Het wilde vroeger niet zo met de suikerbiet, tot de suikerfabriek de teelt ging stimuleren.
Grazende varkens waren in 1934 niks bijzonders. Weiden scheelde krachtvoer en hokken uitmesten.
Vóór de Tweede Wereldoorlog was bijenteelt big business voor zandboeren.
Met wat oude materialen was simpel een varkenshok te maken dat niet veel hoefde te kosten.
Boenen, schrobben en uitdruipen. Schoon werken was de sleutel tot een goede kwaliteit melk.
Het tafereel op de foto hieronder is uit 1938. Een toom biggen wordt bijgevoerd met de fles, omdat de zeug te weinig zog had.
Kinderen werden thuisgehouden om te helpen rooien ook al was kinderarbeid bij wet verboden.
Collectivisme was de nieuwe norm in de DDR. Het zou goed zijn voor boeren, maar pakte anders uit.
Door garven rechtop tegen elkaar te zetten, kon de rogge op het land goed nadrogen.
Oersterk en betaalbaar, dat was de os voor menig boer. Het dier trok karren en ploegen en er zat nog vlees op ook.