Vooral in de zandprovincies werd veel gebruik gemaakt van ossen als trek- en werkdier. In de Tweede Wereldoorlog vorderde de bezetter zelfs nog de nodige ossen om er legerspullen mee te transporteren. De opkomst van de mechanisatie verdrong de os en later ook het paard als werkdier. BoerenlevenAchtergrond

Terugblik op 1939: 1 ‘ok’ voor de bietenkar

Oersterk en betaalbaar, dat was de os voor menig boer. Het dier trok karren en ploegen en er zat nog vlees op ook.

‘Boer op pad met 1 ok’. Dat schreef de fotograaf in 1939 achterop deze foto. ‘Ok’ was zijn afkorting voor ossenkracht, net zoals de pk staat voor paardenkracht. De ok was een zelfbedachte term, hij bestond niet echt.

Overigens was de paardenkracht ook niet echt een kracht, het ging meer om vermogen. De natuurkundige achtergrond liet veel mensen echter koud, als het werk maar gedaan werd.

Lees verder onder de foto

Vooral in de zandprovincies werd veel gebruik gemaakt van ossen als trek- en werkdier. In de Tweede Wereldoorlog vorderde de bezetter zelfs nog de nodige ossen om er legerspullen mee te transporteren. De opkomst van de mechanisatie verdrong de os en later ook het paard als werkdier. - Foto: Misset

Vooral in de zandprovincies werd veel gebruik gemaakt van ossen als trek- en werkdier. In de Tweede Wereldoorlog vorderde de bezetter zelfs nog de nodige ossen om er legerspullen mee te transporteren. De opkomst van de mechanisatie verdrong de os en later ook het paard als werkdier. – Foto: Misset

Os voor het trekwerk en de slacht

Boeren die een os gebruikten, konden zich vaak geen paard veroorloven. Dat gaf niet, voor het gestage trekwerk was een os net zo goed geschikt. Bijkomstig voordeel was dat er uiteindelijk ook nog wat vlees op bleef zitten voor de slacht.

Stiertjes werden ergens tussen 4 en 18 maanden gecastreerd om ze geschikt te maken als trek- en werkdier. Als ze een jaar of 2 waren, werden ze ingezet.

Zachte steun onder het juk

Op de foto is te zien dat op de schoft een zachte steun ligt daar waar het juk de rug raakt. Omdat de kar 2 wielen heeft, rust een groot deel van het gewicht namelijk op de rug van de os en zo werd pijnlijk schuren tegengegaan.

Veel handwerk in de bietenteelt

In de kar liggen gerooide bieten. Die teelt was, samen met de aardappelteelt, het meest arbeidsintensieve onderdeel van een boerenbedrijf vroeger. Er ging aanvankelijk enorm veel handwerk in zitten: het uitdunnen van de opgekomen bietenplantjes, daarna het op enen zetten en uiteindelijk de oogst waarbij de bieten handmatig uitgegraven werden. Later kwamen er hulpmiddelen als bietenlichters, maar het bleef een gigaklus.

In de rubriek Zo ging het toen gaan we terug in de tijd. Boerderij bestaat al meer dan 100 jaar en aan de hand van foto's uit het archief kijken we naar de agrarische sector in de vorige eeuw. Benieuwd naar meer historie? Check het dossier Zo ging het toen.