Project over duurzaamheid van reststoffen

Lelystad – Het duurzaamheidsproject Veldleeuwerik buigt zich over het gebruik van reststoffen in de akkerbouw.Binnen drie jaar moet duidelijk worden in hoeverre reststoffen van voedingsmiddelenbedrijven, vergisters en composteerders duurzaam kunnen worden gebruikt.In het praktijknetwerk Resttest XL gaan akkerbouwers in Flevoland daarmee aan de slag, zegt projectleider Chris Koopmans van het Louis Bolk Instituut. "We beperken het project in eerste instantie tot Flevoland. Op drie akkerbouwbedrijven willen we meer inzicht krijgen in het gebruik van compost, digestaat en betacal van de suikerindustrie. De resultaten hiervan worden gecommuniceerd naar alle akkerbouwers die meedoen aan Veldleeuwerik. Het project loopt drie jaar."
De reststoffen worden getest op tien duurzaamheidscriteria, zegt Koopmans. "Dat zijn water, bodemvruchtbaarheid, klimaat, energie, gewasbescherming, voedingsstoffen, biodiversiteit, menselijk kapitaal, lokale economie en productwaarde. Ook de waterschappen zijn betrokken bij het project. Als je een reststof gebruikt die voor de akkerbouw goed is maar nadelig voor het oppervlaktewater, dan is dat niet duurzaam."
In het project wordt gekeken welk effect de reststoffen hebben op de gewassen, zegt Koopmans. "We willen bijvoorbeeld meer weten welk effect het gebruik van betacal heeft op kalkrijke gronden. Ook willen we meer inzicht krijgen in hoe snel de fosfaat en de kali uit de reststoffen vrijkomen voor de gewassen en welke invloed de reststoffen hebben op de bodemvruchtbaarheid. En we buigen ons over de vraag waar de grens ligt van wat duurzaam is en wat niet. Welke afstand is bijvoorbeeld acceptabel waarover de reststoffen moeten worden vervoerd naar het akkerbouwbedrijf."
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses








