RIVM wil uitgedaagd worden in stikstofkennis

Foto: ANP
Weinig beleidsterreinen zijn zo omstreden en gecompliceerd als het ammoniak- en stikstofbeleid. Al jaren liggen boeren in de clinch met beleidsmakers over de zin en onzin van getroffen maatregelen.Er zijn hartgrondige ontkenners – die zeggen dat er geen ammoniakprobleem is en dat de natuur er niet onder lijdt. Er zijn genuanceerde ontkenners, die menen dat de metingen naar ammoniak de toets der kritiek niet kunnen doorstaan; er zijn ontkenners, die suggereren dat het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu ‘balletje balletje’ speelt met de emissiegegevens.Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is vaak lijdend voorwerp in de discussies. Wim van der Maas, projectleider bij het RIVM, neemt ruim de tijd om uit te leggen hoe het zit. Wat hem betreft kan het RIVM niet genoeg uitgedaagd worden om te vertellen hoe er wordt gemeten, hoe modellen werken en hoe open het RIVM daarover is. We hoeven hem niet op zijn blauwe ogen geloven, zegt hij, want er zijn genoeg internationale reviews die laten zien dat wat het RIVM doet, voldoet aan de internationale wetenschappelijke standaarden. De commissie-Hordijk heeft dat pas ook bevestigd. Depositiemeting is erg ingewikkeldHet gesprek met Van der Maas heeft in tijden van corona via de telefoon plaats. Hij ondersteunt zijn verhaal aan de hand van een presentatie die hij per e-mail heeft gedeeld.Lees verder onder fotoEen meetstation van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu in Hellendoorn (Overijssel). Het station maakt deel uit van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit. - Foto: ANPWaar komt ammoniak terecht?Het begint al met een ingewikkeld gegeven. Waar komt de ammoniak die een veebedrijf uitstoot terecht? Het antwoord van Van der Maas: de helft valt binnen een straal van 100 (honderd) kilometer neer, de andere helft van de ammoniak waait verder weg.Maar hoe verhoudt zich dat dan tot de uitkomsten van een onderzoek rond het Dwingelderveld, waar de stikstofdepositie van een bedrijf op een afstand boven een kilometer niet meer werd gemeten? Van der Maas legt uit dat depositiemeting ingewikkeld is. Een van de manieren is een potplantenproef, waarbij aan de hand van de opname van ammoniak in planten wordt gemeten hoe groot de depositie (neerslag) van ammoniak is. De extra hoeveelheid ammoniak door het bedrijf die op een afstand van meer dan 1 kilometer neerslaat, “meet je niet meer in een potplantenproef ten opzichte van de achtergrond”, aldus Van der Maas. Hij laat een grafiek zien, waarin de hoeveelheid stikstofdepositie per hectare is afgezet tegen de afstand tot een emissiepunt. (Grafiek 1) Op 25 meter van de bron kan de depositie wel 100 mol per hectare per jaar bedragen. Op een kilometer ligt de depositie iets boven 0. Zou die lijn worden verlengd tot honderd kilometer of verder, dan nog steeds is er depositie, zegt hij.De grafiek is gebaseerd op jarenlange internationale studies en modellen, waarover in de wetenschap overeenstemming is.Aan de hand van datzelfde grafiekje zegt Van der Maas dat boeren gelijk hebben, als ze zeggen dat er nergens per vierkante meter zoveel ammoniak van hun bedrijf terechtkomt als in de directe omgeving.Lees verder onder grafiekGrafiek 1 - Per vierkante meter is de ammoniakdepositie nabij het bedrijf het hoogst. Bron: RIVM Ammoniak en stikstofoxiden verspreiden verDaarna laat Van der Maas een ander grafiekje (Grafiek 2) zien gebaseerd op dezelfde data. Daaruit blijkt dat ammoniak heel ver verspreidt in de lucht en dat de helft van de emissie binnen een straal van 100 kilometer weer op de grond terechtkomt. De andere helft valt daarbuiten. Voor stikstofoxiden (vanuit verkeer en bedrijfsleven) valt de helft van de uitstoot pas neer na meer dan 350 kilometer. Uit dezelfde grafiek valt af te leiden dat ongeveer 20% van de ammoniak binnen 10 kilometer afstand neerslaat.Dat betekent dat een deel van de stikstofmaatregelen vooral effect heeft in het buitenland. Van der Maas: “Stikstofdioxide reduceer je vooral voor het buitenland. Een beetje varkensboer in de Peel deponeert 0,1 mol ammoniak per jaar per hectare in Den Haag, tegen de heersende windrichting in.”Lees verder onder grafiekGrafiek 2 - Stikstofoxiden en ammoniak verspreiden zich over duizenden vierkante kilometers over grote afstanden. - Bron: RIVMMeten van droge depositie is ingewikkeldHet RIVM krijgt het verwijt dat er niet genoeg wordt gemeten. Meting van droge depositie is ingewikkeld en duur, zegt Van der Maas. Op 8 plaatsen wordt de natte depositie gemeten. Dat is de stikstof die via de regen of andere neerslag op de grond valt. Op 4 plaatsen wordt de droge depositie gemeten, en dat zal worden uitgebreid tot 6 meetpunten. Daarnaast wordt op 82 locaties in natuurgebieden gemeten hoe de ammoniakconcentraties in de lucht zijn. Op 70 locaties in het land wordt ook de stikstofdioxide-concentratie gemeten.Vanuit het Mesdag Zuivelfonds is veel kritiek op die meetmethode omdat niet de feitelijke depositie, maar de concentratie van ammoniak wordt gemeten. Van der Maas legt uit dat het RIVM op basis van de emissies de concentratie in de lucht en de depositie op de bodem via een model uitrekent. Deze gemodelleerde concentratie wordt jaarlijks vergeleken met de gemeten concentraties. Ook de gemodelleerde depositie wordt (op enkele punten) vergeleken met de gemeten depositie en dat laat een vergelijkbaar beeld zien.We willen uiteraard graag verbeteringen en het zou mooi zijn als er budget voor komtHij is blij met de depositiemetingen die in opdracht van het Mesdag Zuivelfonds door de Universiteit van Amsterdam zullen worden uitgevoerd. De metingen worden uitgevoerd bij een aantal melkveebedrijven en op meer dan 20 locaties in het land. Het RIVM zal op de een of andere manier bij dat onderzoek aanhaken, omdat de gegevens ook van belang kunnen zijn voor het RIVM om de eigen modellen te verfijnen. Al moet daar nog wel een opdracht voor komen. Blij met elke verbeteringVan der Maas staat open voor alle andere methodes, die een verbetering zijn. “We willen uiteraard graag verbeteringen en het zou mooi zijn als er budget voor komt. Maar grote klappen gaan we niet meer maken. Het gaat om graduele verbeteringen met een graduele afname van de onzekerheden.”De rekenmodellen van het RIVM zijn openbaar, de emissies die in de rekenmodellen gebruikt worden ook. Alleen de schoorsteenhoogte en warmte-inhoud van individuele bedrijven die stikstof uitstoten, stond niet online. Er was een rechtszaak van de Stichting Stikstofclaim voor nodig om het RIVM die gegevens ook te laten verstrekken. Het RIVM kon deze gegevens niet zomaar vrijgeven omdat het ging om bedrijfsvertrouwelijke informatie. De rechter oordeelde dat de gegevens in overleg met de bedrijven moesten worden gedeeld. Toch zegt Van der Maas dat er geen beleidsterrein is waarover zoveel openbaar is. “Ik denk niet dat de modellen van het CBS en het Centraal Planbureau over de koopkrachtplaatjes en de economische ontwikkeling openbaar zijn.”Boer levert gegevensDe rol die boeren zelf spelen als leverancier van de gegevens over dieraantallen moet niet worden uitgevlakt, vindt Van der Maas. Gegevens van de Landbouwtelling vormen samen met gegevens van de identificatie en registratie van dieren een basis voor de berekeningen van de stikstofuitstoot en daarmee ook voor het aandeel in de stikstofdepositie op kwetsbare natuur. Hij geeft het voorbeeld van een pluimveehouder die uit boosheid 99.999 had ingevuld bij het aantal dieren. Was dat getal in het systeem blijven staan, dan zou dat geleid hebben tot een zodanig hoge depositie op kwetsbare natuur, dat elke ontwikkeling in de buurt daarmee geblokkeerd zou zijn. Interne controles brachten de fout aan het licht. Maar, zegt Van der Maas, het kost veel tijd om dat soort fouten te herstellen. Hij wil er maar mee zeggen dat boeren hun gegevens zorgvuldig moeten verstrekken, zodat er geen fouten in het systeem ontstaan. “In het hele systeem zijn de data het meest waardevol. Het is heel belangrijk dat deze goed zijn.”
Gegevens staan in Aerius
De emissiegegevens van de landbouw, gebaseerd op de Landbouwtelling, worden samen met de emissiegegevens van alle andere sectoren in het Aerius systeem naar de depositie omgerekend en opgeteld naar de totale stikstofdepositie op de natuur. Met de online rekentool kan elke individuele ondernemer berekenen wat de bijdrage van zijn bedrijf is op de stikstofdepositie. Het systeem vertoont de afgelopen maanden met enige regelmaat storingen. In verband met onderhoud en updates is Aerius ook een aantal keren uit de lucht geweest. Rond 18 maart werd onderhoud uitgevoerd aan het systeem. Toen Aerius calculator weer online kwam traden “onverwachte storingen” op, waarna het systeem weer buiten werking werd gesteld. Aanvankelijk was het de bedoeling dat het systeem afgelopen dinsdag weer zou gaan werken, maar in de loop van de dag bleek dat Aerius nog steeds niet werkte.
De Nederlandse Natura2000-gebieden zijn in Aerius opgedeeld in zeshoeken (hexagonen) van een hectare groot. Er zijn ongeveer 250.000 hexagonen in natuurgebieden met flora of fauna die gevoelig is voor stikstof binnen de 130 natuurgebieden, waar sprake is van te hoge stikstofbelasting. Zo is van het Natura2000-gebied Waddenzee maar 1% stikstofgevoelig. Op de Aerius website staan gegevens op basis waarvan het aandeel van de landbouw op de stikstofdepositie kan worden berekend.Fouten in berekeningenHet Mesdag Zuivelfonds ging met de gegevens en modellen van het RIVM aan het werk en presenteerde cijfers waaruit bleek dat de stikstofneerslag afkomstig van de landbouw op natuurgebieden veel minder was dan in het rapport van de commissie-Remkes stond (46%) of door het RIVM was berekend (45%). Het Mesdag Zuivelfonds kwam uit op 25%, maar moest enkele dagen later erkennen dat er een fout was gemaakt. Er was geen onderscheid gemaakt in de wegingsfactoren voor stikstofoxiden en ammoniak. Daardoor was het aandeel stikstofoxiden (uit scheepvaart en industrie) te zwaar meegewogen. Tegelijk liet ook het RIVM zelf weten een fout te hebben gemaakt. Het aandeel van de landbouw was niet 45%, maar 41%. Oorzaak van die fout was dat het stikstofaandeel van een groot aantal deelsectoren in de landbouw eerst een gemiddelde was berekend, waarna de gemiddelden waren opgeteld. Dat had andersom gemoeten: eerst optellen, daarna middelen.Van der Maas wil daarmee illustreren dat het zelfs voor iemand die het model goed kent, moeilijk is er de juiste berekeningen mee te maken. Laat staan voor iemand die er nooit mee gewerkt heeft. “Wil je het goed snappen, dan moet je zeker drie maanden worden opgeleid en hier meelopen.”Los daarvan vindt Van der Maas de discussie over het aandeel van de landbouw in de stikstofneerslag niet zo heel erg interessant omdat uiteindelijk elke sector die bijdraagt aan de stikstofneerslag in de natuur, volgens het beleid zal moeten meehelpen de depositie te verminderen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









