‘Niet te veel op doktersrecept telen’

In een profielkuil bekijkt Wage de structuur van de grond. De kluit heeft een mooi breukvlak met meerdere wormengaten. - Foto: Hans Banus

In een profielkuil bekijkt Wage de structuur van de grond. De kluit heeft een mooi breukvlak met meerdere wormengaten. - Foto: Hans Banus


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Maatregelen als minder grondbewerking, bedekt houden van de grond, aangepaste chemie en andere kunstmestsoorten stimuleren het bodemleven.Akkerbouwer Detmer Wage wil het bodemleven voor zich laten werken om niet telkens brandjes in zijn gewassen te hoeven blussen. Een betere bodem vertaalt zich in weerbaarder gewassen die minder gevoelig zijn voor ziekten en plagen. In de afgelopen 12 jaar experimenteerde Wage veel met precisielandbouwtechnieken om zijn bedrijfsvoering te optimaliseren.Enorme opbrengstverschillen tussen en binnen percelenBij de plaatsspecifieke opbrengstmetingen constateerde hij enorme opbrengstverschillen tussen en binnen percelen. Bij zetmeelaardappelen bijvoorbeeld variëren de opbrengsten tussen de 30 en 70 ton per hectare. De gevonden verschillen zijn volgens Wage niet te verklaren door verschil in aaltjespopulaties of in de aanwezigheid van voedingsstoffen. Plaatsspecifieke toediening van gewasbeschermingsmiddelen of meststoffen om verschillen op te heffen, hadden maar weinig effect.Detmer Wage heeft een veenkoloniaal akkerbouwbedrijf op zand en dalgrond. Hij werkt aan een weerbare bodem met sterkere gewassen door bodembiologie te stimuleren. - Foto's: Hans BanusBedrijfsgegevens170 hectare akkerbouw1/3 zetmeelaardappelen1/2 graan1/5 – 1/6 suikerbietenAndere wegOnverklaarbare verschillen in opbrengst zetten hem aan het denken of de huidige manier van akkerbouw bedrijven wel de juiste weg is. Daarbij kwam nog de ervaring op een perceel voormalig Robiniabos. De eerste jaren dat hier aardappelen groeiden, haalden deze percelen met stip de hoogste opbrengsten. De akkerbouwer verklaart dat door het feit dat de grond jaren niet bewerkt is, niet bemest en er geen gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast.Ook een afgestorven bodembemester beschermt de bodemstructuur en het bodemleven tegen extreme weersinvloeden.Het bodemleven, schimmels, bacteriën en aaltjes hebben daardoor een zodanig evenwicht bereikt dat schadelijke organismen nauwelijks kans krijgen de gewassen aan te tasten. Ook zorgt het bodemleven ervoor dat er voldoende mineralen en sporenelementen voor het gewas beschikbaar komen, zodat er ook geen gebreksverschijnselen optreden. Wage constateert wel dat hij de topopbrengsten in de volgende rotaties niet vast kan houden.In plaats van het gewas tegen ieder wissewasje te moeten beschermen, is het beter om wat aan de achterliggende oorzaak te doenUit deze ervaring trekt Wage de conclusie dat hij en de akkerbouw in het algemeen te veel op doktersrecept telen. “In plaats van het gewas tegen ieder wissewasje te moeten beschermen, is het beter om wat aan de achterliggende oorzaak te doen. Het zijn vooral zwakteparasieten waar we tegen spuiten.”In een profielkuil bekijkt Wage de structuur van de grond. De kluit heeft een mooi breukvlak met meerdere wormengaten. Kijken naar biologische collega‘sWage kijkt daarbij ook naar biologisch telende collega’s. Hij is er van onder de indruk hoeveel opbrengst zij van een hectare halen zonder gebruik van chemie en kunstmest. Omschakelen naar biologisch is voor Wage voorlopig geen optie omdat afzetalternatieven voor zetmeelaardappelen en suikerbieten ontbreken.Minder chemieDe akkerbouwer rekende uit dat hij gemiddeld over alle hectares 14 keer per seizoen met de veldspuit het land op ging om zijn gewassen gezond te houden. Daarnaast gebruikte hij op een kwart van het areaal granulaten om schade door aaltjes te beperken. “Dat is toch wel veel, je weet niet wat je hiermee allemaal kapot maakt in de bodem!” Daarnaast constateert Wage dat er, al dan niet op basis van emotie, steeds meer gewasbeschermingsmiddelen verboden worden. “De mogelijkheden om de gewassen te beschermen, worden daardoor ook steeds minder. Ik denk daarom dat we het moeten zoeken in het verbeteren van de bodembiologie om de weerstand vanuit de bodem te verbeteren.”Met de veldspuit gaat Wage in het voorjaar het eerst het land op om met glyfosaat het bietenland onkruidvrij te maken. Hij laat de grond dan minimaal 10 dagen liggen zodat de glyfosaat door zonlicht afbreekt en zich niet aan de organische stof bindt.Vaste dierlijke mest op helft areaalConcreet voert Wage al een aantal maatregelen door om de bodembiologie te verbeteren. Zo voert hij al op de helft van het areaal vaste dierlijke mest aan. Dat is een goede voedselbron voor het bodemleven. Drijfmest wil hij nog niet missen vanwege de bulk aan mineralen die hij daarmee aan kan voeren. Wel wil hij met een toevoegmiddel op basis van actieve koolstof de hoeveelheid ammoniak in de drijfmest terugbrengen zodat het onschadelijk is voor het bodemleven.Mengsel van bacteriën en micorrhyza’sBij de zetmeelaardappelen gebruikte Wage op 10 hectare in plaats van een rhizoctoniamiddel een mengsel van bacteriën en micorrhyza’s. Het eerste jaar zag hij nog geen verschil, maar hij verwacht door een beter leefmilieu voor het bodemleven te creëren op den duur ook meer effect van de mycorrhiza’s.
Om bij het aardappelpoten geen hinder te hebben van de gewasresten bouwde Wage snijschijven onder de fronttank. (Archiefbeeld)Vaste varkenspotstalmest ligt al klaar op het erf. Deze mest is bestemd om straks over het aardappelland te strooien.GroenbemestermenselsVanwege de micorrhyza’s gebruikt Wage geen brassica’s als groenbemester. Deze verstoren de opbouw van micorrhiza’s. In plaats daarvan zaait hij een mengsel met veel soorten. Zijn filosofie hierachter is dat een breed aanbod aan planten ook een breed scala aan bodemleven stimuleert. Bang voor sterke vermeerdering van aaltjes is hij niet. Wage vindt de verbetering in bodemweerbaarheid van een breed mengsel opweegt tegen de kans dat een aaltje zich vermeerdert.Niet te veel in grond roerenOm het bodemleven niet te veel te storen, wil Wage niet te veel in de grond roeren. De stoppel bewerkt hij met een schijveneg waarbij hij met elektrisch aangedreven zaaimachine voor op de trekker de groenbemester zaait. Dezelfde schijveneg wordt ook gebruikt om de groenbemester klein te maken.Het liefst laat de akkerbouwer de groenbemester tot in het voorjaar staan, maar uit praktische overweging bewerkt hij de groenbemester al in de winter om bij het bemesten, zaaien en poten stropen te voorkomen.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.