Mest op allerlei manieren weg

Laatst bijgewerkt:
Foto: Jan Willem Schouten

Foto: Jan Willem Schouten


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Met het uitrijseizoen voor de deur gaat de komende weken veel mest richting akkerbouwgebied. Een belangrijke route, maar niet meer de enige.Het mestseizoen staat voor de deur en varkenshouders staan te popelen om hun kelders weer leeg te laten rijden. Niet om weer grote kosten te maken, maar wel ruimte in de kelders. Vergeleken met tien jaar geleden is er veel veranderd in deze operatie. “Vroeger ging varkensmest naar de akkerbouw, rundveemest bleef in de regio en pluimveemest werd verbrand. Zo eenvoudig is het nu niet meer”, aldus Johan Temmink, mestspecialist bij ForFarmers.Dat de afzet naar de akkerbouw onder druk staat, heeft een aantal redenen. Met name vleesvarkensmest heeft voor de akkerbouw een ongunstige N/P-verhouding in relatie tot de gebruiksnormen. Met het toegenomen aanbod rundveemest wordt daar sneller voor gekozen. Bovendien willen akkerbouwers zich niet beperken tot één mestsoort. Verder kunnen akkerbouwers nog maar een beperkte tijd uitrijden; in mei moet de klus grotendeels geklaard zijn. Dat vraagt veel van de logistiek, benadrukt Temmink. Lukt het wel om alle putten leeg te rijden, dan is de uitgangssituatie tot het nieuwe opslagseizoen dit najaar een stuk gunstiger.De komende maanden laten varkenshouders weer volop putten leegrijden. Veel mest gaat naar de akkerbouw maar ook de verwerker is een belangrijke bestemming. - Foto: Bert JansenVarkenshouderij minder afhankelijk van akkerbouwDoor de komst van mestverwerking is de varkenshouderij echter minder afhankelijk van de akkerbouw. De totale capaciteit ligt nu rond 36 miljoen kilo fosfaat, blijkt uit een recente inventarisatie van het Projectbureau Lokale Mestverwerking. Dat is circa 20% van de totale fosfaatproductie en vooral pluimvee- en varkensmest. In alle regio’s wordt gewerkt aan nieuwe initiatieven, zodat de capaciteit de komende jaren verder toeneemt. “Vooral in het oosten is dat hard nodig.” Opvallend: van de installaties die nu draaien, is 40% eigendom van loonwerkers.Uiteenlopende vormenVarkenshouders kunnen op verschillende manieren hun mestafzet invullen. Gangbaar is nog altijd een afspraak met de intermediair. In veel gevallen wordt daar tevens een VVO-contract voor de verplichte mestverwerking aan gekoppeld. In de markt zijn uiteenlopende vormen; van contracten en seizoenafspraken over kuubs en prijs, tot daghandel. Jan Pijnenburg, adviseur varkenshouderij bij DLV Advies, schat dat in de meeste gevallen sprake is van vrije handel. “We zien wel afspraken en allerlei tussenvormen, maar vaak is het een kwestie van drie man bellen wie de mest kan ophalen.” Een aantal intermediairs bevestigt dat beeld. DLV ziet in de boekhoudingen van varkenshouders verschillen tot wel € 7 per kuub, afhankelijk van de locatie en positie die intermediairs hebben. Grote verschillen zijn er overigens ook voor de prijzen van VVO’s.De afgelopen jaren gaat meer mest rechtstreeks naar de verwerker. Met name in het Zuiden hebben coöperatieve bedrijven als Kumac en Mestac, en distributeurs als Verkooijen in Langeweg en Houbraken in Bergeijk, een flink deel van de markt. Voor varkenshouders in het oosten zijn er veel minder mogelijkheden. Daar liggen wel plannen, onder meer bij Greenferm in Apeldoorn, Twence in Zenderen en Groot Zevert in Beltrum. Het geeft vooral zekerheid; verwerking voor € 20 per kuub inclusief transport is al een marktconforme prijs.Veruit de grootste productie van varkensmest zit in het Zuiden, met name in Brabant. De komende tijd gaat een groot deel naar het akkerbouwgebied.Afhankelijk van de situatie kunnen varkenshouders ook op het eigen bedrijf mest verwerken. Dat is nog maar voor een handjevol ondernemers weggelegd. Veel vaker komt mestscheiding voor door middel van bijvoorbeeld een decanter. Dat is vooral interessant voor bedrijven met eigen grond of afzetmogelijkheden van dunne fractie in de regio. De afzetkosten kunnen met circa € 2 per kuub dalen, becijfert DLV. Maar de verschillen zijn groot. “Als de installatie goed werkt en de grond gunstig ligt, kan het voordeel wel tot € 6 oplopen. Maar er zijn ook bedrijven die er verlies mee draaien”, weet Pijnenburg.Afzet van drijfmest of dunne mest in de regio blijft belangrijk. Een beperkt deel van de varkenshouders maakt zelf afspraken met akkerbouwers over levering van mest. Dat gebeurt vooral in de extensieve regio’s. Een beperking daarbij is dat akkerbouwers zich niet vast willen leggen op één mestsoort; verschillende gewassen vragen verschillende bemestingsstrategieën, ook voor de organische mest. Ook speelt de mestlogistiek en opslag deze route parten.Krimpende rundveestapelHoewel de gemiddelde ophaaltarieven van drijfmest een fractie lager liggen dan vorig jaar, zijn de prijzen die varkenshouders betalen nog altijd fors. Optimisten verwachten dat dit jaar de druk van de mestmarkt vermindert door de verplichte inkrimping van de rundveestapel en het verder ontwikkelen van mestverwerking. Pessimisten wijzen op de onvoorspelbaarheid van de mestmarkt en vooral de structurele onzekerheid rondom wetgeving die fundamentele veranderingen in de weg zitten.Ophaaltarieven van drijfmest liggen een paar euro onder het niveau van vorig jaar. Nog steeds zijn mestprijzen, zeker regionaal, zeer hoog.Los van de afzetmogelijkheden kunnen varkenshouders op hun eigen bedrijf altijd werken aan een lage mestproductie en het beter plaatsbaar maken van mest. Bijvoorbeeld door mestsoorten apart af te voeren, of te scheiden (zie ‘Werk aan minder kuubs en betere afzet‘). Voor de korte termijn moet eerst de prop mest door grote voorraden op bedrijven weg zijn. Daarbij is het weer tijdens het uitrijseizoen de komende maanden de meest bepalende factor.Werk aan minder kuubs en betere afzetNeem maatregelen zodat minder water in de put komt. Denk aan het gebruik van inweekmiddelen en het beperken van de waterafgifte van de spuit.Maak de wateropname van de varkens inzichtelijk. Tussen bedrijven zitten grote verschillen in wateropname en in de productie mest per varken. Verschillen ontstaan onder meer door gebruikte nippels en voerbakken.Voorkom dat er van buiten water in de put loopt. Hang overal dakgoten en voorkom dat water vanaf het erf in de putten loopt.Overleg met de voeradviseur over het drogestofgehalte van het brijrantsoen. Zorg dat de brij wel goed verpompbaar blijft.Werk aan een kwaliteit mest die afnemers graag willen. Sla de verschillende mestsoorten apart op.Bekijk de mogelijkheden voor afzet in de regio. Het kan dan interessant zijn (een deel van) de mest te scheiden.Laat de mest in een opslagruimte gecontroleerd bezinken. De dunnere mest blijft dan dichter in de buurt.Lees het hele artikel in Boerderij 24 van dinsdag 14 maart.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Varkens


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.