-sectieschakeling en elektrisch aangedreven zaaimachines zijn praktijk. Zonder überhaupt over precisielandbouw te spreken, is dit basistechniek waar nog steeds innovatie in zit. Nieuw zijn zaaikouters die ongeacht de tegendruk exact de zaaidiepte aanhouden, zowel op lichte als zware stukken in een perceel. Precisietechnieken maken plaatsspecifiek variëren van de zaaiafstand mogelijk, op basis van bodemkaarten. Volvelds zaaien kost opbrengst, zo onderzocht Delphy al in 2003. Het nieuwe mestbeleid kan andere zaaitechnieken zomaar weer actueel maken.Een ontwikkeling die in het beginstadium staat, is zaaien van mais met een pneumaat. Deze gras- en graanzaaimachines hebben bij een werkbreedte van 3 meter tot 24 zaaikouters. Je bent flexibel qua rijafstand door uitlopen dicht te zetten, maar kunt ook kouters gebruiken om direct gras onder te zaaien.Doelgerichte bemestingBemesting van mais met mineralenconcentraat in het groeiseizoen kan wellicht de benutting verhogen. In Duitsland zie je het veel, in Nederland bijna niet. - Foto: Mart MunstersRondom bemesting spelen er diverse thema’s. Het nieuwe mestbeleid kan ook hier een gamechanger zijn. Hoewel nooit echt groots doorgebroken, is drijfmest in de zaairij toedienen een techniek die al jaren in praktijk is, al dan niet in combinatie met strokenteelt. Meer recent is een splitsing van de N-gift in mais. Naast een (beperkte) basisbemesting in het voorjaar komt er een tweede bemesting in het groeistadium bij. Onderzoek moet uitwijzen of dat ook in mais interessant kan zijn. De gedachte is dat uitrijden van mest in april niet optimaal is, omdat de groeispurt van mais pas in juni is. Logischer zou het zijn om een deel van de mineralen dán toe te dienen. Dit kan zowel vloeibare kunstmest zijn met een spaakwielbemester, als kunstmestvervanger via een sleepslangenbemester. Bij beide systemen is het nodig om met relatief grote combinaties door het groeiende gewas te rijden. Onder natte omstandigheden kan dat lastig zijn. Wel zou het te combineren zijn met gras-onderzaai. Machines daarvoor zijn er nog niet echt.Monitoring gewasgroeiEen perceel mais mag er bij de oogst dan meestal vrij egaal uit zien, door het groeiseizoen te monitoren zullen toch verschillen bovenkomen. - Foto: Henk RiswickEen maisgewas mag er op het oog dan meestal vrij egaal uit zien, toch zijn er vaak verschillen binnen een perceel. Spectraalbeelden ofwel DVI-camera’s die de gewasgroei gedurende het seizoen monitoren, kennen we nog vooral van akkerbouwgewassen. Maar zulke beelden kunnen ook in de maisteelt helpen om fouten bloot te leggen. Bewerkingsfouten die je vanaf de grond niet ziet, komen vanuit een hoger perspectief vaak feilloos bovendrijven. Ook verschillen binnen een perceel komen er goed uit, hoewel de oorzaken uiteraard nog divers kunnen zijn. De beelden kunnen zowel met een drone als met een helikopter of vliegtuig gemaakt worden. Voordeel is dat laatstgenoemden in korte tijd grote arealen kunnen bestrijken en dus vaak kostengunstiger zijn. Uit de metingen van de gewasreflectie komt een vegetatie-index. De biomassa en de kleur van het gewas zijn belangrijke parameters in het vaststellen van de gewasgroei. Belangrijk is het om aan het eind van het seizoen te analyseren en de juiste conclusies te trekken.Analyse, terugkoppeling en verbeterenNa de oogst begint het belangrijkste; terugkijken, analyseren, vergelijken met data van buurtpercelen en kijken wat er beter kan. - Foto: Mark PasveerNa optimaal zaaien, het monitoren van de groei en uiteindelijk de oogst, is het tijd om terug te blikken op het seizoen. Hamvraag: is de potentie volledig benut? Het is vooral nuttig om te vergelijken met meetgegevens van collega-veehouders uit de buurt; zij hebben immers te maken gehad met een soortgelijk groeiseizoen en vergelijkbare grondsoort. Leidraad hierin vormen de gegevens van de plaatsspecifieke opbrengstmeting zoals die door de hakselaar van de loonwerker is
uitgevoerd. Herman Krebbers van Delphy: “Op proefvelden haalden we dit seizoen gemiddeld meer dan 22 ton droge stof per hectare aan opbrengst. Dat is meer dan gemiddeld in praktijk, dus is er nog verbetering mogelijk. Zit je in de praktijk onder de 19 ton en is er geen verdere verklaring te vinden in de grondsoort, dan doe je dus eigenlijk iets niet goed. Veehouders schrikken soms écht van de grote verschillen.” Door de vinger op de zere plek te leggen moet de oorzaak boven komen en verbetering inzetten.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









