‘Precisie zonder naar de bodem te kijken, is dweilen met de kraan open’

Laatst bijgewerkt:
Foto: Peter Roek

Foto: Peter Roek


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Innovatieve Hoeksche Waardse akkerbouwers zijn bij de bodem terechtgekomen voor verdere teeltverbetering. “Dat precies doseren is echt maar een onderdeeltje”, zegt Leon Noordam, voorzittter van H-Wodka.Er is een mooie overzichtelijke definitie van wat precisielandbouw is: precies op het goede moment, op de juiste plek de meest geschikte input geven in de juiste hoeveelheid. Dat kan gaan om bemesting of om gewasbeschermingsmiddelen. Het beoogde doel ligt voor de hand: beter dan met conventionele technieken met een minimum aan kosten de hoogst mogelijke opbrengst halen; strikt genomen het hoogst mogelijke saldo. Basis van de precisielandbouw is om plaatsspecifiek de bodem nauwkeurig in kaart te brengen, gewasontwikkeling vanuit de lucht via bemande of onbemande vliegtuigjes, of satellieten, of via sensoren op machines nauwkeurig te volgen. Het boerenoog vervangen en daarop precies die teeltmaatregelen te baseren die op een bepaald moment noodzakelijk zijn.Maar zo overzichtelijk als het er op papier uitziet, zo ingewikkeld is het is de boerenpraktijk. De akkerbouw blijkt zich moeilijk te laten vatten in overzichtelijke relaties in de zin van: als ik dit zie, en ik doe dat, dan gebeurt wat ik wil.
“Hoe verder je er induikt, hoe meer de compexiteit toeneemt”, zegt Leon Noordam. Hij is voorzitter van H-Wodka, sinds 2005 een samenwerkingsverband van Hoeksche-Waardse akkerbouwers voor ontwikkeling van kennis om nieuwe technieken in de akkerbouw te gebruiken. Noordam is partner in akkerbouwbedrijf Novifarm, dat in Nederland één van de voorlopers is als het gaat om precisielandbouw. “Van een simpele vraag kom je uit op een zeer ingewikkeld vraagstuk.”‘Van een simpele vraag kom je uit op een zeer ingewikkeld vraagstuk’Hoezo?“De grote vraag is wat je moet doen op een slechte plek. Precies dat is de kwestie. Geef je extra bemesting, bijvoorbeeld stikstof, of juist minder? Die vraag kun je dan weer beantwoorden als je de bodemgesteldheid kent. Heb je het over een lage plek, wat doe je dan in een nat of droog jaar. Op hoge plekken werkt het precies omgekeerd. Op de simpele vraag meer-of-minder-bemesten zijn zo al vier antwoorden mogelijk. Daar bovenop komt dan nog de bodemgesteldheidskaart, hoeveel organische stof er zit, lutum, CEC (geleidbaarheid, red.) en fosfaat. Dat zou je allemaal moeten koppelen. En wat daar dan nog bijkomt, is het verwachte weer. Opnieuw een onzekere factor. Je ziet, de complexiteit neemt toe.”En daarmee de wanhoop?“Doordat we hiermee bezig waren, werd ons steeds een spiegel voorgehouden. Je krijgt zicht op wat beter kan; als je het wilt zien tenminste. Bijvoorbeeld een tarweperceel: de ene plek is heel goed, op de andere plek is de opbrengst heel laag. Dan heb je normaal gesproken de neiging snel te zeggen: het is in die hoek altijd minder; het is te nat of te droog. Dat is natuurlijk ook zo, maar wat is de oorzaak? Dan ga je naar de kaarten kijken. Als de bodemsoortenkaart egaal is, is dat geen verklaring. Dan moeten het hoogteverschillen of boerenfouten zijn: sleepslangen, bodemverdichting door berijding, oogsten onder minder gunstige omstandigheden. Echter, hoe meer kaarten in beeld, hoe vaker we dachten: de ontwatering is vaak het grote probleem. Je hebt voldoende nutriënten gestrooid, de bodem is egaal hetzelfde.”U voegt aan de complexiteit om tot een juiste bemesting te komen nog toe dat overbemesting erg betrekkelijk is. Vaak gaat het daar bij de precisie over.“Precisie is op het juiste moment op de juiste plaats de juiste hoeveelheid. Maar dan heb je het punt van wat je nog kunt bijsturen. Driekwart geef je als basisbemesting. Op basis van satelliet- en sensorwaarneming nog de laatste 25%. Zet je dan ook nog sensor naast gangbaar, want gangbaar varieer je ook, dan kan het verschil als gevolg van precisielandbouw nooit erg groot zijn.”U zegt: de mate van precisie op bij precisielandbouw op basis van veel gemeten informatie en gangbaar liggen heel dicht bij elkaar?“Ja, nu nog wel. En daarbij telt ook nog dat werkbreedtes van strooien en spuiten in dit opzicht groot zijn, 30 tot 45 meter, en sensordata die vaak nog niet de gewenste precisie bereikt. Die staan echte precisie in de weg.Wat verder telt, is dat door hoge temperaturen de mineralisatie bijvoorbeeld onverwacht fors kan zijn. Bij vochtig weer komen dan nutriënten ineens beschikbaar. Bij te weinig kun je bijstrooien. Bij te veel kun je niet weghalen. Als je wekelijks meet, kun je op basis daarvan je laatste gift vasthouden, niet strooien dus. De vraag is dan of je daar sensoren voor nodig hebt of je boerenvakmanschap.” Klinkt hierin cynisme door over precisielandbouw en sensoren?“Niet per se. Hooguit als het gaan om bijmesten. Vaak gaat het daarover. Op veel bedrijven vormen sensorbeelden een goed hulpmiddel om verschillen digitaal in beeld te krijgen, en zo mogelijk op te anticiperen. Neem aardappelen: Als je het van A tot Z waarmaakt, de bodem niet verdicht, zorgt voor een goede ontwatering – geen gebrek, niet te veel – je je pootgoed goed hebt bewaard en hebt getest, goed op temperatuur hebt gebracht, dán kun je op op basis van de kracht van het pootgoed variëren met de pootafstand. Zwaardere grond vraagt krachtiger pootgoed. En dan ga je vervolgens de groei faciliteren. Qua vochttoestand moet je dan minder weerafhankelijk worden; dat betekent beregenen of water afvoeren. Een volgende stap is monitoren, het gewas in de gaten houden en ziekte onder controle houden. Dat precies doseren is echt maar een onderdeeltje. Als je het voornaamste laat liggen, dan stelt die precisie maar heel weinig voor. Dáár zijn we achtergekomen door alles inzichtelijk te krijgen. Je kunt niet met rekenregels voor stikstof proberen verschillen op te heffen zonder de oorzaak te weten. Dat precieze kan pas als aan de basisvoorwaarden voldaan is.”‘Op veel bedrijven vormen sensorbeelden een goed hulpmiddel om verschillen digitaal in beeld te krijgen, en zo mogelijk op te anticiperen’Maar het verhaal van de juiste hoeveelheid op het goede moment op de juiste plek ...?“We zitten hier in Nederland al op een erg hoog productieniveau. Voor de laatste 5 tot 10% extra zou de precisie zo extreem hoog moeten zijn, dat lukt niet. Als je de vraag stelt wat de Nederlandse boer heeft aan preciesielandbouw volgens de definitie, zeg ik: ik denk niet veel.”Wat brengt de precisielandbouw met al de nieuwe technieken wel?“Van begin tot eind alles weten. Je ziet een schaalvergroting in de akkerbouw die het moeilijker maakt precies alles te weten. Op grotere bedrijven is de meerwaarde dat we met precisie de situatie kunnen benaderen zoals je die vroeger had op familiebedrijven. Akkerbouwers hadden na jarenlang gebruik hun percelen goed in het hoofd en maakten van die kennis bij hun teeltmaatregelen. Maar dat kan niet meer op dezelfde manier wanneer je op een groot bedrijf met minder mensen en ook nog deels vanaf kantoor een bedrijf aanstuurt. Dan heb je hulpmiddelen nodig om sneller te kunnen anticiperen. Precisielandbouw is voor ons een mananagementhulp. In de basis is het een belangrijke administratieve basis.”‘Op grotere bedrijven is de meerwaarde dat we met precisie de situatie kunnen benaderen zoals je die vroeger had op familiebedrijven’ Nu heeft H-Wodka zich dus op de bodem gestort. Wat houdt het project HW2O in?“Het HW2O-project is het gevolg van eerder stappen die we hebben gezet. Wat ons duidelijk is geworden is dat serieuze verbetering mogelijk is door de knelpunten aan de basis weg te nemen. Dan gaat het om bodembelasting/ontlasting, bewatering/ontwatering, verbetering van bodemgesteldheid, de organischestofbalans. Deze zaken kun je niet afzonderlijk aanpakken. Het één werkt niet zonder het ander. Dat zou dweilen met de kraan open zijn. Het heeft geen zin nauw te gaan draineren en dan met machines van 50 ton of meer over het land te blijven rijden. Machines moeten lichter. Als stip op de horizon hebben we geformuleerd: kleine machines, autonoom werkend, veld- en wegtransport gescheiden. Per saldo krijg je op die manier minder verdichting van de bodem. We hebben het dan over maximaal 1 bar en maximaal 10 ton aslast bij de oogst. In het voorjaar een maximaal een halve bar. Dat dwingt tot nadenken over wat je aan het doen bent met bijvoorbeeld de grote pootcombinaties.”‘Kleine machines, autonoom werkend, veld- en wegtransport gescheiden; per saldo krijg je op die manier minder verdichting van de bodem’ Kleinere machines, dat zou een enorme trendbreuk zijn, een revolutie na vele decennia schaalvergroting in de mechanisatie.“Er was natuurlijk een goede reden voor de steeds grotere, zelfrijdende bunkerrooiers. Capaciteitsproblemen zijn altijd opgelost door meer vermogen. Arbeidsefficiëntie staat altijd op de eerste plaats. Dat blijft zo. Maar de bodem is zo ondertussen wel de beperkende factor geworden bij opbrengstverhoging.Automatisering en autonoom werkende machines brengen kosten met zich mee. In onze visie zijn die terug te verdienen als de arbeidsefficiëntie en de bodemgesteldheid omhoog gaan. Bij een betere bodemgesteldheid zijn minder inputs nodig.”Neem vervolgstappen op het gebied van bodemgezondheid. U leert meer tijdens het evenement Grond om te Boeren op 12 december. Komt u ook?

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.