‘Neonicotinoïden in bietenteelt geen optie meer’

Laatst bijgewerkt:
Foto's: Jan Willem Schouten

Foto's: Jan Willem Schouten


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Bietentelers zullen alternatieven moeten zoeken om schade door insecten tegen te gaan.Bij de suikerbietenteelt kunnen talloze ziekten optreden. Zoals bladziekten veroorzaakt door cercospora, meeldauw, of wortelziekten. Of rotting veroorzaakt door rhizoctonia solani. Ook kan schade ontstaan door aaltjes en insectenlarven – zoals ritnaalden en het bietenkevertje – die eten van de bietenplanten. Neonicotinoïden werden tot voor kort in de teelt gebruikt om zaad te coaten en daarmee te beschermen tegen aantasting door insecten. De insectenbestrijder dringt in de hele plant door en geeft daardoor lang bescherming,Neonicotinoïden werden tot voor kort in de suikerbietenteelt gebruikt om zaad te coaten en te beschermen tegen aantasting door insecten. Gevaar voor nuttige insectenMaar neonicotinoïden leveren daardoor ook gevaar op voor nuttige insecten. Al bevliegen bijen dit gewas niet. Het overgrote gedeelte van de neonicotinoïden in de zaadcoating blijft echter in de bodem achter.Bij het huidige verbod van neonicotinoïden in de pil om het suikerbietenzaad zal de insectenbestrijding met het bestaande pakket aan gewasbeschermingsmiddelen een grote uitdaging worden.De grootste uitdagingen zullen liggen in de bestrijding van groene perzikbladluizen, bietenvliegen, bietenkevers, ritnaalden, springstaarten, wortelduizendpoten, miljoenpoten, zwarte bonenluizen en tripsen.Telers zullen vaker een volveldbespuiting moeten uitvoeren met overgebleven insecticiden, die bovendien een slechter resultaat hebben dan de neonicotinoïden in het bietenzaad.Risico’s voor bijen in relatie tot suikerbieten liggen vooral in het volggewas op hetzelfde perceelVoor de suikerbietenteelt komt er geen uitzondering op het verbod op neonicotinoïden. Europees commissaris Vytenis Andriukaitis (Gezondheid en Voedselveiligheid) zei dat de risico’s voor bijen in relatie tot suikerbieten vooral liggen in het volggewas op hetzelfde perceel. Een systeem van gewasrotatie met suikerbieten en een vervolggewas – dat onaantrekkelijk is voor bijen – is niet naar boven gekomen, aldus Andriukaitis. “Daarom is geen uitzondering voor de toepassing in suikerbieten mogelijk.”Rampzalige eigenschappenBovendien is er nog een ander en mogelijk nog groter gevaar dat door velen nog niet voldoende wordt onderkend. Neonicotinoïde insecticiden hebben drie rampzalige eigenschappen: -ze zijn extreem giftig voor insecten en de effecten worden door de tijd versterkt -ze spoelen gemakkelijk uit naar het grondwater of spoelen af naar het oppervlaktewater -ze zijn zeer stabiel in de bodem en in het water (vergelijkbaar met DDT). Een bietenperceel in de Noordoostpolder.Nu we zien dat honing op wereldwijde schaal verontreinigd is met neonicotinoïden, mogen we gerust aannemen dat ook het cultuurlandschap op wereldwijde schaal verontreinigd is geraakt met neonicotinoïden. Als gevolg daarvan kan de gehele flora giftig zijn geworden voor insecten. Chronische blootstelling van insecten aan neonicotinoïden zal leiden tot sterke achteruitgang van insecten en insectivore soorten. Als de metingen van de biomassa van insecten in Krefeld (D.) ons iets vertellen, is het dat vier op de vijf insecten inmiddels zijn verdwenen. Op zoek naar alternatievenHet cultuurlandschap is extreem giftig geworden voor insecten en dat geldt ook voor het areaal voor de suikerbietenteelt in Nederland (ruim 85.000 hectare). De ramp in de insectenwereld die ik in 2010 in mijn boek ’Disaster in the making’ heb voorspeld is niet aan Nederland voorbij gegaan.We zullen dus moeten zoeken naar alternatieven voor effectieve plaagbestrijding in de suikerbietenteelt. Het door Claudia Külling van Servaplant ontwikkelde Artemisia bankerplantsysteem Predat voor biologische bestrijding van bladluis verlaagt het gebruik van insecticiden of maakt deze zelfs overbodig.Het is goed dat nu vanuit de sector initiatief komt om deze biologische methode op grotere schaal in de praktijk te testenOnderzoeks- en kenniscentrum IRS is in de Hoeksche Waard met telers een tweejarige proef begonnen met Predat. Het is goed dat na jaren van onderzoek en ontwikkeling nu vanuit de sector initiatief komt om deze biologische methode op grotere schaal in de praktijk te testen. Neonicotinoïden zijn geen optie meer.Henk Tennekes is toxicoloog en is eigenaar van Experimental Toxicology Services (ETS) Nederland.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.