PBL: omvang mestfraude niet te bepalen

Foto: Henk Riswick
De omvang van mestfraude is niet te kwantificeren. Dat benadrukt onderzoeker Hans van Grinsven van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) tijdens een technische briefing over de evaluatie van de meststoffenwet in de Tweede Kamer.Kamerleden reageerden kritisch op het PBL-rapport. Hierin worden cijfers genoemd dat 30 tot 40% van de dierlijke mest zich in het zwarte circuit bevindt, omdat sectorbestuurders deze getallen eerder hebben genoemd. Deze cijfers zijn echter niet wetenschappelijk onderbouwd.Vier argumenten“De discrepantie tussen de gegevens over mest die er zijn is zodanig groot dat we er vanuit moeten gaan dat er fraude is”, zegt Van Grinsven. Hij heeft hier vier argumenten voor. “Boeren zeggen zelf dat er fraude is en dat ze er last van hebben”, aldus Van Grinsven. Ook blijkt uit de handhaving van RVO.nl dat er bij intermediairs in 39% van de gevallen niet volgens regels wordt gewerkt. Daarnaast worden bij mesttransporten soms zodanig hoge stikstof- en fosfaatgehalten gemeld dat dit fysiek niet eens mogelijk is”, zegt Van Grinsven. Als vierde argument dat er sprake is van fraude noemt Van Grinsven de mestboekhouding per regio, op basis van aan- en afvoer van mineralen. “Dit klopt al tien tot vijftien jaar niet. Dat komt deels door onzekerheden op het gebied van excreties en dieraantallen, maar dat is niet helemaal terug te rekenen tot de grote verschillen die we zien.”‘Geen onderbouwing of uitleg’De Kamer is ook kritisch over de keuzes die gemaakt zijn bij het onderzoek. Volgens het Mesdagfonds is er zonder onderbouwing of uitleg gekozen voor scenario’s waarbij de overschrijding van normen bij de landbouw wordt neergelegd, ook als dit uit bronnen komt waar de landbouw geen invloed op heeft. Lubbert van Dellen, secretaris van het Mesdagfonds benadrukt dat de landbouw graag wil bijdragen aan schoon water. “De landbouw heeft het grootste belang bij schoon water en is dus graag bereid om een bijdrage te leveren aan schoon water. Er worden nu 160.000 koeien geslacht met als één doel: schoner water. Deze dieren verdienen het dat we hier zorgvuldig mee omgaan”, vindt Van Dellen. Hij voegt er aan toe dat de landbouw alleen iets kan doen aan dat deel van de uitstoot waar de landbouw invloed op heeft. Keuze voor een te grote opgave voor landbouwVan Grinsven reageert dat er inderdaad twee modellen zijn, een met een grote opgave voor de landbouw en een met een kleine opgave voor de landbouw. “We hebben gekozen voor de eerste, omdat de opgave voor de overige bronnen anders vele malen groter zou zijn dan het potentieel van deze bronnen. Dat is niet realistisch en als je deze zou gebruiken, zou je onbedoeld een normverlaging introduceren. Dat is niet terecht”, legt Van Grinsven uit. Hij voegt er aan toe dat deze modellen al vele jaren worden gebruikt. Ook worden de bijdragen van andere bronnen genoemd bij de reductiedoelstelling. ‘Krimp veestapel lost niet alles op’Op de vraag van Esther Ouwehand (PvdD) of een krimp van de veestapel de problemen niet oplost, reageert Van Grinsven helder. “Een krimp van de veestapel kan een oplossing bieden voor verschillende problemen, zoals de uitstoot van ammoniak en andere broeikasgassen, maar het heeft geen effect op de waterkwaliteit, omdat deze af hangt van de gebruiksnormen. Als we de veehouderij zouden verbieden, kan de waterkwaliteit nog wel eens verslechteren, omdat er dan meer stikstof en fosfaat zal uitspoelen omdat er dan ook grasland verloren gaat. Onder grasland is de uitspoeling kleiner dan onder bouwland.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









