Miljoenen kilo’s fosfaatruimte onbenut

Laatst bijgewerkt:
Foto: Jan Willem Schouten

Foto: Jan Willem Schouten


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Nieuwe berekeningen bevestigen dat de werkelijke fosfaatruimte veel groter is dan geregistreerd bij RVO.nl. Niet doorgeven van fosfaattoestand kan op bedrijfsniveau al gauw tientallen tot honderden kuubs mest aan- of afvoer schelen.In 2019 was de fosfaatruimte op Nederlandse landbouwgrond bijna 8 miljoen kilo kleiner dan maximaal mogelijk zou zijn geweest. Vooral op bouwland blijft een flink deel van de maximale fosfaatruimte onbenut. In 2019 was dat 5,6 miljoen kilo fosfaat. Dat komt neer op ruim 10% van de totale fosfaatruimte op bouwland. Voor het areaal grasland is het verschil ruim 2 miljoen kilo fosfaat (2,5%). Dat blijkt uit berekeningen van Boerderij op basis van gegevens van uitvoeringsorganisatie Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) en Eurofins Agro. Oorzaak is het niet doorgeven van de zogenoemde fosfaattoestand. Volgens gegevens van RVO.nl en het Centraal Bureau voor de Statistiek was van ruim 700.000 hectare landbouwgrond geen fosfaattoestand bekend (niet doorgegeven in de Gecombineerde opgave). Deze grond krijgt dan automatisch het stempel ‘fosfaattoestand hoog’ en daarmee de laagste fosfaatgebruiksnorm.Voordeel minimaal 10 kilo per hectareEen deel van het areaal ‘hoog’ heeft ook echt een hoog fosfaatgehalte volgens grondmonsters. Maar bijna 370.000 hectare, ruim de helft van die 700.000 hectare ‘onbekend’, heeft op basis van grondmonsters een lager fosfaatgehalte. De gebruiksnorm is dan hoger dan de waarde die hoort bij fosfaattoestand hoog. In 2019 zou dat minimaal 10 kilo fosfaatvoordeel per hectare opgeleverd hebben. Dat komt neer op ruim 6 ton runderdrijfmest. Het potentiële voordeel in 2020 is nog groter, op bouwland minimaal 20 kilo fosfaat en op grasland is het mogelijke voordeel minimaal 15 kilo fosfaat per hectare. Dat komt door de aanscherping van de gebruiksnorm op grond met fosfaattoestand hoog in 2020 en volgende jaren. Lees verder onder de foto. Grondmonsters nemen en doorgeven in de landbouwtelling gebeurt niet voor alle percelen. Daardoor blijf fosfaatruimte onbenut. - Foto: Koos GroenewoldVerschil het grootst op klei en zandIn tabel 1 (zie kader hieronder) is weergegeven hoe het areaal landbouwgrond is verdeeld volgens de registratie van RVO.nl. Dat is de wettelijke basis voor de maximale hoeveelheid fosfaat die een boer mag aanwenden. Datzelfde areaal is vervolgens verdeeld volgens de verdeling van fosfaattoestand per grondsoort volgens geanonimiseerde gegevens van Eurofins Agro. Die gegevens zijn gebaseerd op grondmonsters en analyseverslagen verdeeld over heel Nederland. In de tabel zijn de gegevens gebruikt voor het jaar 2019 en alleen voor de grondsoorten klei, veen en zand zijn de verschillen berekend.Voorbeeld voor bouwland op klei: Volgens RVO.nl valt 7.693 hectare in fosfaatklasse ‘hoog’ op basis van het doorgegeven PW-getal en 132.542 hectare is ‘hoog’ omdat geen PW-getal is doorgegeven. Op basis van grondmonsters heeft in 2019 7,2% van het bouwland op klei fosfaattoestand ‘hoog’. Volgens RVO.nl was er in 2019 424.530 hectare bouwland op klei. 7,2% daarvan is 30.753 hectare zoals weergegeven in de tabel. Die berekening is doorgevoerd voor alle klei-, veen- en zandgrond en verkort weergegeven in onderstaande tabel. Lees verder onder het kader. Klik hier voor een pdf van bovenstaande tabel.Toelichting op tabel 1 hierbovenDe berekening van de arealen per fosfaatklasse en de totale fosfaatruimte is gebaseerd op data van RVO.nl (bewerkt door het CBS) en geanonimiseerde data van Eurofins Agro. Het areaal grasland en bouwland en de fosfaattoestand daarvan komt uit de landbouwtelling 2019. Grond waarvoor geen fosfaattoestand wordt doorgegeven wordt door de uitvoeringsorganisatie aangemerkt als fosfaattoestand hoog. In de tabel is die categorie aangegeven als ‘hoog geen PAL’ of ‘hoog geen PW’.
De arealen op basis van de RVO.nl-cijfers zijn herberekend met de verdeling van de fosfaattoestand volgens gegevens van Eurofins Agro, die zijn gebaseerd op geanonimiseerde totalen van grondmonsters en analyseverslagen. Voor grasland en bouwland op klei, veen en zand heeft Eurofins het aandeel in procenten berekend. Die percentages zijn toegepast op het areaal klei, veen en zand volgens de RVO.nl-cijfers. Vervolgens is voor de arealen volgens RVO.nl en het herberekende areaal de maximale plaatsingsruimte berekend uitgaande van de geldende fosfaatgebruiksnormen in 2019 en 2020. In beide jaren is daarvoor het areaal in 2019 gebruikt.Minimaal 10 kilo per hectare onbenutIn tabel 2 (zie hieronder) is het effect op de maximale fosfaatruimte weergegeven. De totale fosfaatruimte op grasland in 2019 volgens RVO komt uit op 86,3 miljoen kilo. Op basis van grondmonsters zou dat 88,5 miljoen zijn. Het verschil is dan 2,2 miljoen kilo voor grasland in 2019.In de kolom 2020 is dezelfde berekening gemaakt met de fosfaatgebruiksnormen voor 2020 op basis van het areaal in 2019 omdat het areaal in 2020 nog niet bekend is. Het verschil in plaatsingsruimte is in 2020 groter. Voor grasland loopt het op naar 3,5 miljoen en voor bouwland wordt het verschil 8,6 miljoen kilo. Dat komt neer op gemiddeld ruim 10 kilo fosfaat per hectare bouwland die niet wordt benut. Lees verder onder het kader. Klik hier voor een pdf van bovenstaande tabel.Toelichting op tabel 2 hierbovenDe berekende fosfaatruimte in tabel 2 is de maximale ruimte. In de praktijk zal niet alle grond met de hoogste fosfaatgebruiksnorm ook met die maximale norm worden bemest. Verder zijn niet alle percelen bemonsterd en zal dat ook in de komende jaren niet gebeuren.Scherpere normen in 2021In de praktijk wordt op veel bedrijven, met name in de akkerbouw, de mestruimte niet volledig benut en was dat ook niet nodig. Maar dat wordt anders nu de mestnormen zijn aangescherpt, zeker op grond met fosfaattoestand hoog. In 2021 wordt de fosfaattoestand bovendien anders vastgesteld. Dan wordt de zogenoemde gecombineerde indicator ingevoerd. De fosfaattoestand wordt dan vastgesteld op basis van zowel het PAL-getal (bodemvoorraad) en het P-PAE-getal (beschikbaar voor de plant).In adviezen van het College Deskundigen Meststoffenwet is berekend dat deze verandering vrijwel geen effect gaat hebben op de totale plaatsingsruimte. Maar voor individuele bedrijven is geen inschatting gemaakt; daar kunnen wel grote verschillen optreden.Plaatsingsruimte belangrijke factorInmiddels is duidelijk dat invoering van de gecombineerde indicator in 2021 grote gevolgen kan hebben voor bedrijven. Het kan de bemestingsruimte voor fosfaat zomaar met honderden kilo’s verkleinen vanaf 2021, met name voor akkerbouwbedrijven op zeeklei.Anderzijds is op andere bedrijven, met name melkveebedrijven, de fosfaatruimte niet altijd te benutten omdat stikstof in dierlijke mest de beperkende factor is, ook met derogatie.De plaatsingsruimte voor fosfaat is niet alleen bepalend voor de bemesting van de grond. Op melkveebedrijven is het ook nog altijd bepalend voor het toegestane aantal dieren stuks vee (‘grondgebonden groei’). Op alle veebedrijven is de fosfaatruimte bepalend voor wel of geen mestverwerking. En de totale fosfaatruimte in combinatie met de veestapel is op landelijk niveau bepalend voor de benodigde mestverwerkingscapaciteit op langere termijn.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Dagelijkse nieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.