Neus onder controle bij sleepslangen

Foto: Bob Karsten
Het ziet er wat vreemd uit: een pijp over de trekker, met de slang daar aan vast. Met het verplaatsen van dit ijzer (gewicht naar voren) verandert ineens het hele krachtenspel bij het sleepslangen. De weerstand van de slang werkt nu zomaar in het voordeel. TREKKER bestudeerde de Slurry Swivel van Van den Broek Mechanisatie in de praktijk.De weerstand van de slang werkt nu in het voordeel. De Slurry Swivel heeft namelijk een laag trekpunt, net voor de vooras. En als je keert op de kopakker, werkt die slangweerstand ook in je voordeel: de hele combinatie wordt feitelijk door de bocht getrokken. En wie de treklijn volgt, ziet dat deze onder het hart van de achteras loopt. De trekker trekt dus ook op de voorwielen.De Slurry Swivel in actie. - Foto's: Bob KarstenMet een hydraulische cilinder verstel je de trekhoogte van de Slurry Swivel en daarmee de treklijn. De chauffeur kan zo de combinatie uitbalanceren. En dat werkt: bij het verstellen van die treklijn voel je de trekker duiken of gaan hangen. De eerste gebruikers sleepslangen nu met een halve bar bandenspanning. Die halve bar mogelijk maken, was het doel van de makers van de Slurry Swivel, Van den Broek Mechanisatie (VDB). Vertegenwoordiger George Laan vertelt: “Sleepslangen is ooit bedacht om zo licht mogelijk te werken. Maar de machines worden steeds zwaarder. We zochten een oplossing om de bodemdruk te verminderen. Daarvoor moest volgens ons de bandenspanning omlaag kunnen. En om dat te bereiken moest de gewichtsverdeling anders.” Een tweede wens: makkelijker de sleepslang om perceelsingangen (en afrasteringspalen) leggen.Rien Sinke is vaste chauffeur op de sleepslang bij Mestdistributie J. van Leijsen.Lichte trekker gaat rechtdoorIn feite heeft de Slurry Swivel invloed op drie zaken: gewichtsverdeling, treklijn en op bochtenwerk. Dat zijn drie kritiekpunten bij een traditionele sleepslangcombinatie. Want er hangt doorgaans (te) veel gewicht op de achteras. Vooral bij een geheven bemester is de gewichtsverdeling slecht. Er ontstaat een treklijn die de trekker wil laten steigeren, waardoor meer gewicht zich naar achteren verplaatst. Reken daar een flink tegenwerkende slang bij op, en je hebt een combinatie die (met een lichte trekker) niet kan draaien op de kopakker. De trekker gaat dan gewoon rechtdoor. Daarom wordt er al snel gegrepen naar een zwaardere trekker die een keer moet steken op de kopakker. Bijna 2 ton kwijtDie gewichtsverdeling moest dus veranderen, stelt George Laan. Vanwege dat moeizame keren op de kopakker, zijn veel sleepslangbemesters uitgerust met een zwenkarm achterop de bemester. Sommige zwenkarmen kunnen uitschuiven of knikken, zodat deze wat spanning van de slang halen en zo bewegingsvrijheid maken om te draaien. Zo’n zwenkarm weegt zomaar 1.000 kilo. En dat op een ongunstige plek: het ontbreken van die zwenkarm achterop maakt de achteras 1.750 kilo lichter, ervaarde Van Den Broek bij een verbouwing. Heb je een standaard trekpijp, dan kan de hefmast ertussen uit en komt de bemester dichterbij.De draaikrans wordt zo dicht mogelijk op de trekker gebouwd. Een haspel of buffertank komt meestal niet verder naar voren te hangen. Alleen bij Fendt-trekkers komt dit 10 centimeter naar voren.Tot 60% totaalgewicht rust op achterasDan komt er de Slurry Swivel voor in de plaats. Die hangt in de fronthef, tussen de heflatten. Zo kort mogelijk op de neus. De Slurry Swivel weegt 1.000 kilo leeg. Het zwaartepunt hiervan ligt dan ergens tussen de voor- en achteras. Als de pijp naar de zijkant beweegt tijdens het draaien, verplaatst dit zwaartepunt zich naar de vooras. Daar heb je de kilo’s op dat moment nodig.Een slangenhaspel of buffertank komt in de meeste gevallen niet verder naar voren te hangen. Alleen bij Fendt-trekkers komt dit zo’n 10 centimeter voorwaarts vanwege een compacte bouw. Meestal kort Van den Broek de heflatten juist in om de draaikrans dicht tegen de neus te plaatsen en dus komt de haspel juist iets dichterbij. Afijn, de combinatie is meer in balans. Gebruikers stellen dat nu zo’n 50 tot 60% van het totaalgewicht op de achteras rust. Druk naar vorenDan de treklijn. Bij een lange sleep biedt de slang flink weerstand. Een traditionele combinatie heeft hierbij dan de neiging om te steigeren, en dus op de achterwielen te trekken. Van Den Broek besloot daarom om de draaikrans laag te bouwen. Wie nu een denkbeeldige lijn tussen het hart van de draaikrans voorop en de slangkoppeling die aan de pijp trekt, ziet dat deze onder het hart van achteras loopt. Daarmee wordt de trekker voorover getrokken, en trekt dus op de voorwielen.Gezien de vele bouten zou de draaikrans volgens Van den Broek een afbreekkracht van een 18 tons-rupskraan hebben. De dubbel gelagerde draaikrans bouwen zij zelf, om de diameter klein te houden. Het uiteinde van de Slurry Swivel verstel je hydraulisch. Die cilinder kan tot 350 bar druk zetten om de treklijn te veranderen. Als er te veel druk op de achterwielen staat, kun je de treklijn aanpassen en zo die kracht verplaatsen. Het effect hiervan gaat zeker niet onopgemerkt: je voelt de trekker duiken of gaan hangen. Dit verstellen gaat puur op gevoel. In praktijk wordt hier weinig mee gespeeld, alleen een enkele keer op de kopakker om de ‘slof’ van de bemester op te tillen. Wel stellen gebruikers de manometer op prijs; zo heb je in het donker een indicatie van wat er gebeurt. Een exacte, visuele drukverdeling in de cabine om die druk rondom optimaal te houden, zou een volgende stap kunnen zijn. Slang trekt neus door de bochtOp de kopakker treedt een heftig krachtenspel op. Normaal gesproken kun je niet in een keer draaien op de kopakker. De elastische werking van de slang gunt daar geen ruimte voor. Met deze pijp vooraan werkt die trekkende slang juist in het voordeel. Des te verder je gedraaid staat, des te heftiger de trekker naar binnen wordt getrokken. Die elastische slang trekt namelijk de neus door de bocht. Het zwaartepunt van de Slurry Swivel beweegt tegelijkertijd naar voren, waardoor de druk op de vooras toeneemt. Volgens Van den Broek compenseert dit het uitheffen van de bemester. Zou je halverwege het stuur loslaten, dan draait de combinatie binnen 8 meter om. Je moet nu zelfs dus iets tegensturen.De slang trekt de trekker door de bocht op de kopakker. De lange, vrij draaiende pijp geeft vrijheid bij het draaien, je hoeft de slang vrijwel niet in de gaten te houden. Minder axiale krachten op wangen van bandenHandig, want niet hoeven steken scheelt op een dag redelijk wat tijd en handelingen. Er is namelijk ook geen rails, knikkende of uitschuivende zwenkarm die bediening vereist. Tijdens de eerste kuubs bemesten houd je de pijp nauw in de gaten, maar volgens gebruikers went dit snel en kijk je er niet meer naar om. Belangrijker is dat de kopakker minder wordt bereden. En banden kunnen volgens Van Den Broek veiliger naar een halve bar. Er treden minder axiale krachten op de wangen op. De voorwielen wijzen namelijk in de ‘trek’-richting van de slang. De afgeplatte achterbanden volgen dan wel. Pendelende voorasToch zijn steunwielen op een 12 meter brede bemester echt wel nodig. De combinatie trekt namelijk op de kopakker flink overzij. Zonder steunwielen zouden de binnenste geheven elementen toch de grond raken. Dit komt mede doordat de banden op een halve bar staan en daardoor extra ruimte geven om te schommelen. Hoeveel kilo’s zich verplaatsen naar het binnenste achterwiel bij het draaien, is niet bekend. De vrij pendelende vooras kan het gewicht verdelen over beide voorwielen, maar krijgt hier veel kilo’s voor zijn kiezen. Flexibel chassisHet chassis van de trekker krijgt op de kopakker te maken met flinke torsiekrachten. Met name wanneer de slang haaks op de trekker ligt, voel je de trekker scheefhangen (mede door de lage bandenspanning). Van den Broek maakt daarom gebruik van de voorladeropbouw en de (afgesloten) fronthef. John Deere-trekkers krijgen er een extra hulpframe onderlangs bijgebouwd, vanwege het flexibelere chassis. Dat frame is bevestigd aan de achterbrug en fronthef. Een dubbel gelagerde draaikrans brengt de kracht dan over op het subframe. Van Den broek bouwt deze draaikrans zelf. Volgens hen is het namelijk van belang dat deze een kleine diameter heeft, om zo het trekpunt dicht op de trekker te houden. George Laan stelt dat de draaikrans eenzelfde afbreekkracht heeft als een 18 tons-rupskraan, refererend naar de vele bouten.Van den Broek maakt gebruik van de voorlader-opbouw. Volgens hen geeft dit, in combinatie met de fronthef, voldoende stevigheid. John Deere’s krijgen een extra subframe onderlangs. Enige rekDe pijp zelf krijgt alleen rechte trekkrachten voor zijn kiezen. Die draait immers vrij mee met de trekrichting van de slang. Van den Broek testte hoeveel ton er wordt meegetrokken met een unster tussen twee Storz-koppelingen. Die gaf volgens Van den Broek 2,5 ton aan bij 700 meter sleep achter een Challenger-rupstrekker. Van den Broek wil niet zeggen van welk materiaal de 5-duims pijp is gemaakt. Zij garanderen een factor 2, en dus kan de pijp volgens hen zeker 5 ton trekken. Het fijnkorrelige speciaal-staal heeft enige rek en zou daardoor een zeer hoge treksterkte hebben. Wees niet bang dat de pijp tegen de cabine aan ‘rekt’, want bij een hevige kracht rekt de pijp juist omhoog. En vergeet niet: er zitten genoeg breekbouten (slangkoppelingen) als veiligheid in het systeem. Slurry Swivel binnen een kwartier losDe haspel of buffertank hangt aan twee dubbelwerkende cilinders. Daardoor koppel je de Slurry Swivel aan als een normale voorlader. De pijp draait naar voren en vervolgens laat je de haspel zakken op de grond. De voorladervergrendeling koppel je los en dan trek je hydraulisch de haspel of buffertank op, waardoor het subframe los laat. Volgens Van den Broek heb je de Slurry Swivel binnen een kwartier los. De prijs begint bij € 29.000, afhankelijk van de opties. Die heeft bijvoorbeeld geen hydromotor op de draaikrans, en dan stuur je de pijp handmatig. Er moet een voorlader-bevestiging leverbaar zijn voor de trekker, om de Slurry Swivel op te bouwen. Daarbij moet de trekker zo’n 7 ton eigen gewicht hebben, zodat het achterwiel in de buitenbocht aan de grond blijft. En de fronthef moet 3,5 ton kunnen tillen. Dat vereist namelijk ook een zwaar uitgevoerde vooras.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









