‘Stikstofsensoren bieden geen toegevoegde waarde’

De Yara N-sensor. Naast de Fritzmeier Isaria is in het On Farm Research-project ook de Yara N-Sensor getest. - Foto: Mark Pasveer
Een interview met Imke Borchart, projectleider On Farm Research, over de toegevoegde waarde van N-sensoren en de betrouwbaarheid van opbrengstkaarten.Opbrengstkaarten van combines vormen de basis van precisielandbouw, maar dergelijke kaarten blijken vaak behoorlijk onnauwkeurig, blijkt uit het tienjarige project On Farm Research. Nog een conclusie van het project: stikstofsensoren als de Yara N-Sensor en de Fritzmeier Isaria bieden geen toegevoegde waarde. On Farm Research heeft gedurende tien jaar de N-sensoren getest op 300 hectare akkerland van het 1.424 hectare grote Noord-Duitse akkerbouwbedrijf van Landgoed Helmstorf.N-sensoren of eigen inzicht?Doel van het project is te onderzoeken of intelligente techniek de arbeidsefficiëntie en opbrengst kan verbeteren en de teelten kan verduurzamen door efficiënter stikstof te bemesten. Zo zijn de N-sensoren die realtime op basis van de gewasstand de kunstmestgift variëren vergeleken met gewoon landbouwkundig gebruik, waarbij de trekkerchauffeur zelf naar eigen inzicht tijdens het strooien bijplust op de strooierterminal op dunne gewasstand en mindert op weelderige stukken.De Yara N-sensor. Naast de Fritzmeier Isaria is in het On Farm Research-project ook de Yara N-Sensor getest. - Foto: Mark PasveerDe fabrikanten van N-sensoren claimen dat met N-sensoren op N-kunstmest bespaard kan worden, een betere tarwekwaliteit (eiwitgehalte) en dat de N-balans (aanvoer stikstof door bemesting minus afvoer N tarwe) verbeterd kan worden. Na tien jaar onderzoek bleken de verschillen tussen conventioneel bemesten en bemesten met de N-sensoren nihil. Het graansaldo met de Yara N-Sensor lag € 47 per hectare lager dan bij conventioneel boeren, terwijl het de stikstofbalans 63 tegen 66 kilo per hectare bedroeg. Nagenoeg gelijk dus. Met de Isaria was het saldo € 5 per hectare lager, maar lag het stikstofgebruik 10 kilo hoger dan conventioneel bemesten.Interview met projectleider Imke BorchartDe beloofde claims van de fabrikanten blijken in de praktijk dus niet waargemaakt te worden, luidt volgens projectleider Imke Borchardt de conclusie. Zowel fabrikant Yara als Fritzmeier distantiëren zich overigens van de conclusie, omdat ze van mening zijn dat de meerjarige proef van de Landwirtsschaftskammer niet wetenschappelijk genoeg is uitgevoerd. Een interview met Imke Borchart, projectleider On Farm Research, over de gevoegde waarde van N-sensoren en de betrouwbaarheid van opbrengstkaarten.De focus van het project On Farm Research was op N-sensoren. Wat is jullie hoofdconclusie?“Stikstofsensoren als de Yara N-Sensor en de Fritzmeier Isaria bieden geen toegevoegde waarde ten opzichte van conventioneel bemesten, waarbij de trekkerchauffeur zelf naar eigen inzicht tijdens strooien bijplust op de strooierterminal op dunne gewasstand en mindert op weelderige stukken. Zowel graansaldo als stifstofbenutting waren nagenoeg gelijk aan elkaar.”Wat is nog meer onderzocht?“On Farm Research heeft ook onderzoek verricht naar de nauwkeurigheid van de opbrengstkaarten van de combine. Op basis van opbrengstkaarten worden binnen precisielandbouw vaak vervolgstapppen bepaald. De kaarten op basis van RTK-gps worden als 100% betrouwbaar beschouwd, maar is dat zo? De Claas Lexion is voorzien van een opbrengstsensor, die is gemonteerd op de opvoerband richting de graantank. De korrels hebben al een reis van 10 seconden door de combine gemaakt tussen moment van maaien en passeren van de opbrengstsensor passeert. Tijdens het dorsproces worden opbrengstverschillen wat uitgevlakt. Ook wordt een deel niet goed gedorst graan via de overkeer weer teruggevoerd naar de schudders of rotor, om opnieuw het dorsproces te ondergaan. Er is dus geen 100% één op één relatie tussen de hoeveelheid graan dat op moment X wordt gemaaid en de hoeveelheid graan dat op moment Y de opbrengstsensor passeert. Het vochtgehalte veroorzaakt echter de grootste afwijking."Imke Borchart, projectleider On Farm Research - Foto: Mark Pasveer"We hebben de opbrengsten vergeleken door alle gedorste graan te wegen op een geijkte weegbrug. 51 van de 81 gewogen karren wijken qua gewicht meer dan 5% af dan volgens de opbrengstkaart van de combine. In het kernperceel kwamen afwijkingen van wel 23% voor en op kopakkers zelfs van 27%. Conclusie: opbrengstkaarten zijn niet 100% waarheidsgetrouw, maar geven een goede indicatie van de opbrengst van een perceel.”Taakkaarten suggereren recisie. Is dat ook in de praktijk haalbaar?“Bij het aansturen van de strooier blijkt regeltijd de precisie wat af te zwakken. Op kaarten is de overgang van de ene naar het andere zone een harde grens, maar het bijregelen van de strooier kost 3 seconden regeltijd. Bij het passeren wordt de giftaanpassing dus een vloeiende overgang. Bij 8 kilometer per uur is de gewenste dosering pas na 5,5 meter na de harde overgangsgrens bereikt. Bij rasters van 12 bij 12 meter is de strooier dus haast continu aan het bijregelen. Ook dit heeft een egaliserend effect. Eigenlijk krijgt in de praktijk vrijwel geen plek op het perceel de gift die het eigenlijk zou moeten hebben.”Het project On Farm Research is een project van de Landwirtschaftskammer Sleeswijk-Holstein en werd door hen gefinancierd, samen met de stichting Sleeswijk-Holsteins Landschap en de Landwirtschaftlichen Rentenbank in Frankfurt.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









