‘Over 3 jaar rust en arbeidsvreugde’

Meulenbroeks wil, samen met vleesvee-collega Hartendorf en algemeen voorzitter Calon, de bijzondere fosfaat-knelgevallen helpen. Ze menen dat dat dit niet ten koste hoeft te gaan van het collectief, zonder dat de generieke korting stijgt. - Foto: Bert Jansen
Wil Meulenbroeks werd goed een jaar terug voorzitter van LTO Melkveehouderij. Hij wil een echte belangenbehartiger zijn, maar wil ook rust op en om het bedrijf.Ruim een jaar geleden trad de Brabantse melkveehouder Wil Meulenbroeks aan als voorzitter van de vakgroep LTO Melkveehouderij. Met Boerderij kijkt hij terug op dat eerste jaar en kijkt hij vooruit naar de uitdagingen die de melkveehouderij nog te wachten staan.Meulenbroeks wil, samen met vleesvee-collega Hartendorf en algemeen voorzitter Calon, de bijzondere fosfaat-knelgevallen helpen. Ze menen dat dat dit niet ten koste hoeft te gaan van het collectief, zonder dat de generieke korting stijgt. - Foto: Bert JansenNieuwe voorzitter voor meer eigen gezichtWil Meulenbroeks (57) heeft een melkveebedrijf in Lage Mierde met 230 melkkoeien en 140 stuks jongvee op 49 hectare land. Voor de mestafzet werkt hij samen met akkerbouwers in de buurt. Hij drijft het bedrijf in maatschap met zijn vrouw en een zoon. Meulenbroeks werd in september 2017 voorzitter van de LTO vakgroep Melkveehouderij. Tegelijk met zijn aanstelling werkte de vakgroep ook een nieuwe visie uit, die de melkveehouderij weer meer een eigen gezicht moet geven en de sector ‘toekomstbestendiger’ moet maken: duurzamer, meer verbonden met de maatschappij en meer in rust.Hoe ervoer u het voorbije jaar?“Het was hectisch. We startten met een nieuw bestuursteam, een nieuwe visie en er was direct een grote klus af te maken. Ik doel op het fosfaatreductieplan 2017. De melkveehouders hebben echter laten zien dat ze zichzelf kunnen reguleren. Dat is echt een compliment waard.”Zonder derogatie was het helemaal een puinhoop geweestOndertussen is wel de hele bedrijfstak verscheurd.“Het is typisch Nederlands om zo te praten. Zonder derogatie was het helemaal een puinhoop geweest. Dan zaten veel meer bedrijven in de problemen en zaten we met allerlei detailregels opgezadeld, lagere gewasnormen voor het telen van voedergewassen en dergelijke.”Wat doen we nu dan met die verscheurde sector?“Die verscheurdheid was een reden waarom ik erin ben gestapt. Het gaat erom de inkomenspositie van melkveehouders te verbeteren en perspectief te bieden voor iedereen. Daarbij begint het ermee dat we meer rust creëren rond de bedrijven. De afgelopen jaren zagen we dat er steeds weer een wet bijkwam, waaraan ondernemers moesten voldoen. Dat is nu voorbij. Er komt meer rust.”Er kwam wel een flinke groep bedrijven in de knel.“Er is uiteindelijk een beperkt aantal bedrijven dat echt in de problemen komt, bedrijven die zonder hulp zullen omvallen. VLB heeft dat uitgezocht. Het betreft zo’n 130 tot 140 bedrijven. Voor hen blijven we zoeken naar een oplossing, al is dat verschrikkelijk moeilijk.”Hoe moet dat? Er is immers een beperkte fosfaatruimte – want daar gaat het toch om – beschikbaar voor de hele sector. Waarom moet je individuele bedrijven willen redden ten koste van het collectief? Zo beleven veel boeren het immers ook?“De vraag is of het ten koste van het collectief hoeft te gaan. Het is heel lastig om oplossingen te vinden voor deze groep, maar we blijven zoeken. Ik doe dat overigens niet alleen, maar samen met collega Wouter Hartendorf van LTO Vleesvee en met onze voorzitter Marc Calon.”Zijn er nog ergens fosfaatrechten te vinden dan, want daar gaat het toch vooral om? En moet je ondernemers helpen die zwaar hebben gegokt met hun kansen?“Dat zou ik zo niet willen zeggen. Soms was de situatie te voorzien geweest voor bedrijven die in de problemen zijn geraakt, maar soms ook niet. We ondersteunen waar mogelijk.”Maar moet je dan echt elk individueel geval willen helpen? Ten koste van het geheel?“Als je zo redeneert, heb je geen belangenbehartiging meer nodig. Ik vind dat we soms ook moeten gaan voor het bestaansrecht van individuele leden. ”Hoe lang kun je zulke bijzondere knelgevallen blijven ondersteunen?“Ze hebben tijd nodig om zelf rechten te kunnen verwerven. Het betreft vaak jonge ondernemers met relatief grote bedrijven, die door de introductie van de fosfaatwet geen toekomstperspectief meer hebben.”Wanneer helpt LTO echt niet meer?“Bijvoorbeeld bij dierverwaarlozing, maar ook dat is vaak geen op zichzelf staand probleem.”FrieslandCampina heeft gezegd: een te hoge kalversterfte is onacceptabel.“Wat je bij bedrijfsontwikkeling en schaalvergroting vaak ziet, is dat eerst de koeienstal wordt uitgebreid. Daarna komt de rest. De focus is helemaal op het melken.” Als een melkveehouder zegt: dat kalf is toch bijna niets waard, ik besteed er niet veel tijd aan, dan komen LTO en andere partners in de keten in actie“Bovendien wordt nog wel eens over het hoofd gezien dat bij uitbreiding tijdwinst valt te behalen op het melken. Dankzij automatisering en dergelijke, maar die tijdwinst is niet te behalen op de verzorging van de kalveren. Daar is juist extra tijd voor nodig. Dat moet men zich beter realiseren. Als een melkveehouder zegt: dat kalf is toch bijna niets waard, ik besteed er niet veel tijd aan, dan komen LTO en andere partners in de keten in actie. De meest extreme gevallen, met 40% uitval en meer, hebben we inmiddels aangepakt.”Dat kun je amper streng noemen. Ook 20% uitval is nog te veel.“Dat klopt, maar we beginnen rustig en gedoseerd. Mensen houden meer van honing dan van azijn. De kalversterfte blijft ondertussen wel een zorgpunt en komt het imago van de melkveehouderij niet ten goede. Het zou goed zijn als we de kostprijsverhoging vanwege de aanpak van dit soort zaken op het boerenerf beter doorvertaald kregen in de melkprijs.”Minister Schouten omarmt in haar landbouwvisie de kringloopgedachte. Dat zal LTO deels aanspreken, maar zal dat de melkveehouderij geen melkproductie gaan kosten?“Nee. Als ik zie welke latente mogelijkheden er nog zijn wat betreft benutting van mineralenstromen, reststromen, voedingsresten en dergelijke, dan zie ik nog heel veel kansen.”De KringloopWijzer, die jullie zo graag wettelijk willen verankeren, is die wel echt veilig? De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit vertrouwt het niet.”“Er zijn zo veel kruiscontroles van gegevens dat het bijzonder moeilijk wordt om te sjoemelen. En als we er bij elk systeem op blijven hameren dat er ergens een lek zit, komen we niet verder.”Als er door het gebruik van de KringloopWijzer extra ruimte ontstaat, hoeveel procent zou je daarvan als melkveehouderij mogen benutten?“Op dit moment niets, maar we hadden heel graag dit jaar geëxperimenteerd met de KringloopWijzer. In de fosfaatbrief van minister Schouten van 14 september staat dat we alsnog met de pilot KringloopWijzer kunnen starten in 2019. Ik zou zeggen: je doet het al supergoed als je nog 10% extra ruimte vindt.”Hoe zit het met het eigen gezicht van LTO Melkveehouderij? Jullie waren erg versmolten geraakt met de zuivelsector.”We werken nog steeds heel nauw samen in de Duurzame Zuivelketen, wel nadrukkelijk vanuit het boerenbelang.”Waar zie je dan iets meer van het LTO-gezicht?“Vooral in de eigen visie van de vakgroep LTO Melkveehouderij. We willen echter nog meer richtinggevend en agendazettend zijn. Tegelijkertijd willen we de kracht van de zuivelketen blijven benutten. We moeten goed kijken hoe we de doelen van de zuivelketen beter laten landen op het boerenerf.” Vanwege I&R-problemen zijn een paar honderd bedrijven op slot gegaan. Hoe zit het daarmee?“Er zijn bedrijven op slot gegaan waar niets fout is gegaan. Er waren soms wel onvolkomenheden, maar geen fouten aan te tonen. Ik ben nog steeds getergd over de gang van zaken rond die kwestie. De NVWA is na een half jaar nog niet met cijfers gekomen.”Is de melkveehouderij als geheel zelfregulerend?“Ik durf te zeggen van: ja! Als je ziet welke stappen wij zetten als sector. 10 jaar geleden zag het er echt nog heel anders uit. De oplossing ligt bij stimuleren in plaats van sanctioneren.”De melkveehouderij zit in een fase van veel aanpassingen en veranderingen. Waar staan we over 3 jaar?“Dan is er rust op de fosfaatmarkt, zijn de fosfaatrechten nog een derde waard van wat ze nu kosten en hebben boeren voordeel van alle inzet nu. Op het moment dat boeren binnen hun bedrijf de ruimte krijgen om de dingen te doen die nodig zijn, geeft dat meer rust en arbeidsvreugde.”Mede-auteur: Robert Bodde
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









