Regeneratief boeren: belofte op zand, hoofdpijn op klei
Regeneratief boeren is in korte tijd uitgegroeid tot het nieuwe modewoord in de landbouw. Fabrikanten, ketenpartijen en adviseurs omarmen het als antwoord op bodemuitputting en klimaatdruk. Ook in beleid en markt klinkt het steeds vaker door: bodemkwaliteit moet meetbaar verbeteren. Maar tussen belofte en praktijk zit in Nederland vaak een wereld van verschil.

Amerikaanse boer zaait maïs direct in een groenbemestermengsel van twaalf soorten, waaronder granen, klavers, wikke en erwten. De groenbemester wordt niet geoogst maar bedekt de bodem, wat erosie en afspoeling beperkt. Door niet te bewerken blijft koolstof in de bodem opgeslagen. Foto: ANP
Tijdens het rijden door het Nederlandse akkerbouwlandschap lijkt er weinig aan de hand. Nergens ter wereld is alles zó opgeruimd en aangeharkt: aardappelen staan strak gepoot, bieten nauwkeurig gezaaid en de verkaveling oogt ordelijk. “De duurste, maar ook de mooiste grond ter wereld,” aldus een akkerbouwer bij zijn pas aangekochte perceel.
Ook de cijfers bevestigen dat beeld. Opbrengsten stijgen, de kwaliteit wordt wereldwijd geroemd en de innovatie steekt ver boven het Europese maaiveld uit. Water en gewasbeschermingsmiddelen worden doelgericht ingezet. Ondanks steeds strengere beperkingen leidt dat voorlopig niet tot dramatische taferelen. Alles onder controle, zo lijkt het.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









