‘Onzeker toekomstbeeld melkveehouderij’

Laatst bijgewerkt:
Foto: Roel Dijkstra

Foto: Roel Dijkstra


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Wat de melkveesector nu overkomt, heeft de varkenshouderij jaren geleden al meegemaakt. De sector gaat onzekere tijden tegemoet.De grootste landbouwsector verkeert in alle staten. De melkveehouderij leeft in een roes en weet niet wat haar overkomt met de enorme regelstroom die Den Haag momenteel over haar uitstort. Deels valt dat de eigen belangenbehartiging en zuivelcoöperatie te verwijten; visieloos gingen ze het quotumtijdperk uit. Sterker nog, er werd opgeroepen om flink los te gaan, verwerking was geen probleem. Inmiddels weet iedereen beter. De verwerking is wel degelijk een probleem gebleken; de bijbehorende groei in koeien is echter een nog veel groter juk. De overheid treft evengoed blaam, die zag wat er stond te gebeuren, maar deed niets. Toenmalig staatssecretaris Dijksma kwam weliswaar met de wet ‘Verantwoorde groei melkveehouderij’, maar inhoudelijk stelde deze te weinig voor. Alle gevolgen zijn bekend; de mestmarkt is bezoedeld, de maatschappij verontrust, te laat ingrijpen door een lakse staatssecretaris, alsook stuntelig ingrijpen van boerencoöperatie FrieslandCampina. Melkveehouders zijn in mineurstemming met vaak een onzeker toekomstbeeld. Banken structuurbepalendNieuw is het niet, varkens- en pluimveehouders kunnen erover meepraten. De interim-wet van 1984, de daaropvolgende begrenzing in 1986, fosfaatrechten, dierrechten, inleveren 10% rechten, opkoopregelingen, niets is hen vreemd aan de huidige problematiek. Het viel dan ook te verwachten dat met name banken regie gingen voeren en op de achtergrond bepalen wie stopt en wie doorgaat. Zij herkennen de hectiek en kennen de achtergronden van de wetgeving. Ze hebben dagelijks contact met beleidsmakers, maar ook met de melk-, vlees-, en voerindustrie. In het verleden gaven banken vaak aan zich niet met structuurontwikkeling bezig te houden, inmiddels weten we beter en zijn ze juist structuurbepalend. Als boeren – primaire voedselproducenten – zijn we de regie volledig kwijtgeraakt, als we die al ooit hebben gehad. Verdeeldheid speelt ons parten en die lossen we niet snel op. Je kunt de ene ondernemer niet eenvoudig vergelijken met de ander en daarmee ook zijn belangen niet. Wel is het mogelijk om de feiten te benoemen, onder ogen te zien en met een heldere visie te komen.GroeibelevingPolitiek gezien is het helder. Er is volop ruimte voor groei van het wegennet en ook Schiphol mag middels Lelystad Airport fors uitbreiden de komende jaren. Wanneer een autofabrikant overweegt om zich in ons land te vestigen, dan staan verantwoordelijk ministers met een flinke pot geld juichend voor hen klaar. Energiereuzen wordt geen strobreed in de weg gelegd, de kunstmestindustrie heeft een geweldige politieke lobby en draagt flink bij aan de staatskas. Hoe anders is het met de veehouderij en diens dieraantallen? Voor politici is het wisselgeld, het electoraat aan boeren is nul. Het sentiment is overduidelijk, er zijn er genoeg. Daar kun je dwars tegenin blijven gaan, maar je bouwt makkelijker en sneller een nieuwe luchthaven dan dat je dit 30 jaar oude sentiment bijdraait. Het zijn niet enkel ‘linkse rakkers’ die groei van veehouderijbedrijven verafschuwen, veel belangrijker is de mening van onze buurlanden. Als buurman zagen zij de melkveehouderij in Nederland gelijk na het einde van de quotering onstuimig groeien en tegelijkertijd ook de melkprijs even snel dalen. Toeval of niet, ons land krijgt in Brussel geen handen meer op elkaar om de veestapel te laten groeien.VoedselovervloedAls boeren kunnen we ons allereerst afvragen waarom we zo graag een grotere Nederlandse veestapel willen en wat ons dat vervolgens brengt. Het gros schiet immers in de verdediging wanneer iemand hier een uitspraak over doet. Vervolgens regeert het hardste geluid en kruipt onze belangenbehartiging in zijn schulp. Dat een individuele ondernemer wil groeien is heel normaal en niemand zal hem dat beletten. Lukt het niet meer op de thuislocatie, dan zijn er in alle sectoren bedrijven genoeg te koop. Het totaal aan veehouderij wordt vaak geroemd vanwege de exportcijfers en de sterke periferie eromheen. Bewindslieden spreken hun roem over ons uit in het buitenland, eenmaal terug introduceren ze weer een nieuwe stortvloed aan regelgeving. De grootzakelijke periferie is niet meer afhankelijk van het thuisland en heeft de vleugels wereldwijd uitgeslagen. Het deert ze niets wanneer het boerenbestaan in Nederland uitgehold is, wanneer hun eigen (persoonlijke) positie maar veilig is gesteld. Zolang we in Nederland voor diverse landbouwproducten zelfvoorzieningsgraden kennen van 200% en meer, is waarschuwen voor voedselschaarste of afhankelijkheid enkel voor de bühne. ‘Er is meer in de wereld dan alleen het boerenerf’Als varkenshouder heb ik 25.000 collega’s zien uittreden, nu zijn er nog slechts enkele duizenden over. In dezelfde tijd stopten ook evenveel melkveehouders. Regelmatig spreek ik nog oud-collega’s, nog nooit één die morgen graag een comeback maakt. Ook onder de melkveehouders die zich nu uit laten kopen veel positivisme. Het zijn allemaal ondernemers die zich nadien prima weten te redden en overal aan de slag kunnen. De halve procent van de Nederlandse bevolking die boer is kan wel zeggen dat boeren een levenswijze is, de andere 99,5% toont aan dat er meer in de wereld is dan alleen het boerenerf.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.