Restwaarde quotum moet meegenomen worden bij berekening voortzettingswaarde


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Den Haag - Bij de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet speelt de zogenaamde voortzettingswaarde een grote rol. De Hoge Raad geeft aan dat bij de berekening van de voortzettingswaarde rekening moet worden gehouden met langlopende schulden en de restwaarde van een bietenquotum.De uitspraak van de Hoge Raad is kort samengevat de volgende:
Een agrariër overlijdt. Tot de nalatenschap behoort een landbouwbedrijf. Omdat het bedrijf wordt voortgezet, doet een erfgenaam een beroep op de bedrijfsopvolgingsfaciliteit. Hierdoor wordt het verschuldigde successierecht fors verlaagd. In geding is hoe de voortzettingswaarde (waarde going concern) berekend moet worden.

De inspecteur heeft de voortzettingswaarde van de onderneming terecht berekend volgens de DCF-methode, waarbij de waarde wordt bepaald op basis van de contante waarde van verwachte toekomstige kasstromen. De berekening van de DCF-methode is met werkelijke cijfers gemaakt en niet met het model dat op de site van de Belastingdienst is gepubliceerd.

Bij deze methode past dat rekening wordt gehouden met de schulden van de onderneming. Verder moet daarbij ook de restwaarde van het productiequotum in aanmerking worden genomen. Anders dan Hof Den Bosch eerder heeft geoordeeld, doet daaraan niet af dat de waarde van het productiequotum vóór liquidatie reeds tot uitdrukking komt in de toekomstige kasstromen, als opbrengst bij verkoop van de productie.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Dagelijkse nieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.