Oorzaak nertsenbesmettingen blijft ongewis

Foto: Michel Zoeter
Bij nertsenbedrijven blijken meer mensen besmet te zijn met het coronavirus dan aanvankelijk gedacht. Nertsen blijken zeer gevoelig voor het virus en verspreiden het veelvuldig. Hoe de bedrijven besmet zijn geraakt, blijft een raadsel.De coronabesmettingen bij nertsenbedrijven roepen veel vragen op en creëren bezorgdheid. Ondanks de ruimingen van besmette bedrijven, vervoersverboden en hygiënemaatregelen loopt het aantal besmette bedrijven nog altijd op. Inmiddels zijn 56 bedrijven besmet verklaard. Over de oorzaak van de besmettingen tasten wetenschappers nog altijd in het duister. Recent onderzoek van Faculteit Diergeneeskunde, Gezondheidsdienst voor Dieren, GGD-en, Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) en Erasmus Universiteit bij de eerste zestien besmette bedrijven wijst wel uit dat er onder medewerkers, eigenaren en gezinsleden veel meer besmettingen waren dan tot nu toe bekend: 66 van de 97 geteste mensen waren positief. Het is in de meeste gevallen niet duidelijk of de mensen de dieren hebben besmet of andersom. “Dat is niet meer te achterhalen. Mede omdat de bedrijven vrij snel na de besmetting geruimd zijn”, legt onderzoeker Arjan Stegeman van de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht uit. Gevoelig voor het virus“Nertsen blijken ontzettend gevoelig voor het virus. Ze scheiden bovendien veel virus uit, soms zonder dat ze ziekteverschijnselen hebben”, legt Wim van der Poel van WBRV uit. Hij vindt het risico voor mensen die op een besmet bedrijf werken groter dan bij mensen die op de IC’s comapatiënten verzorgen. “Er is veel meer virusblootstelling op de bedrijven en bovendien zijn de medewerkers niet gewend om met beschermende kleding te werken. Dat maakt het risico groter.” Ondanks de hogere besmettingsgraad onder mensen op besmette bedrijven, ziet het ministerie geen reden om het beleid aan te scherpen. “De onderzoeksresultaten laten geen verspreiding buiten de bedrijven zien. Ook in dit onderzoek is vastgesteld dat het virus zich niet via de lucht verspreidt. Het risico voor omwonenden is verwaarloosbaar”, aldus een woordvoerder van LNV. Lees verder onder fotoDe oorzaak van de steeds weer nieuwe besmettingen op nertsenbedrijven is nog altijd een raadsel. - Foto: Michel ZoeterVijf clustersUit de virustypering blijkt dat er vijf verschillende clusters zijn bij de besmette nertsenbedrijven. Bij de 34 onderzochte patiënten in de omgeving komt dezelfde variatie aan typen coronavirussen voor als in andere regio’s in Nederland. In de database van het Erasmus MC staan 1775 typen (sequenties) van het coronavirus die in Nederland voorkomen. De virustypen bij de nertsenbedrijven zijn ook vergeleken met typen die in Polen voorkomen, vanwege de herkomst van veel medewerkers. Hier werden geen overeenkomsten gevonden. In totaal werden bij mensen die verbonden zijn aan de nertsenbedrijven 18 verschillende typen coronavirus aangetroffen, die nauw verwant zijn aan de typen die bij de nertsen werden aangetroffen. Bij sommige bedrijven werden meerdere typen virus aangetroffen. Hieruit blijkt dat het virus al geruime tijd circuleerde onder de dieren, voordat een besmetting werd aangetoond.Zoönosen zijn van alle tijdenZoönosen, infectieziekten die van dieren op mensen overgaan, zijn van alle tijden. Het overgrote deel van de nieuwe infectieziekten heeft een dierlijke oorsprong. In Nederland wordt jaarlijks een overzicht gemaakt van de mate waarin zoönosen voorkomen. Bacteriële infecties zoals Campylobacter, Listeria monocytogenes, Salmonella en STEC zorgen via het voedsel voor de meeste infecties bij mensen. De meest bekende zoönosen zijn MRSA dat van varkens en vleeskalveren kan worden overgedragen op mensen, en Q-koorts. In Nederland vond tussen 2008 en 2011 een grootschalige uitbraak van Q-koorts plaats in Oost-Brabant, die gerelateerd was aan de geitenhouderij. Terwijl veel geitenbedrijven geen verschijnselen hadden, werden mensen in de omgeving wel ziek. Drachtige geiten werden geruimd om verspreiding van de bacterie te voorkomen. Tientallen mensen met Q-koorts overleden en duizenden mensen werden ziek. Inmiddels worden melkgeiten en schapen verplicht gevaccineerd tegen Q-koorts.
Sommige politici vrezen dat Nederland door de vele dieren en mensen op een relatief klein oppervlak een broedplaats van zoönosen wordt. “Als je veel dieren hebt die gevoelig zijn voor bepaalde zoönosen, moet je maatregelen nemen om introducties te voorkomen. Je moet bijvoorbeeld voorkomen dat watervogels – die een reservoir zijn voor vogelgriepvirussen – in contact komen met gehouden pluimvee”, legt Wim van der Poel uit. “Én als je circulatie hebt van een ziekte onder mensen, zoals nu bij het coronavirus, moet je hele strenge maatregelen nemen om introducties bij dieren te voorkomen. Als je dat niet doet, kan er een broedplaats ontstaan.”
Vroege detectie van nieuwe ziekten of veranderingen bij dierziekten is volgens Van der Poel essentieel om maatregelen te kunnen nemen. “Alle signalen die dierenartsen zien van nieuwe ziekten of bekende ziekten die agressiever lijken te worden, moet je serieus nemen.”
Stegeman ziet de Nederlandse veehouderij niet zozeer als verhoogd risico voor nieuw opkomende zoönosen. “Zoönosen ontstaan vooral in gebieden waar wilde dieren en gehouden dieren nauw met elkaar in contact komen”, legt hij uit. Om de veehouderij nog veiliger te maken tegen zoönosen, zou de veehouderij juist meer afgesloten moeten worden. De wens naar meer soorteigen gedrag en uitloop is voor het ontstaan van zoönosen niet zo gunstig. Pluimvee met uitloop raakt ook veel vaker besmet met vogelgriep dan staldieren. Voor grootschalige verspreiding van vogelgriep, vooral H5N1, onder mensen wordt al jaren gevreesd. Hoewel er tientallen mensen besmet en overleden zijn (vooral in Azië), is het nooit een grote pandemie geworden omdat het virus wel van dier op mens kan overgaan, maar niet makkelijk van mens op mens overdraagbaar is. Het zogeheten backyardfarming, waarbij mensen thuis verschillende diersoorten houden en markten waar verschillende levende dieren worden verhandeld, zijn volgens hem een groter risico. Vooral als mensen en diverse diersoorten (wild en tam) in nauw contact met elkaar leven, is het risico op het ontstaan van nieuwe zoönosen groter, aldus de wetenschapper.RaadselDe oorzaak van de steeds weer nieuwe besmettingen is nog altijd een raadsel. Uit onderzoek blijkt dat er geen aanwijzingen zijn voor een besmettingsroute via voer, voertuigen, huisdieren, wild, op bedrijven gebruikte materialen of via de lucht. Wetenschappers verwachtten eerder dat het aantal besmette bedrijven zou afnemen door de hygiënemaatregelen en wanneer het aantal besmettingen bij mensen zou dalen. Dat bleek niet het geval. Volgens Stegeman zijn hiervoor drie mogelijke verklaringen. In de eerste plaats zijn de menselijke contacten met dieren onvoldoende in beeld. Om dit te ondervangen heeft landbouwminister Carola Schouten het beleid aangescherpt: bedrijven moeten vooraf bij de NVWA melden welke medewerkers er op het bedrijf werken en als deze medewerkers bij een ander bedrijf willen gaan werken, moet er verplicht minimaal twee weken tussen zitten.Een optie is dat de besmetting al veel eerder is geïntroduceerd op bedrijven dan gedacht. De tweede mogelijke verklaring vormen mogelijke transmissieroutes die eerder niet uitgebreid onderzocht zijn. Gedacht wordt aan vogels, ratten en muizen of andere wilde dieren. “Dat is heel moeilijk onderzoek. Het zijn dieren die het virus zelf niet actief vermeerderen. Daardoor is het moeilijk aan te tonen dat ze mogelijk als passieve vector een rol spelen”, legt Stegeman uit. Bij het onderzoek zijn enkele ratten onderzocht, maar daarbij is geen coronavirus gevonden. Ook wordt bekeken of vogels een rol spelen.Een derde optie is dat de besmetting al veel eerder is geïntroduceerd op bedrijven dan gedacht. Mogelijk is er een grote spreiding in incubatietijd per bedrijf dan werd aangenomen. Bij de eerste bedrijven leidden de besmettingen na ongeveer een maand tot opmerkelijke ziekteverschijnselen. “De verspreiding binnen bedrijven hangt sterk samen met menselijke activiteit zoals het spenen of vaccineren van dieren. Als er nauwelijks contact is met nertsen kan een nerts in theorie alleen het dier naast zich besmetten. Omdat lang niet alle nertsen ziek worden of dood gaan, duurt het in zo’n geval lang voor een besmetting in een bedrijf aan het licht komt,” legt Stegeman uit. Van der Poel had niet gedacht dat het virus zo moeilijk onder controle te krijgen was.Lees verder onder tabelGeen nieuwe virustypen op bedrijvenDe suggestie die wel eens wordt gewekt dat bedrijven met opzet besmet worden met het virus, of dat actievoerders bewust bedrijven zouden besmetten, duikt met enige regelmaat op. Recent vroegen nertsenhoudersorganisaties de overheid om bij het onderzoek ook verdachte situaties mee te nemen. Voorzitter Wim Verhagen van NFE noemt een voorbeeld van een bedrijf waar mensen zich verdacht gedroegen en waarbij het bedrijf enkele weken later besmet bleek met het virus. Het is duidelijk dat bedrijven elkaar besmetten. Maar welke factoren een rol spelen bij die transmissie blijft onduidelijkDe onderzoekers kunnen dergelijke zaken niet aantonen. “We zijn onderzoekers, geen opsporingsambtenaren”, zegt Stegeman. “Het is wel opmerkelijk dat er vanaf het begin vijf virusclusters zijn die circuleren. Dat is nog steeds zo. Je zou verwachten dat er meer varianten binnen zouden komen, omdat het aantal besmettingen bij mensen ook weer toeneemt. Dat is niet gebeurd. Dat lijkt erop te wijzen dat nertsenhouders echt hun best doen om het virus buiten de deur te houden”, zegt Stegeman. Hij verwijst ook naar de ontwikkelingen in Denemarken. Daar zijn inmiddels twintig bedrijven besmet. “Daar gebeurt nu hetzelfde als eerder in Nederland. Bedrijven worden niet geruimd, dus daar is zeker geen reden om bedrijven bewust te besmetten.” De laatste besmette bedrijven behoren allemaal tot twee clusters. “Het is dus duidelijk dat bedrijven elkaar besmetten. Maar welke factoren een rol spelen bij die transmissie blijft onduidelijk”, aldus Van der Poel. Het onderzoek naar de besmettingsroutes loopt voorlopig door. “We hopen er veel van te leren. Als er onverhoopt toekomstige virussen komen die grotere diersectoren raken, kunnen we er ons voordeel mee doen”, aldus Stegeman. Aantal besmettingen in Denemarken neemt snel toeBehalve in Nederland loopt het aantal besmettingen bij nertsenbedrijven in Denemarken ook snel op. Inmiddels zijn 22 bedrijven besmet verklaard in Noord-Jutland. Besmette bedrijven worden in Denemarken niet geruimd. Wel worden de bedrijven nauwlettend in de gaten gehouden. Denemarken heeft met 1.136 nertsenbedrijven de grootste nertsenbontsector ter wereld. Ook in de Verenigde Staten (2) en Spanje (1) zijn besmette bedrijven gemeld. In Spanje werd geruimd, in de VS niet. In andere grote bontproducerende landen als China, Rusland en Polen zijn geen besmette bedrijven gerapporteerd.
Nederlandse nertsenhouders zijn in afwachting van de wetswijziging en compensatieregeling voor verplichte bedrijfsbeëindiging per maart 2021. LandbouwminIster Schouten kondigde eind augustus aan dat de ze regeling, met een totaal budget van € 180 miljoen, snel zou opstellen. Nu lijkt dit traject, mede vanwege de juridische onderbouwing, wat meer tijd te vergen. Ook gesprekken met de sector lopen nog. Voorzitter Wim Verhagen van de NFE hoopt dat er snel duidelijkheid komt, zodat nertsenhouders weten waar ze aan toe zijn.
Sinds augustus gelden ook verscherpte maatregelen met betrekking tot personeel en veiligheidsmaatregelen. De NVWA doet extra controles. Resultaten hiervan zijn er nog niet. Verhagen merkt dat ondernemers het contact met de dieren zo minimaal mogelijk houden om besmetting te voorkomen. Normaal is er in de aanloop naar de pelsperiode in oktober en november veel contact met de dieren, omdat ze beoordeeld moeten worden.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









