Foto: Hans Bijleveld PluimveeNieuws

Ophokplicht ingetrokken in Oost-Nederland

De ophokplicht vanwege de vogelgriep wordt per direct ingetrokken in zeven regio’s in het oosten van Nederland. Dat heeft minister Staghouwer van LNV bekendgemaakt.

Het gaat om de regio’s 4, 5, 8, 11, 17, 18 en 20 (zie kaart). De minister stelt met de gedeeltelijke opheffing ruimte te geven aan vrije-uitloopbedrijven in regio’s waar de kans van besmetting van een bedrijf met vogelgriepvirus nu lager wordt ingeschat. Zodra de dieren weer naar buiten kunnen, mogen de vrije-uitloopeieren in de zeven regio’s weer met een ‘1’ gestempeld worden.

Verantwoord

De minister acht de gedeeltelijke opheffing van de ophokplicht in die regio’s verantwoord, ook al waren er deze maand nog besmettingen met hoog pathogene vogelgriep in Hierden, Tzum en Biddinghuizen, en worden er in verschillende regio’s ook nog dode, besmette wilde vogels gevonden. Hij noemt de vogelgriepsituatie in Nederland dan ook nog steeds ernstig. “In de natuur hebben veel wilde vogels te lijden onder het virus en zo’n 66 Nederlandse pluimveelocaties zijn sinds oktober 2021 besmet geraakt en geruimd. De vogelgriepuitbraken onder wilde vogels – zoals bij kolonies sterns aan de Nederlandse kust – zijn verontrustend voor de instandhouding van deze soorten en eveneens voor de verspreiding van het virus.”

Minister Staghouwer geeft aan in zijn afwegingen naast de veterinaire risicobeoordeling van de Deskundigengroep Dierziekten ook andere aspecten te hebben meegenomen, zoals dierenwelzijnsaspecten en de financiële schade en het verlies van marktaandeel voor de vrije-uitloopsector. Ook wijst hij op de maatschappelijke wens dat in Nederland ruimte is voor een vrije-uitloopsector, waar kippen gedurende in elk geval een bepaalde periode buiten kunnen scharrelen.

Broodnodige perspectief

Voorzitter Kees de Jong van de vakgroep Pluimveehouderij van LTO/NOP zegt erg blij te zijn met wat hij noemt het “broodnodige perspectief voor de Freilandsector, die erg in de knel is komen te zitten”. De Jong noemt het wel zuur voor de pluimveehouders in regio’s waar nog een ophokplicht van kracht is. Ook wijst hij erop dat LTO/NOP zich hard blijft maken voor de afschaffing van de 16-wekentermijn en voor gelijkstelling met de regels die gelden voor de ophokplicht bij het biologische segment.

LTO/NOP hecht grote waarde aan de regionale afschakeling van de ophokplicht zodra dat in bepaalde regio’s verantwoord is. Hij stelt dat de vinger aan de pols gehouden moet worden maar wijst erop dat het risico op uitbraken in de zomer kleiner is.

Bart-Jan Oplaat, voorzitter van de NVP, zegt dat wat hem betreft deze maatregel ook 3 weken geleden genomen had mogen worden toen de Deskundigengroep voor deze gebieden al wees op een verlaagd risico. ”Sindsdien is er aan de situatie niet veel veranderd, maar het is net als met Covid: soms wordt alleen afgegaan op het advies van het OMT en soms worden ook andere aspecten meegewogen en daar zijn we blij mee.”

Advies Deskundigengroep

De Deskundigengroep Dierziekten heeft op 22 juni de kans dat een pluimveebedrijf wordt besmet als de ophokplicht wordt opgeheven in heel Nederland ingeschat als ‘matig tot hoog’. De deskundigen schatten bij opheffing van de ophokplicht de kans op besmetting van een bedrijf in regio’s grenzend aan Duitsland en België (regio’s 4, 5, 8, 11, 17, 18, 19 en 20) in als ‘matig’. In de vorige beoordeling van begin juni was dat ‘medium tot hoog.’

Uitgezonderd Noord-Limburg

Sinds mei zijn in deze regio’s geen meldingen van dode wilde vogels met hoogpathogene vogelgriep meer geweest en waren er geen uitbraken. Het opheffen van de ophokplicht in aangrenzende gebieden in Duitsland en België heeft ook niet tot uitbraken op commerciële bedrijven geleid. De minister heft daarom de ophokplicht in die regio’s op met uitzondering van regio 19 (Noord-Limburg) waar de pluimveedichtheid erg hoog is. Mocht zich daar een besmetting voordoen, bestaat de mogelijkheid dat het virus zich snel tussen de bedrijven verspreidt.

Geen verspreiding door ruiming

Minister Staghouwer informeert de Tweede Kamer in een brief over de stand van zaken en over onderzoek van Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) naar een eventuele relatie tussen het ruimen van een besmet bedrijf en besmettingen van bedrijven op relatief korte afstand. Uit de analyses van WBVR zijn geen aanwijzingen naar voren gekomen dat ruiming door de NVWA een rol heeft gespeeld bij de verspreiding van het vogelgriepvirus naar nabijgelegen bedrijven. Daarbij is gekeken naar de clusters in Zeewolde, Hierden, Woltersum, rondom Barneveld en in Lunteren.

Beheer
WP Admin