‘Rijk begeeft zich weer op grondmarkt bij natuur’

Te koop staand varkensbedrijf met woonhuis en 3 hectare grond (archiefbeeld Misset).

Te koop staand varkensbedrijf met woonhuis en 3 hectare grond (archiefbeeld Misset).


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Het rijk stelt komende jaren zo’n € 1 miljard beschikbaar voor opkoop van veehouderijbedrijven rondom natuur.Dat is genoeg om een paar honderd bedrijven inclusief grond van de markt te nemen. Vrijwilligheid staat voorop. Gezien het beschikbare bedrag is het geen eenmalige regeling zoals de huidige saneringsregeling varkenshouderij. Het doel is gericht wegnemen van piekbelasters.Vrijdag 24 april volgt hierover een brief van het kabinet. Maar het zal nog wel maanden duren voor de mist helemaal opgetrokken is.Leren van eerdere regelingenLessen uit het verleden zijn wel te trekken: De eerste tranche van een regeling is vaak de beste. De Beëindigingsregeling varkenshouderij uit 1999 (Bevar1) was goud, de tweede tranche (Bevar2) zilver met een gouden rand en de latere opkoopregelingen brons, maar nog steeds financieel aantrekkelijk, zie de overtekening van de huidige Saneringsregeling Varkenshouderij. Voor pachtbedrijven is het vaak veel interessanter om deel te nemen aan opkoop dan voor eigendomsbedrijven. Pachters kunnen namelijk al hun investeringen in gebouwen te gelde maken in zo’n regeling. Bij staken van pacht is dat veelal niet het geval. Eerdere natuurgerelateerde beëindigingsregelingen (Bevar1 en 2) stelden verkoop van grond in natuurgebieden verplicht. Er is destijds volop grond aan de overheid verkocht zonder enige wanklank over de betaalde prijs. Ergo: die lag minstens op marktwaarde. Opkoop goed voor stoppers en blijversMet deze regelingen komt de overheid weer in beeld als koper voor grond redelijk dicht bij natuur. Juist die leek het minst waardevast de afgelopen jaren. Daarmee is de opkoop goed voor stoppers én blijvers. Want een dalende grondprijs, die wil geen enkele grondeigenaar.Lees ook onderstaand artikel over Bevar-regeling uit Boerderij-vakdeel Varkenshouderij eind 1999 (geen pdf beschikbaar)LNV maakt stoppen bij EHS extra aantrekkelijk met forse financiële steunDe Bevar-regeling vergemakkelijkt beëindiging van varkensbedrijven bij waardevolle natuur in overschotgebieden. Stoppers krijgen de waarde van stallen en quota uitbetaald als ze de grond binnen die natuurgebieden overdragen aan BBL.

De Beëindigingsregeling Varkensbedrijven in de EHS, kortweg Bevar, is vlak voor Kerstmis door het ministerie van Landbouw afgekondigd. Zij valt uiteen in twee gescheiden regelingen. Een is bedoeld voor bedrijven in reservaatgebieden en natuurontwikkelingsprojecten binnen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) in Noord-Brabant, Limburg, Gelderland, Utrecht en Overijssel. Daarnaast is er een op hoofdlijnen gelijke regeling voor bedrijven die een ammoniakdepositie veroorzaken van meer dan 300 mol op een bos- of natuurgebied groter dan vijf hectare in de zogenoemde Rijks-EHS.
Bij alle kantoren van Dienst Landelijk Gebied (DLG), DLV en de provinciehuizen in genoemde provincies hangen stafkaarten waarop al deze natuurgebieden nauwkeurig zijn aangegeven.

Algemene eisen gelijk
De Bevar-regeling geldt alleen in de overschotgebieden. Deelnemers moeten een aangifte overschotheffing hebben ingediend over 1996. De zogenoemde ‘mestboycotters’ zijn door deze eis van deelname uitgesloten. Aanvragers moeten in 1996 ook daadwerkelijk varkens hebben gehouden en beschikken over niet-grondgebonden mestproductierechten. Varkensrechten mogen niet zijn verkocht of bijgekocht. Het bedrijf mag nog niet gestopt zijn op het moment van indiening van de aanvraag. Ook moet de Bevar-stopper een geldige Milieuvergunning hebben.

Alle deelnemers moeten de grond die ze in de EHS gebruiken, overdragen aan Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL). Deze betaalt daar de marktwaarde voor. BBL draagt de grond over aan een particuliere natuurbeschermingsorganisatie of Staatsbosbeheer.

Grond buiten de EHS kan de stoppende varkenshouder aanhouden. BBL wil deze wel kopen, maar de ondernemer is niet verplicht om deze aan te bieden.

Tot slot mag na 23 december 1998 geen grond in een reservaatsgebied of natuurontwikkelingsproject zijn verkocht aan een ander dan BBL.

Bij EHS alle stallen slopen
Bedrijven in en grenzend aan de EHS moeten niet alleen stoppen met het houden van varkens, maar ook alle stallen slopen. Naast de waarde van de stallen ontvangt de Bevar- deelnemer een sloopvergoeding van f.80 per vierkante meter staloppervlak.

De tweede groep deelnemers, waarvan het bedrijf meer dan 300 mol deponeert op bos- en natuurgebieden in de Rijks-EHS, moet de varkenstak staken. Andere takken kunnen ter plekke worden voortgezet als de ammoniakdepositie van het bedrijf onder 100 mol komt.

Sloop van gebouwen is voor deze bedrijven niet verplicht, maar wordt wel gesubsidieerd met f.80 per vierkante meter staloppervlak. Bij ander gebruik van de gebouwen, bijvoorbeeld als caravanstalling, wordt de waardevermindering getaxeerd en uitbetaald.

Procedure verloopt snel
Varkenshouders kunnen zich vanaf 14 januari bij DLG aanmelden voor deelname. Dat kan alleen met originele aanmeldingsformulieren, dus niet door terugfaxen van de formulieren. De volgorde van binnenkomst bij het DLG-kantoor in Tilburg is bepalend. Naar verwachting zal de vraag naar de Bevar zo groot zijn dat het hele budget, f.50 miljoen, op de eerste dag dat de regeling openstaat al verbruikt is.

Een ingevuld aanmeldingsformulier wordt altijd ingeboekt. Is deze bij indiening niet volledig, dan krijgt de ondernemer nog 14 dagen de tijd om ontbrekende gegevens aan te leveren.

Een regionale DLG-medewerker neemt vervolgens contact op en bezoekt het bedrijf. Deze medewerker bespreekt de verdere procedure en controleert of het bedrijf al gestopt is. Een bedrijf dat is gestopt voor het indienen van de aanvraag komt namelijk niet in aanmerking voor de Bevar.

Volgende stap is taxatie van de agrarische waarde van de stallen bij voortgezet agrarisch gebruik. Dat is de waarde die een collega-varkenshouder aan de gebouwen zou toekennen onder normale marktomstandigheden. Deze waarde is sterk afhankelijk van de inrichting en opzet van het bedrijf. Goed onderhouden gebouwen met een moderne inrichting brengen dus veel meer op dan gebouwen waar het onderhoud lange tijd is uitgesteld. Voor deze waardebepaling wijst DLG twee beëdigde taxateurs aan.

Met het ondertekenen van het aanvraagformulier is DLG gemachtigd om de bij Bureau Heffingen geregistreerde gegevens in te zien. DLG heeft deze nodig om de waarde van de varkensrechten te bepalen. Deze gegevens worden ook vergeleken met de milieuvergunning van de deelnemer. De taxateurs moeten hiermee rekening houden bij de bepaling van de waarde van de gebouwen. Bij een niet dekkende milieuvergunning of onvoldoende varkensrechten wordt uitgegaan van de maximaal toegestane bezetting, niet van de stalcapaciteit.

Binnen 12 weken nadat de Bevar-aanvraag in behandeling is genomen ontvangt de stopper de beschikking. Dat kan een toe- of afwijzing zijn.

De toewijzing vermeldt een totaalbedrag voor de gebouwen, varkensrechten, de waarde van de grond en eventueel de vergoeding voor de sloop van de gebouwen. Onderhandelen kan niet.

Beroep en voorschot zijn mogelijk
De stopper kan akkoord gaan met de subsidie, maar ook bezwaar maken en beroep aantekenen tegen de hoogte ervan. In dat geval wordt alleen inhoudelijk beoordeeld of er geen fouten gemaakt zijn bij de berekening van de bedragen. Hertaxatie vindt niet plaats. Wie akkoord gaat met de subsidie, kan DLG een voorschot vragen van 80 procent van de subsidie.

Binnen acht maanden na de toewijzing moet aan alle voorwaarden voldaan zijn. De milieuvergunning moet ingetrokken zijn, de grond overgedragen aan BBL, de stallen leeg en eventueel gesloopt en de varkensrechten vervallen. De ondernemer moet dit schriftelijk melden aan DLG. Daarop volgt de vaststelling van de subsidie en wordt het -resterende- bedrag uitbetaald.

De taxateur houdt geen rekening met de waarde van ammoniakrechten en de waarde van het woonhuis. Beide blijven eigendom van de ondernemer. Verkoop van rechten aan derden levert geld op.

Door de sloop van de gebouwen stijgt meestal de waarde van het woonhuis. Deze waardevermeerdering en de waarde van ammoniakrechten zijn bewust buiten beschouwing gelaten bij het opstellen van de subsidieregeling. Voor veel bedrijven weegt de subsidie anders niet op tegen deze twee posten.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Varkens


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.