Niemand heeft ei van Columbus in stikstofdebat

Foto: Mariska Vermaas
De Tweede Kamer liet stikstofdeskundigen en juristen hun licht schijnen over de stikstofimpasse. Niemand kwam met het ei van Columbus.Hoe kun je beleid maken, als je geen idee hebt van de werkelijkheid en je baseert op modellen? Met die vraag begon woensdag 16 oktober de hoorzitting van de Tweede Kamer over het stikstofbeleid. De Kamer had op korte termijn juristen, wetenschappers en (onderzoeks-)journalisten uitgenodigd om hun visie te geven op de ontstane situatie nu het stikstofbeleid van de overheid door de rechter onderuit is gehaald.Lees ook: Bekijk debat Stikstofproblematiek in Tweede KamerDe Kamer had kosten noch moeite gespaard om zelfs de Deense professor via een Skype-verbinding te laten deelnemen. Sven Gjedde Sommer van de universiteit van Aarhus legde uit dat het Deense beleid anders in elkaar steekt dan het Nederlandse. Daar wordt het effect de ammoniakuitstoot van veehouderijbedrijven opgedeeld in effect tot 300 meter, van 300 tot 1.000 meter en effect op grotere afstand. Volgens de Deense wetgeving is er op een afstand van 300 meter sprake van een significant effect op de omgeving. Kamerleden willen ophelderingSommer volgde de hoorzitting met belangstelling, maar hij kreeg na een inleiding nog maar een enkele vraag voorgelegd. Kamerleden wilden vooral opheldering van enerzijds het Mesdagfonds (Geesje Rotgers en Jan Cees Vogelaar) en anderzijds het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Addo van Pul en Kees van Luijk) over de onzekerheden bij de meting en modellering van de stikstofdepositie in natuurgebieden. RIVM: effect maatregel is relevant voor beleidsmakersVan Pul erkende dat er onzekerheden zitten in het model, dat mede gebaseerd is op meting van ammoniakconcentraties in tachtig natuurgebieden. Hij zei dat het RIVM al bezig is om meer metingen te doen naar de ammoniakneerslag (depositie) in natuurgebieden en dat de gedane metingen aansluiten bij de modellen die nu worden gehanteerd. Voor het maken van beleid is volgens Van Pul echter vooral relevant wat het effect is van een maatregel. En bij de doorrekening van een maatregel vallen de onzekerheden tegen elkaar weg, legde hij uit. Voor Rotgers en Vogelaar blijft dan overigens overeind dat de modellen van het RIVM gebruikt worden om beleid op lokaal niveau uit te voeren, terwijl de onzekerheid over de uitkomst van de modellen soms groter zijn dan de gevonden waarden. Hoogleraar: andere modellen leiden niet tot andere uitkomstenHoogleraar Jan Willem Erisman zei dat er wel andere modellen zijn om stikstofdepositie te berekenen, maar dat die modellen niet tot wezenlijk andere uitkomsten leiden. Tussen buitenlandse en Nederlandse stikstofdeskundigen is daarover wel overeenstemming. Hij zei ook dat het huidige Aerius-model, dat wordt gebruikt om de stikstofdepositie te berekenen wel op lokaal niveau kan worden toegepast, omdat het gaat om de bijdrage van een bepaalde activiteit in relatie tot andere bronnen.TU Delft: meten vanuit de ruimte is hulpmiddelPieternel Levelt (TU Delft) legde uit dat ook metingen vanuit de ruimte kunnen helpen. Ze legde meteen uit dat de kaartjes met stikstofconcentraties, die op basis van satellietmetingen zijn gepubliceerd alleen keken naar stikstofoxiden. “Wij meten geen ammoniak.” Daarom leek het op de gepubliceerde plaatjes alsof de stikstofuitstoot zich vooral in steden en industriële gebieden concentreerde. Juristen kunnen parlement geen oplossing biedenIs er dan toch niet een list te verzinnen om een juridische oplossing te vinden in het stikstofdebat? Met zijn vraag deed PVV‘er Alexander Kops een manmoedige poging de opgetrommelde wetsdeskundigen en juristen tijdens de hoorzitting over de stikstofproblematiek te verleiden het ei van Columbus op tafel te leggen. Maar geen van de deskundigen kwam met de oplossing.
Een van de juristen was Valentijn Wösten, die zich al decennia inzet om elke vorm van uitbreiding van veehouderij tegen te gaan. Wösten was degene die de uitspraak van het Europese Hof van Justitie en de Raad van State afdwong, als gevolg waarvan het stikstofdebat is ontstaan. Volgens Wösten moeten de gevolgen van de uitspraak niet worden overdreven. Het idee dat er niets meer mogelijk is, is volgens hem gewoon niet waar. Vergunningaanvragen waarbij nieuwe activiteiten worden ontplooid met minder stikstofuitstoot dan voorheen, kunnen volgens hem gewoon doorgang vinden.
Wat tijdens de hoorzitting duidelijk werd is dat alleen de Nederlandse uitvoering van de Vogel- en Habitatrichtlijn door de Europese rechter getoetst is. In Duitsland zijn soortgelijke procedures gevoerd als in Nederland, maar daar heeft de hoogste rechter het nooit nodig gevonden om het nationale beleid voor te leggen aan de Europese rechter.
De verzamelde juristen hadden collectieve twijfel of het Duitse systeem, waarvoor door sommigen in Nederland wordt gepleit, de Europese toets zou kunnen doorstaan. Sterker nog: toen het Duitse systeem in 2007 in Nederland werd toegepast, haalde de Europese rechter daar ook een streep door.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









