Nieuwe phytophthora-kloon nog agressiever

Foto: Hans Prinsen
De al jaren dominante agressieve phytophthora-kloon Blue13 kreeg afgelopen jaren concurrentie van nieuwere nog agressievere phytophthora-klonen. Kalenderspuiten is daardoor minder robuust geworden.De agressieve phytophthora-kloon Blue13 is niet langer de meest frequent voorkomende phytophthora-kloon in de Europese phytophthora-populatie. De ranglijst wordt nu aangevoerd door de kloon EU36. Dat blijkt uit de jaarlijkse phytophthora-monitoring door het Europese phytophtora-netwerk Euroblight. EU36 heeft binnen de Europese phytophthora-populatie in korte tijd een aandeel van 26% weten te bereiken, terwijl dat van Blue13 is gekelderd van 22,5% in 2018 naar 9,3% in 2019. Dat is geen goed nieuws. Tien vragen aan Geert Kessel en Bert Evenhuis, phytophthora-deskundigen bij Wageningen UR.Wat is het verschil tussen een phytophthora-kloon en een phytophthora-genotype?“Een kloon of stam is een phytophthora-familie. De phytophthora-populatie in Europa bestaat uit duizenden verschillende genotypes (individuen die genetisch verschillen). De populatie verandert verandert elk jaar van DNA-samenstelling door natuurlijke mutaties en geslachtelijke voortplanting. Elk jaar ontstaan er dus duizenden nieuwe phytophthora-genotypes. Een kloon is een specifiek phytophthora-genotype die zichzelf via ongeslachtelijke voortplanting in stand houdt. De eigenschappen van de kloon blijven daardoor na voortplanten nagenoeg gelijk.”Het spuiten van aardappelen tegen phytophthora. Nieuwe phytophthoraklonen blijken agressiever en minder gevoelig voor fungiciden. - Foto: Hans PrinsenZijn klonen erger dan genotypen?“Klonen zijn de succesnummers onder de genotypes. Vaak zijn ze hoog-agressief of hebben ze andere eigenschappen, waardoor ze andere genotypen binnen een populatie verdringen. Ze kunnen bijvoorbeeld ongevoelig zijn voor een bepaalde actieve stof, dat geeft hen een voorsprong op andere phytophthora-genotypen. Zo is de kloon Blue13 erg agressief en ongevoelig voor de actieve stof metalaxyl-M (Fubol Gold en Ridomil), en zijn de klonen Green 33 en EU37 minder gevoelig voor de stof fluazinam (o.a. Shirlan en Banjo). Spuiten met sec fluazinam heeft dan geen zin, als op dat perceel net die betreffende kloon de dominante phytophthora-soort is. De kloon EU36 blijkt in het lab ook minder gevoelig voor extreem lage doseringen van diverse actieve stoffen, maar dat is nog niet in het veld gebleken.”De kloon EU36 blijkt in het lab ook minder gevoelig voor extreem lage doseringen van diverse actieve stoffen, maar dat is nog niet in het veld geblekenHoe kan een nieuwe kloon ineens dominant worden?“Door een combinatie van fitheid, gevoeligheid voor actieve stoffen en spuitgedrag van de aardappeltelers. Blue13 werd in Europa groot door het massale gebruik van het stopmiddel Ridomil en omdat het een superfitte agressieve kloon was die ook nog eens resistent was voor metalaxyl-M. Green33 werd in 2010 in Nederland groot door het massale gebruik van Shirlan destijds. EU37 kon rond 2018 ook een kloon van betekenis worden in de Benelux en Frankrijk, omdat na het uitsterven van Green33 in 2014 fluazinam vanwege zijn gunstige prijsstelling weer meer werd toegepast.”“De kloon EU36 tot slot blijkt even fit als Blue13. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat deze kloon iets minder gevoelig is voor heel lage doseringen van een vijftal veel toegepaste actieve stoffen. In Nederland bijvoorbeeld bleken in 2019 zo’n 65% van alle phytophtora-monsters de kloon EU36 te zijn. In 2018 was dat ruim 50%. EU36 is dus in Nederland veruit dominant.” De ‘oudere’ klonen EU-13-A2, EU-6-A1 en EU-33-A2 hebben de nicknames Blue13, Pink6 en Green33. De nieuwe klonen EU-36-A2 en EU-37-A2 niet. Zij heten EU36 en EU37. Waarom is dat?“Tot enkele jaren terug gaf Euroblight klonen die binnen de phytopthora-populatie een aanzienlijke omvang kregen een makkelijk te onthouden bijnaam, een nickname. De nickname verwees naar de volgorde waarin ze ontdekt zijn, en de kleurnaam naar de kleur van de taartpunt in een Excel-grafiek van Euroblight. Euroblight besloot daarmee op te houden, omdat de basiskleuren in Excel op zijn en het daardoor wat lachwekkend zou gaan worden. De 36e en 37e taartpunt in die grafiek zijn namelijk beige en donkergroen. Om dan EU-36-A2 Beige36 en EU-37-A1 Darkgreen37 te gaan noemen ging Euroblight te ver. Want wat worden dan de volgenden? Ecru45, Turquoise52 en Lila64? Euroblight besloot daarom voortaan de klonen bij hun officiële type-aanduiding te noemen, maar voor de leesbaarheid het paringstype en de koppeltekens achterwege te laten.” In heel Europa zijn door Europblight bladmonsters met daarop phytophthora-DNA verzameld en gedeterminineerd. WUR-onderzoeker Geert van Kessel toont een voorbeeld-monsterkaartje. - Foto: Tamara ReijersEU36 is in Nederland dus veruit het meest aanwezig. Wat weten we eigenlijk van EU36?“De kloon is in 2014 voor het eerst aangetroffen in zetmeelaardappelen in Noordoost-Nederland en in het naburige Duitse Emsland. EU36 heeft zich sindsdien flink verspreid. Inmiddels wordt de kloon in 15 Europese landen gevonden, en bedraagt het aandeel in de Europese populatie 26%.”“EU-36 is een fitte, erg agressieve phytophthora-kloon, lijkt zelfs nog agressiever dan Blue13 en andere klonen. Reden dat het de gevestigde orde in sneltreinvaart weet te verdringen. Het aandeel van Blue13, Pink6 en EU01 kromp van 60% in 2016 naar 30% in 2019. Wat we weten uit DNA-onderzoek is dat EU-36 geen nakomeling is van Blue13 en Green33. Hij is ontstaan uit andere onbekende ouders.”“Uit onderzoek van vorig jaar, uitgevoerd door het Schotse James Hutton Institute (JHI), het Franse onderzoeksinstituut INRA en Wageningen University, lijkt het er op dat EU36 een heel klein beetje minder gevoelig is voor heel lage doseringen van een aantal veelgebruikte actieve stoffen onder lab-omstandigheden. Wat dat betekent in het veld is nog niet experimenteel vastgesteld.”Wat betekent dat concreet voor de praktijk?“Onder hoge ziektedruk(!) een iets kortere spuitinterval aanhouden omdat beschermingsduur, bescherming nieuwe groei en knolbescherming iets eerder afgelopen zijn.”EU36 lijkt een beetje minder gevoelig voor een aantal veelgebruikte actieve stoffen. Geldt dat ook voor oxathiapiproline, de actieve stof van het nieuwe phytophthora-fungicide Zorvec?“Deze nieuwe stof hebben we nog niet kunnen testen, dus of EU36 ook voor heel lage doseringen van deze stof iets minder gevoelig is weten we nog niet.”Hoe zit het dan met de kloon EU37?“De kloon EU37 is net als EU36 een van oorsprong Nederlandse kloon. EU37 dook in 2012 op in de Noordoostpolder. In 2017 ontdekte Wageningen University dat de kloon ongevoelig was voor fluazinam, in onder andere Shirlan. De kloon lijkt alweer over zijn piek heen te zijn. Het aandeel bedroeg 14,4% in 2018, en zakte naar 8,4% in 2019. Euroblight vermoedt dat de kloon qua omvang kromp, omdat telers de combinatiemiddelen Banjo Forte, Vendetta of Kunshi (fluazinam met een tweede component: respectievelijk dimethomorph, axoxystrobine en cymoxanil) gingen toepassen of fungiciden met andere actieve stoffen dan fluazinam.”“De kloon Green33 was evenals EU37 ook ongevoelig voor fluazinam. Green33 werd in 2009 voor het eerst in (wederom) Nederland aangetroffen. Omdat deze kloon intrinsiek wat minder fit was en telers in de daarop volgende jaren met andere middelen dan fluazinam gingen spuiten, verdween deze stam rond 2014. Hetzelfde lijkt nu ook met EU37 te gebeuren. In Nederland en in het Verenigd Koninkrijk zakte het aandeel EU37 tot onder de 10%. In België en Frankrijk lijkt de kloon zich echter wel te handhaven binnen de phytophthorapopulatie, daar bleef het aandeel in 2019 gelijk op zo’n 25%.” “Euroblight vermoedt dat ondanks de nieuwe inzichten over phytophthora aardappeltelers in België en Frankrijk stug zijn blijven doorspuiten met fluazinam. Dus een concreet advies aan hen: gebruik combinatiemiddelen of phytophthora-middelen met een andere werkzame stof dan fluazinam. Euroblight vermoedt dat ondanks de nieuwe inzichten over phytophthora aardappeltelers in België en Frankrijk stug zijn blijven doorspuiten met fluazinamNieuw in de phytophthora-tabel is het fungicide Zorvec Endavia. Dat is een nieuw kant-en-klaar fungicide op basis van oxathiapiproline en benthiavalicarb, deze laatste stof kennen we van de Valbon. Zorvec Endavia kreeg 1 mei 2020 een toelating bij het Ctgb, maar is dit seizoen slechts zeer beperkt verkrijgbaar. Zorvec Enicade (oxathiapiproline) heeft al langer een toelating in Nederland. Aan dat middel moet altijd een aparte mengpartner worden toegevoegd, zoals mancozeb of Gachinko (amisulbrom). Het nieuwe kant-en-klaar middel Zorvec Endavia is preventief even sterk als Zorvec Enicade, namelijk een zeer hoge 4,9. Van Endavia is de knolbescherming echter ook onderzocht. Die bedraagt 3,4, wat maar gemiddeld is. De kracht van Zorvec Endavia ligt dus in het begin- en middenblok. Het middel Diprospero (dimethomorf en propamocarb) heeft een toelating in Nederland, maar het middel heeft nooit bij Euroblight in de proeven gelegen. Daarom zijn er geen sterktewaardes.
De phytophthora-tabel is te vinden in Boederij 38.Hebben Nederlandse aardappeltelers ook wat te duchten van de opkomende nieuwe stam EU41?“Nog niet. EU41 werd in 2013 voor het eerst aangetroffen in Denemarken, en wordt de Scandinavische kloon genoemd, omdat het alleen in de Noord-Europese landen wordt gevonden, en in Noord-Polen. Het aandeel in de EU-populatie steeg van 4,6% in 2018 naar 5,7% in 2019, maar binnen Denemarken is deze kloon met een aandeel van 35% veruit dominant. De kloon is nog niet verder richting het Zuiden afgedaald. Voor de rest weten we eigenlijk nog niet zoveel over deze kloon. Het is echter wel een kloon die we goed in de gaten houden.” Een flink door phytophthora aangetaste plant. Kalenderspuiten blijkt bij nieuwe phytophthora niet altijd robuust genoeg meer. - Foto: MissetDe klonen Green33, EU36 en EU37 zijn alle drie ontstaan in Nederland. Hoe komt het dat juist Nederland een kraamkamer van nieuwe klonen is?“26,2% van de Europese phytophthora-populatie zijn geen klonen, maar unieke genotypen, blijkt uit de monitoring. Dat aandeel blijft over de afgelopen jaren opvallend constant. Grosso modo kan een scheidslijn door Nederland, Duitsland en Polen worden getrokken. Zuidelijk van deze lijn komen vooral klonen voor, boven deze lijn naast klonen ook duizenden verschillende phytophthora-genotypen.” “In Zuid-Nederland was afgelopen jaren Blue13 de meest voorkomende phytophthora-kloon, boven de grote rivieren huizen een brei van duizenden genotypen, genetisch zeer gevarieerd, omdat daar geslachtelijke voortplanting aangetroffen wordt. Er ontstaan uit deze groep dus elk jaar nieuwe, unieke genotypes met unieke kenmerken. De kans dat juist in een regio met duizenden genotypen door natuurlijke selectie een nieuwe agressieve kloon ontstaat, is groot. Wat dus ook geregeld gebeurt. Wat dat betreft voldoet het beeld volledig aan de principes van de mutatie en selectietheorie die, lang geleden, voor het eerst door Darwin is geformuleerd.”“Ook in andere Noordelijke landen bestaat de populatie hoofdzakelijk uit verschillende genotypen en ontstaan daardoor nieuwe klonen. Maar omdat Nederland een aardappel-handelsland is, verspreidt een nieuwe Nederlandse kloon zich vervolgens makkelijker en sneller over Europa en de wereld. Een Zweedse kloon blijft vaak in Zweden. Dat is echter geen wet van meden en perzen. De kloon EU41 bijvoorbeeld ontstond in 2013 in Denemarken, en heeft zich, ondanks dat Denemarken geen groot aardappel exporterend land is, toch over Scandinavië en Polen weten te verspreiden.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









