‘Oog van de meester onmisbaar in de veredeling’

Jan van Loon - Foto: Ruud Ploeg

Jan van Loon - Foto: Ruud Ploeg


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Jan van Loon (76) schreef een proefschrift over aardappelveredeling. Die is technischer geworden. “Maar het gevoel kan niet worden vervangen door computer of gentechniek.”Aardappelveredelaar Jan van Loon geeft zijn bezoeker een boek van ruim 400 pagina’s. Het is het proefschrift waarop hij op 15 mei promoveerde aan Wageningen University. Daarin beschrijft hij de geschiedenis van de Nederlandse aardappelveredeling. Gewoonlijk staan promovendi aan het begin van hun carrière. Voor de 76-jarige Van Loon is het een van zijn laatste wapenfeiten in zijn lange loopbaan als aardappelkweker. Het promotieonderzoek nam ruim 5 jaar in beslag. Zijn belangrijkste conclusie: de Nederlandse pootgoedsector is groot geworden door eendrachtige samenwerking.Dat is ook te zien op zijn kweekveld in Marknesse. Dat ligt naast dat van veredelingsbedrijf The Potato Company (TPC). Van Loon is altijd een vrije kweker geweest, maar sloot zich 4 jaar geleden aan bij TPC. Volgens hem is nog zo’n 10% van de kleine aardappelkwekers vrij, de rest heeft zich aangesloten bij een van de handelshuizen. Dat vergemakkelijkt de vermarkting van nieuwe rassen.Jan van Loon (76) startte in 1973 als aardappelveredelaar bij Cebeco-Handelsraad. In 1982 stapte hij over naar Hettema, dat later fuseerde met coöperatie ZPC tot HZPC. Daar bleef hij tot zijn pensionering eind 2000. Van Loon werd een vrije aardappelkweker, die zich 4 jaar geleden aansloot bij The Potato Company. - Foto: Ruud PloegDe veredeling is de laatste 20 jaar technischer geworden, met de komst van merkers en de mogelijkheid om het genoom van een plant snel en nauwkeurig af te lezen. Maar Van Loon verwacht dat het traditionele kwekerswerk blijft. “Het oog van de meester is onmisbaar. Als ik mijn kruisingen heb opgerooid, dan stel ik mezelf een vraag. Van welke aardappel wil ik wel 100 ton in de schuur hebben liggen? Dat gevoel kan niet vervangen worden door gentechnieken of een computer.”Wat heeft de Nederlandse aardappelveredeling groot gemaakt?“De belangrijkste zijn de onderlinge samenwerking, de instelling van het kwekersrecht en de goede infrastructuur die vooral in de beginfase is opgebouwd door initiatieven van keuringsdienst NAK en het vroegere Instituut voor Plantenveredeling van Landbouwgewassen (IVP). Vooral de invoering van het kwekersrecht in 1941 en de herziening daarvan in de Zaaizaad- en Plantgoedwet van 1967 betekende veel voor de veredeling. Vanaf 1941 kregen de veredelaars via het kwekersrecht een vergoeding voor hun inspanningen. Vanaf 1967 hebben ze het exclusieve eigendomsrecht (monopolie) over hun rassen. Het ontstaan van monopolierassen heeft het bedrijfsmatig kweken sterk gestimuleerd. Je moest als handelshuis eigen rassen hebben om pootgoed van beschermde rassen te kunnen verhandelen. Een ander voordeel van de monopolierassen is dat handelsbedrijven vraag en aanbod beter op elkaar kunnen afstemmen.”Het bedrijfsmatig kweken heeft tegenwoordig een sterk technisch karakter, met merkers, het aflezen van het plantengenoom en het computermatig verwerken van grote hoeveelheden gegevens. Is het handmatige kweekwerk nog wel nodig?“Ja, het oog van de meester blijft onmisbaar. Nederland telt ongeveer 15 veredelingsbedrijven en 150 kleine kwekers. Tot en met 2007, het laatste jaar dat de aardappel op de rassenlijst stond, was 66% van alle Nederlandse rassen afkomstig van kleine kwekers. Deze kwekers zijn voor 90% aangesloten bij grote veredelingsbedrijven en kunnen zo indirect profiteren van dure genetische technieken. Deze technieken zijn bruikbaar bij eigenschappen die gemakkelijk overerven, zoals resistentie tegen phytophthora of aardappelmoeheid. Maar een eigenschap als opbrengst wordt bepaald door veel meer genen. Dan blijft het selecteren mensenwerk. Je moet gevoel en passie ontwikkelen voor de aardappel. Dat kan niet vervangen worden door gentechnieken of een computer.”Mijn grootste zorg is dat de pootgoedsector steeds minder bedrijven teltNieuwe gentechnieken zoals cisgenese en Crispr-Cas blijven vallen onder de huidige regels voor genetische modificatie. Wat vindt u daar van?“Ik vind dat dergelijke technieken gebruikt moeten kunnen worden zo lang soortgrenzen niet worden overschreden, dus alleen wanneer genen worden ingebracht die binnen de soort voorkomen. De oude regels voor genetische modificatie hebben dringend een update nodig. Andere landen passen deze technieken wel toe. De Nederlandse aardappelveredeling moet mee kunnen in die ontwikkeling, anders raken we langzaam onze voorsprong kwijt.”Grote veredelingsbedrijven als Aardevo (samenwerking KWS en Simplot) en Solynta richten zich op de hybride veredeling van diploïde aardappelen. Zo willen zij uiteindelijk aardappelen uit zaad telen. Zitten zij op de goede weg?“Het hybride aardappelras gaat er zeker komen. Bij de hybride veredeling maak je via inteelt homozygote ouderlijnen. Het grote struikelblok bij aardappelen is dat deze een sterke inteeltdepressie kennen. Inteelt verzwakt de aardappel in hoge mate. Ze bloeien moeilijker en de ouderlijnen zijn maar beperkt vruchtbaar. Dat maakt het ontwikkelen van hybride ouderlijnen lastig. Maar ik zie op termijn de hybride veredeling er wel komen. Dat is bij mais, koolzaad en bieten ook gelukt. Met hybride veredeling op diploïde-niveau via homozygote ouderlijnen kun je sneller gewenste eigenschappen inkruisen in nieuwe rassen. Maar uiteindelijk wil je tetraploïde (4 paar chromosomen) aardappelen telen. Want de verwachting is dat diploïde (2 paar chromosomen) aardappelen niet het productieniveau van tetraploïde aardappelen halen. Diploïde aardappelen telen, dat zie ik er voorlopig niet van komen.”Worden aardappelen straks uit zaad geteeld?“Ook dat zie ik niet zo snel gebeuren. De klonale vermeerdering via knollen heeft als groot voordeel dat alle planten dezelfde genetische eigenschappen hebben. Bij zaad is de genetische variatie groter. Dan krijg je geen uniforme partijen aardappelen. Dat willen de afnemers niet. Bovendien is de aardappel geen aantrekkelijk gewas voor bestuivende insecten. Hoe krijg je de bestuiving dan voor elkaar? Met handwerk? Ook moet je in ons klimaat aardappelplantjes eerst opkweken in de kas en later uitplanten in het veld. Dat heeft nadelen. Het jonge aardappelplantje is kwetsbaar voor slecht weer. Dat geeft risico op uitval. Plantmachines zijn er nog niet. Het vergt veel handwerk dat niet meer beschikbaar is. Ik zie de aardappelteelt uit zaad in ons klimaat niet snel van de grond komen.”Veredelaar promoveert op zijn 76steJan van Loon - Foto: Ruud PloegJan van Loon (76) promoveerde 15 mei 2019 aan Wageningen Universiteit op de geschiedenis van de aardappelveredeling in Nederland. Hij werkte tot eind 2000 bij diverse bedrijven, zoals Cebeco-Handelsraad en HZPC. Daarna werd hij een vrije kweker.Van Loon kwam bij toeval in de aardappelveredeling. “Ik wilde me bezig houden met de veredeling van een voedingsgewas om een bijdrage te kunnen leveren aan de voedselvoorziening in de wereld. Al voor mijn afstuderen in 1974 zocht Cebeco-Handelsraad contact met me. Ik had daar stage gelopen. Het bedrijf zocht een aardappelkweker. Zo ben ik daarin terechtgekomen.”Behoud de Nederlandse aardappelveredeling zijn prominente positie op de wereldmarkt?“Ja, en er is nog een enorme groei mogelijk. De consumptieaardappelen in de wereld worden slechts zeer beperkt geteeld uit gecertificeerd pootgoed. In steeds meer landen wordt het kwekersrecht beter geregeld. Dat betekent dat monopolierassen daar in licentie geteeld kunnen worden en dat de veredelaars hun inkomsten uit licenties ontvangen. Daar liggen nog enorme mogelijkheden voor de Nederlandse veredelaars.”Heeft u ook zorgen over de Nederlandse aardappelveredeling?“Mijn grootste zorg is dat de pootgoedsector steeds minder bedrijven telt. Als er dan een bedrijf een verkeerde koers vaart en marktaandeel verliest, dan heeft dat een groot effect op de hele Nederlandse pootgoedsector. Ook zie je dat de veredelaars steeds minder open zijn naar elkaar. Ieder bedrijf investeert in zijn eigen kweekprogramma en dat vergt steeds grotere investeringen. Daardoor is de openheid naar elkaar minder geworden. Terwijl de Nederlandse aardappelveredeling juist groot is geworden door de onderlinge samenwerking.Ik zeg altijd: je moet nooit bang zijn voor je concurrenten. Je moet beter zijn dan je concurrenten.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.