Ruimte voor wild?

Natuurmonumenten, de enige natuurorganisatie van wie het ledental afgelopen jaar niet gekrompen is, begrijpt goed wat het publiek graag wil: ruimte voor het dier. Een enquête onder de leden wijst uit dat mensen graag echt wild van nabij zien.Natuurmonumenten wil daar aan tegemoetkomen. Bijvoorbeeld door rustgebieden te verplaatsen van het dichte struikgewas naar open heide. Wat ook op het wensenlijstje staat, is meer ruimte voor groot wild. Herten en zwijnen ook buiten de Veluwe. En natuurlijk: ruimte voor de wolf als regulator van de wildstand. Tegelijk valt afschot in ongenade. Het geweer mag alleen nog bij uitzichtloos lijden aan het werk en dan liefst met een geluiddemper. Leden en leiding van Natuurmonumenten zien liever het zwijn en de vos als regulator van de wildstand dan de jager.Het is duidelijk dat dierenwelzijn hier niet de drijfveer is, maar een opvatting over wat 'natuurlijk' is. Die opvatting verandert. Het ideaalbeeld van de Nederlandse natuur is nu dat van een 'nieuwe wildernis' die zichzelf zo veel mogelijk redt.Maar dit vergroot wel het spanningsveld met landbouw. De termen 'schade voorkomen' en 'samenwerking' zijn niet van de lucht. Dat past bij de huisstijl van Natuurmonumenten. Maar tegelijk staat in de nieuwe natuurvisie dat boeren in de omgeving van de (uitgebreide) natuurgebieden geen kwetsbare gewassen moeten telen, en zelf hun terreinen moeten 'uitrasteren'. Dat geeft toch een ongemakkelijk gevoel, zelfs voor boeren met hart voor de natuur.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









