‘Onze agent in Syrië is verdwenen’

Foto: ANP

Foto: ANP


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

De grote steden in Syrië liggen in puin. Op het platteland blijft de voedselproductie echter doorgaan. Nederlandse handelshuizen verkopen veel pootaardappelen aan Syrië. “We kijken niet naar de kleur van het legeruniform.”De beelden op televisie uit Syrië zijn schrijnend. In aan flarden geschoten steden houden mensen zich tussen de puinhopen zo goed mogelijk in leven. Het valt moeilijk voor te stellen, maar ondanks de oorlog en het drama dat zich daar afspeelt, loopt de export van Nederlandse pootaardappelen naar Syrië als een tierelier. Het land kocht in afzetseizoen 2016-2017 tot nu toe een record van 18.841 ton Nederlandse pootaardappelen. Daarmee is Syrië de vijfde afnemer tot nu toe, nog voor belangrijke klanten als Spanje en Italië.Investeren in voedselDirecteur Jan van Hoogen van handelshuis Agrico noemt drie belangrijke redenen waarom Syrië pootgoed blijft kopen. “Mensen moeten blijven eten. Bovendien drijft oorlog de voedselprijzen op en dat maakt het voor boeren rendabeler om te blijven investeren in de voedselproductie. In oorlogseconomieën wordt altijd voorrang gegeven aan voedsel, veel meer dan aan kleding of huisvesting. Tijdens oorlogen gaat de levering van uitgangsmateriaal door. Dat zagen we bij de Balkanoorlog, de burgeroorlog in Algerije, de Golfoorlogen en nu ook weer in Syrië en Libië. Daar komt bij dat de aardappel een gemakkelijk te telen gewas is, waar veel vraag naar is. Ten derde ging vroeger veel pootgoed van Libanon naar Syrië. Nu gaat het rechtstreeks en dat zie je terug in de exportcijfers.”In tijden van oorlog is het maar de vraag of leveringen worden betaald. Daarom moet het pootgoed van tevoren worden betaald, of de betaling loopt via een letter of credit. Van Hoogen: “Daar zoeken we dan wel een betrouwbare bank bij. Of we leveren het pootgoed via westerse hulporganisaties. We willen niet het risico lopen dat leveringen onbetaald blijven.”"Mensen blijven eten, ook als het oorlog is"Het Nederlandse pootgoed wordt geleverd aan Syrië via de haven in Latakia aan de Middellandse Zee. Van Hoogen: “Vandaar gaat het pootgoed naar de aardappelteeltgebieden in het Noordwesten. Die regio is in handen van het regeringsleger. De oorlog is een drama voor de mensen. We hebben al een tijdje geen contact meer met onze agent in Syrië. Niemand weet wat er met hem is gebeurd.”In het zonnetjeHandelshuis HZPC zette zijn Syrische agent op de rassenshow in november in het zonnetje. HZPC benoemde Basel Tarabichi tot ‘Potatoman of the year 2016’. Tarabichi heeft veel voor HZPC gedaan, zegt directeur Gerard Backx. “Vroeger liep de import verplicht via de centrale overheid. Sinds de regering ook private import toestaat, leveren we aan hem. Daar zijn we Tarabichi erg erkentelijk voor.”Ook bij HZPC gaat het wel eens fout met de levering van pootgoed aan Syrië. “Vorig jaar zijn twee vrachtwagens onderweg van Syrië naar Irak in brand geschoten. En het komt voor dat boeren pootgoed hebben gekocht, maar niet kunnen poten vanwege de oorlog. Of dat hun percelen worden vernietigd of dat ze hun bedrijven gedwongen moeten verlaten. Maar over het algemeen woedt de oorlog in Syrië vooral in en rond de grote steden en blijft het platteland relatief rustig. Ook is het zo dat oorlog de voedselprijzen opdrijft, waardoor er voor de telers wat te verdienen valt. In de havenstad Latakia werkt alles nog redelijk. En er is nog doorvoer mogelijk naar Irak. Vroeger ging dat via Turkije, maar die grens zit nu dicht. De pootgoedhandel blijft bestaan, mits de infrastructuur intact blijft, zodat goederen geleverd kunnen worden. Ook een voorwaarde is dat er betaald kan worden en dat het platteland relatief rustig blijft.”Beeld van de Syrische stad Aleppo. Op het platteland in Syrië is het rustiger. Boeren blijven voedsel produceren. Foto: ANPLand in isolementBackx vindt het van belang dat de aanvoer van uitgangsmateriaal naar Syrië mogelijk blijft. “De voedselproductie moet in stand blijven. Wij kijken niet naar de kleur van het legeruniform. Als de Verenigde Naties, de EU of Nederland zou beslissen dat je geen voedsel meer mag leveren aan Syrië, dan stoppen we uiteraard. Maar dat zou ethisch niet correct zijn. Het plaatst zo’n land in een isolement, waar de gewone mensen het slachtoffer van zijn.”Directeur Peter Ton van handelshuis Stet Holland stelt dat de media een beeld scheppen dat alles in Syrië in puin ligt. “Dat is niet zo. Natuurlijk is er sprake van een ramp, maar ook tijdens een oorlog gaat de landbouw door, moeten mensen eten en is er dus handel in voedsel. Er wordt gevochten om de grote en middelgrote steden. Op het platteland is het mogelijk landbouw te bedrijven.”Ton noemt landen als Syrië en Irak geen gemakkelijke bestemmingen. “Maar er blijft vraag naar aardappelen. Mensen zijn gewend om aardappelen te eten. Het voedselpatroon verandert niet wezenlijk door een oorlog. Syrië is tot nu toe gemakkelijk te bereiken. Vorig seizoen ging dat per vrachtauto via Turkije. Dit seizoen gaat het pootgoed per zeecontainer naar Syrië. Levering is geen probleem. Het is veel moeilijker om de leveringen betaald te krijgen. Tot nu toe is ons dat altijd gelukt.”LibiëOok andere landen in de regio kopen veel Nederlands pootgoed, ondanks grote binnenlandse problemen. In Libië heerst wetteloosheid en chaos. Dit afzetseizoen kocht Libië tot en met december 3.325 ton Nederlands pootgoed. Dat was in dezelfde periode vorig seizoen drie keer zo veel. HZPC-directeur Backx noemt Libië erg chaotisch. “Dan is de handel moeilijk te organiseren.”Het gaat soms fout, zegt Agrico-directeur Van Hoogen. “We hadden vorig jaar problemen met een letter of credit van een bank in Libië voor een order van €1,5 miljoen. Dat geld is gelukkig later toch nog binnengekomen. Libië had problemen met de betalingen. Dit seizoen hebben wij bijvoorbeeld pas in januari een grote hoeveelheid pootgoed kunnen leveren. Die export komt tevoorschijn in de cijfers van januari.”Egypte blijft ook een zeer grote afnemer van Nederlands pootgoed. Het land kocht dit seizoen tot en met december 55.527 ton en is daarmee tot nu toe koploper. In Egypte is het rustiger dan in Syrië of Libië. Maar Egypte had moeite de rekeningen te betalen. Het land trekt door terroristische aanslagen veel minder toeristen, waardoor er te weinig harde valuta zijn om graan en uitgangsmateriaal te kopen in het buitenland. Nu gaat dat wat gemakkelijker, zegt Backx. “Het land heeft de koers van het Egyptische pond losgemaakt van de koersen van andere valuta, zoals de euro en de dollar. Ook loopt het toerisme wat beter. Dat geeft extra inkomsten in harde valuta.”Turkije kocht van oogst 2015 ruim 18.000 ton pootgoed en was daarmee de zesde afnemer van Nederlandse pootaardappelen buiten de EU. Door de politieke perikelen heeft de Turkse economie het moeilijk. Dit seizoen kocht het land tot eind december ongeveer 3.600 ton pootgoed. Een vergelijkbare hoeveelheid gaat naar Jemen, waar een burgeroorlog woedt. Backx: “Oorlog is een drama voor de mensen. Voor ons maakt oorlog deze landen tot onvoorspelbare markten.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.