‘Natuurlijke bestrijding’

-
De natuurlijke vijanden moeten hun werk maar doen. Ik laat me niet door een paar luizen in de luren leggen.Luizen, ze zijn er volop. Ze dwarrelen uit alle windstreken op het land. Ze zuigen putjes in de vroege peen en leggen miljoenen eitjes op het jonge groen. De peen wordt belemmerd in de groei. Spuiten dan maar? Het voert me terug naar mijn beginjaren als biologisch boer. De BDEKO kwam op excursie om mij als nieuweling te verwelkomen tot de club en aan te moedigen om door te gaan – een traditie die tot op de dag van vandaag in ere wordt gehouden. Vol trots liet ik mijn beginnerswerk zien, maar de conservenerwten zaten onder de luis. Er waren er zoveel, dat de erwten helemaal stilstonden in de groei. ‘De lagere opbrengst zou toch gecompenseerd worden door de hogere prijs?’“Moet je niet Spruzit spuiten?”, vroegen de biologische collega’s. “Anders hoef je niet meer te oogsten.” Ik weet nog dat mijn klompen braken. Ben ik net gestopt met spuiten, zou ik bij de eerste de beste tegenslag weer naar de spuit grijpen? Ik zou toch voortaan vertrouwen op de natuur? De lagere opbrengst zou toch gecompenseerd worden door de hogere prijs? Daarom was ik omgeschakeld.Vóór de omschakeling volgde ik nog de geïntegreerde methode. Volgens die methode moest je eerst kijken in het gewas om te zien of een bestrijding wel nodig was. Als je luizen in de tarwe vond, hoefde je niet meteen te spuiten, de schadegrens lag bij tien luizen per aar. Je kreeg dan wel geen topopbrengst, maar financieel kwam je even ver. Luizen verdwenen vanzelfDoor die ‘wachttijd’ ontdekte ik dat de luizen na verloop van tijd vanzelf verdwenen. Opgegeten door gaasvliegen, sluipwespen en lieveheersbeesten. Bij een bestrijding zouden die zijn omgekomen van de honger.Tijdens het bezoek van de BDEKO dacht ik er ook zo over. Ik heb niet gespoten. De natuurlijke vijanden moesten hun werk maar doen. Ik liet me niet door een paar luizen in de luren leggen!Zo liep het af: een week na de zomerexcursie, vlak vóór de oogst, liep ik door het perceel. Ik moest beslissen of ze nog geoogst werden. De kosten konden wel eens even hoog worden als de opbrengst. De erwtjes lagen er verpieterd bij, slechts een paar peulen per plant. Maar wat was dat? Het veld leek te bewegen. Toen ik goed keek zag ik ontelbare blauwgrijze beestjes kruipen. Bij elke voetstap had ik er twintig onder mijn klomp: larven van de lieveheersbeestjes. Nooit eerder, noch sindsdien, heb ik er zoveel bij elkaar gezien. Ze kwamen te laat voor de erwtjes – het saldo bleef steken op 100 gulden – maar hun waarde bleef voorgoed. We hebben nooit meer last van luis gehad.Natuur doet haar werkVoor de zekerheid loop ik nog eens door de peen. Het loof groeit explosief, de luis lijkt verdwenen. Wat rest zijn lieveheersbeestjes, in alle stadia van hun bestaan. De natuur doet zijn werk.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









