RvS: varkensbedrijf Van den Broek definitief van de baan

Foto: ANP
Gemeente Someren heeft terecht de omgevingsvergunning van de varkenshouderij van Bram van den Broek uit Lierop ingetrokken, oordeelt de Raad van State.De Raad van State heeft de uitspraak woensdag 10 mei gepubliceerd. Hiermee wordt de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van eind 2015 compleet overeind gelaten. Ook is er geen enkele reden om de boete van € 345.000 die de gemeente Someren in juli 2016 aan de varkenshouder oplegde te schrappen, stelt de Raad. Door het nauwe zakelijke samenwerkingsverband dat de varkenshouder had met zijn van mestfraude verdachte broer Anthony van den Broek, staat volgens de RvS vast dat bij de bedrijfsvoering van de varkenshouderij op een of andere manier crimineel geld betrokken is.Witwassen crimineel geldDe zaak kwam aan het rollen nadat Van den Broek in 2008 een vergunning aanvroeg om zijn bedrijf uit te breiden. De gemeente Someren heeft daarop het Landelijk Bureau Bibob ingeschakeld. Dat bureau concludeerde in 2014 dat er een grote kans is dat de varkenshouderij gebruikt werd om crimineel geld wit te wassen. Daarop besloot de gemeente een nieuwe omgevingsvergunning te weigeren en de bestaande vergunning in te trekken.Voor de RvS betoogde Van den Broek dat hij destijds geen samenwerkingsverband meer had met zijn broer en zijn bedrijf helemaal op zich zelf stond. Volgens de RvS is de Bibob-conclusie terecht dat er binnen een ‘onoverzichtelijke organisatiestructuur’ van natuurlijke en rechtspersonen twee zakelijke samenwerkingsverbanden bestonden tussen beide broers. Ook de samenhang tussen de activiteiten van beide broers acht de RvS voldoende bewezen. Door het samenwerkingsverband is er een direct verband tussen de exploitatie van het varkensbedrijf en de strafbare feiten. Die strafbare feiten liggen in het verlengde van de activiteiten op het varkensbedrijf, concludeert de RvS.Boete van € 345.000 betalenDe RvS gaat niet mee in de redenering van Van den Broek dat hij geen geld heeft de boete van € 345.000 te betalen doordat hij met zijn bedrijf moest stoppen. Die boete was opgelegd omdat medio 2016 nog steeds dierlijke mest op het bedrijf aanwezig, terwijl dat al lang had moeten worden afgevoerd. Volgens de RvS is deze dwangsom gepast bij een dergelijke overtreding. Dat de voormalig varkenshouder geen geld heeft speelt geen rol, vindt de Raad, de gemeente kan daarvoor een betalingsregeling vaststellen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









