‘Onze insteek is dubbel gebruik van grond’

Foto: Herbert Wiggerman
Landschapsarchitecten Dirk Sijmons en Pim Kupers denken dat een overstap van bedrijfs- naar gebiedsontwikkeling onontkoombaar is om de klimaatdoelen te halen.Het klimaatakkoord stelt een stevige opdracht aan de landbouwsector. Voor 2030 moet een reductie van 3,5 Mton CO2 worden gerealiseerd. Daarnaast was de opdracht de mogelijkheid een verdere reductie van 1,7 Mton te onderzoeken. Dirk Sijmons en Pim Kupers, landschapsarchitecten bij H+N+S Landschapsarchitecten in Amersfoort, dachten beiden mee met de sectortafel ‘Landbouw en Landgebruik’. Sijmons gaat over dit onderwerp op 11 februari in debat tijdens de eerste editie 2019 van de Rode Hoed-reeks ‘It’s the food, my friend’ getiteld ‘Meebewegen met klimaatverandering, bodemdaling en water’.Dirk Sijmons en Pim Kupers, landschapsarchitecten bij H+N+S Landschapsarchitecten in Amersfoort. - Foto: Herbert WiggermanWat was de rol van H+N+S binnen de klimaattafel ‘Landbouw en Landgebruik’?Dirk Sijmons (DS): “Aan alle tafels zaten mensen met ruimtelijke expertise die – net als het Planbureau voor de Leefomgeving – een beleidsvrije taak hadden. Wij waren gevraagd om de voorstellen die er werden gedaan door de onderhandelende partijen vanuit het ruimtelijke aspect, van kanttekeningen te voorzien. Wij zijn geen medeauteur van het klimaatakkoord.”Pim Kupers (PK): “We hebben met de deelnemers aan de tafel in werkgroepen als glastuinbouw, veenweidegebieden of duurzame landbouw nagedacht over maatregelen die moeten bijdragen aan de doelstelling van de klimaattafel. Wij hebben de ruimtelijke effecten van die maatregelen bekeken. Zoals wat volgens ons de gevolgen voor het landschap en voor de toekomst van Nederland zijn, en waar wij slimme meerwaarde in het landschap zien om klimaatmaatregelen te nemen.”Wat betekenen de klimaatmaatregelen voor de boer?DS: “Die gaan veel betekenen voor de boer, want het draait niet zoals bij de andere tafels om energie. Het klimaatprobleem in de landbouw bestaat voor een groot deel uit het in- en uitademen van ons landschap. 22% van de werelduitstoot van CO2 komt van de landbouw en de manier hoe we ons land gebruiken. Dat zit voor 5,5% in veeteelt en mest, voor 1,4% in energiegebruik, voor 4,4% in landbouwbodems en voor 10,3% in ontbossing.”Wat moet er veranderen?DS: “Er staat een zin in het regeerakkoord waar iedereen bovenop is gesprongen: ‘De regering geeft de voorkeur aan technische middelen boven volumemaatregelen.’ Dat is in het rapport Landbouw en Landgebruik met beide handen aangegrepen. Er is vooral gekozen voor technische middelen op bedrijfsniveau. Ik denk zelf dat je niet ontkomt aan het inkrimpen van de veestapel. Als je alles aan innovaties uit de kast haalt, stoot de Nederlandse landbouw in 2050 nog steeds 9,27 Mton CO2 uit, terwijl heel Nederland in dat jaar maar 10Mton mag uitstoten.”We hebben het landschap nu zo ingericht dat alles overal kan. Die aanpak blijft niet houdbaarPK: “Ook al kunnen we met technische maatregelen alles oplossen tot 2030, toch is de vraag of die route uiteindelijk geen doodlopende weg is. Ik denk dat je spijt krijgt van die keuze. Je moet kiezen voor een bredere oplossing. We hebben het landschap nu zo ingericht dat alles overal kan. Zelfs mais telen op ongeschikte gronden, zoals veen. Die aanpak blijft niet houdbaar.” Is boeren nog wel mogelijk zonder andere inkomstenbronnen van buiten de landbouw?DS: “Dat ligt uiteraard aan de plek van het bedrijf, is het een bedrijf op zand, klei of veen. Ik denk dat bijvoorbeeld in de veenweidegebieden het wel noodzakelijk is ook andere dan agrarische activiteiten uit te oefenen.” PK: “Veengebieden kunnen CO2 vastleggen en daarmee juist positief bijdragen, maar dat betekent wel een andere bedrijfsvoering. Bijvoorbeeld de combinatie van andere teelten en een vergoeding voor CO2-vastlegging, kan een verdienmodel zijn.”DS: “Bij de vernattingstrategie moet je wel over naar een andere bedrijfsvoering. Vee later het land op, of omslaan naar bijvoorbeeld lisdodde- of azollateelt.” PK: “Je moet toe naar een gebiedsontwikkeling: niet de individuele boer maar een collectief van boeren die min of meer een eenheid vormen. Die groep moet nadenken over een goed perspectief voor het gebied, zowel wat betreft klimaat, energieopwekking, ecologie en het watersysteem. Dat levert een toekomstbeeld op.”Om aan een inkomen te komen, mag dan alles? Overal zonneparken?DS: “Dat wordt een harde strijd. Er ligt nu voor een (enorm elektrisch) vermogen aan aanvragen voor het buitengebied.”PK: “Een probleem is dat de SDE-subsidie een kwantitatieve subsidie is. Dat betekent dat de efficiëntste parken het eerst voor subsidie in aanmerking komen. Dus de meeste panelen per hectare, zoveel mogelijk dicht bij elkaar. Er is in dat subsidiesysteem geen ruimte voor een andere aanpak. We creëren een omgeving waar alleen voor monofunctionele intensieve zonneparken een plek is. Niet vreemd dat er zoveel weerstand ontstaat.”DS: “Onze insteek is dubbel gebruik van grond, dus niet goede landbouwgrond opofferen voor zonnepanelen. Maak zonneparken in het buitengebied even duur als op de daken. De kwalitatieve kant van het zonnepark moet ook worden meegewogen in de subsidietoewijzing en een afromingsverplichting moet voorkomen dat alleen een investeerder profiteert. Er ontstaat dan ook een andere maatschappelijke discussie.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









