Melkveehouder moet bedrijf extensiveren en intensiveren

Friese melkveehouders kunnen kiezen. Als ze melk leveren aan FrieslandCampina, dan zitten ze in beginsel goed. Willen ze harder groeien en nog steeds een concurrerende melkprijs krijgen, dan kunnen ze overstappen naar A-ware. - Foto: Hans Prinsen

Friese melkveehouders kunnen kiezen. Als ze melk leveren aan FrieslandCampina, dan zitten ze in beginsel goed. Willen ze harder groeien en nog steeds een concurrerende melkprijs krijgen, dan kunnen ze overstappen naar A-ware. - Foto: Hans Prinsen


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

De zuivel is in beweging. De fosfaatrechten zijn nog maar net ingevoerd of zuivelreus FrieslandCampina maakt bekend dat het de groei van het melkaanbod wil gaan beperken. Wat betekenen deze ontwikkelingen voor de melkveehouders? Welke opties hebben ze? Overstappen naar een andere fabriek, of wellicht zelfs naar een ander land? Eén ding is zeker: blijvers moeten hun focus verleggen: vooral van steeds lagere kosten en meer volume naar geleidelijker groei en hogere marges.De tijd van snel heel veel meer gaan melken is voorlopig voorbij. Wie geen loterij wint of een onverwachte erfenis ontvangt, moet andere wegen zoeken om stappen vooruit te zetten in de melkveehouderij. De traditionele groeipaden zijn afgesloten: wie wil groeien, moet voldoende land hebben, plus fosfaatruimte en afzetmogelijkheden bij de fabriek. Alleen de stap over de grens kan nog uitkomst bieden. Maar zet dat zakelijk gezien wel zoden aan de dijk?Financiële intensiveringHet meest voor de hand liggende groeipad is dat van de financiële intensivering, ofwel de zoektocht naar de meeste meerwaarde per kilo melk. Daarvoor moet wel worden voldaan aan een aantal basisvoorwaarden, zoals de mogelijkheid van weidegang. De plus die dat geeft op de melkprijs varieert van € 1,15 (FrieslandCampina) tot € 2,00 per 100 kilo (Cono, Bel Leerdammer). Daarbovenop zijn extra plussen op de melkprijs mogelijk voor zaken als duurzaamheid, dierenwelzijn en milieu.Na een ietwat trage stap, worden wat dit betreft de laatste maanden in rap tempo stappen gezet. Kaasmaker Cono is nog steeds koploper met toeslagen, die nagenoeg coöperatiebreed zijn. Voor een kleine coöperatie als Cono is dat ook nog mogelijk. Particuliere zuivelverwerker Royal A-ware is echter bezig met een inhaalrace. Waar bij Cono de maximale toeslag op zo’n € 2,75 + per 100 kilo uitkomst, gaat de maximale toeslag bij A-ware richting de € 4,75 per 100 kilo. Die maximumtoeslag geldt in eerste instantie echter voor maximaal zo’n 300 leveranciers. De rest moet het doen met een toeslag van maximaal € 1,75 per 100 kilo of minder.FrieslandCampina wil nu ook dit spoor op gaan, waarbij een selecte groep leden tot maximaal € 4,15 of € 4,50 aan extra toeslagen kan verdienen. De rest ontvangt minder. Het lijkt oncoöperatief, maar de vraag kan zijn of dit minder coöperatief is dan het laten opeten van een groot deel van de melkafzetruimte door een beperkt percentage van alle leden, zoals tot nu toe het geval is. Echter, deze vraag is voor de discussie binnen FrieslandCampina zelf. De discussie in de zuivelsector als geheel gaat daar al lang niet meer over. Wie wil meekomen in de volgende ontwikkelingsfase van de bedrijfstak, moet melk met meer toeters en bellen leveren – meer toegevoegde waarde.Het is bijna zeker dat nog veel meer Nederlandse verwerkers het voorbeeld van A-ware en FrieslandCampina gaan volgen. In Frankrijk is een aantal bedrijven daar al langer mee bezig.Nieuwe basismelkEfficiënt geproduceerde stalmelk is op zich prima melk, van goede kwaliteit, maar voor Nederlandse melkveebedrijven zal het op de langere termijn steeds moeilijker worden om hiermee de kost te blijven verdienen. Voor verwerkers wordt het steeds moeilijker om deze melk tegen een acceptabele prijs te kunnen verkopen. Bij FrieslandCampina zit er feitelijk al een afslag op stalmelk. De afnemers van de zuivelindustrie – of het nu supermarkten of voedingsbedrijven zijn – vragen steeds vaker en steeds nadrukkelijker om een product dat extra hoog scoort op gebied van klimaat (CO2-arm), duurzaamheid en dierenwelzijn. Ze willen dus melk die op die punten is gecertificeerd. Gebruik van voer zonder transgene bestanddelen (GMO-vrij/VLOG-gecertificeerd) kan een plus bieden aan stalmelk, net zoals extra garanties voor dierenwelzijn, zoals maximaal 100% stalbezetting/extra ruimte per koe. De echte uitloop in toeslagen zit echter bij de weidemelk, omdat deze melksoort voor heel veel gebruikstoepassingen de nieuwe basismelk is. ‘Stalmelk’ maakt volgens diverse schattingen ook nog maar zo’n 23 tot 25% van de Nederlandse melkplas meer uit.Tweedeling Noord-ZuidOok al zou het moeten, het is helaas niet voor elke melkveehouder even eenvoudig om meer dure (in termen van opbrengst) liters melk te produceren. Al was het alleen maar omdat je toevallig in de verkeerde omgeving zit. Door alle ontwikkelingen van de laatste jaren in en om de melkveehouderij is een steeds duidelijker tweedeling waar te nemen tussen Nederland boven en onder de grote rivieren. De gewijzigde zuivelinfrastructuur, logistiek en geografie zorgen daarvoor. Het lastigst lijkt de situatie in Noord-Brabant. Dat wordt duidelijk gemaakt aan de hand van 2 kaders onderaan dit artikel, die de situatie voor melkveebedrijven in Brabant en Friesland globaal naast elkaar zetten.Voor een kleine categorie melkveehouders lonkt de stap om zelf de melk te gaan verwerken. Het is geen vloedgolf van melkveehouders die ermee begint, maar leveranciers van boerderijzuivelapparatuur hebben de laatste jaren handenvol werk aan de hernieuwde belangstelling voor deze tak van bedrijvigheid. Het gaat daarbij niet alleen om het zelf kaas maken, maar ook om de bereiding van verse zuivel en ijs. Het moet wel passen bij de ondernemer en het bedrijf. Ook is er een forse aanvangsinvestering nodig, maar zelf-zuivelen levert gemiddeld genomen wel goede, stabiele rendementen op.Stoppen, doorgaan of emigreren?In elke situatie waarin de wet- en regelgeving en de perspectieven voor de melkveehouderij veranderen, wordt door een groep boeren gekeken naar de mogelijkheden van emigratie. Net zoals steeds een nieuwe groep besluit om door te gaan of te stoppen. Wie overweegt om naar het buitenland te vertrekken, moet dat ondertussen ook goed afwegen, zo valt te horen bij accountants- en adviesbureaus. Vertrekken omdat men hier de regeldruk zat is, is een legitieme reden, maar lang niet altijd de beste reden om elders het geluk te zoeken. Ook in andere landen moet hard worden gewerkt om een nieuw bedrijf succesvol te maken. Wie bijvoorbeeld overweegt om naar Duitsland te gaan, kan wel met minder regels te maken krijgen en hoeft in eerste instantie misschien ook minder te investeren, maar hij dient zich ook te realiseren dat de gemiddelde melkprijs er een stuk lager ligt dan hier. Bovendien is er vaak minder keuze in afnemers.Daar komt bij dat de financiering lastiger is rond te krijgen. Banken stellen andere, hardere eisen en zijn vaak ook minder ingespeeld de wensen en behoeften van een immigrant. “Veel hangt uiteindelijk af van het ondernemerschap van degene die wil emigreren, maar wie alle voors en tegens tegen elkaar afzet, zal vaak tot de conclusie komen dat het toch het meeste loont om in Nederland te blijven”, aldus een bedrijfsadviseur.Wie in Nederland naar meer ruimte zoekt, kan het beste grond in de eigen omgeving zien te vinden, of moet wachten tot elders een bedrijf vrijkomt. Een melkveebedrijf beginnen op een plek waar eerder nog geen melkveebedrijf was, is zo goed als onmogelijk geworden. Van een nieuwe golf van vertrekkende melkveehouders uit Brabant naar bijvoorbeeld het Noorden of Zeeland is volgens makelaars nu (nog) vrij weinig zichtbaar.Lees ook: Stoppersgolf verwacht door regelgevingMeer regels, minder keuze voor Brabantse melkveehouderEen melkveehouder in Noord-Brabant, en in mindere mate alle melkveehouders beneden de grote rivieren, zit qua keuzemogelijkheden in een minder royale situatie dan zijn noordelijke collega’s. Wie lid is van FrieslandCampina en aan weidegang kan doen, mag zich in de handen wrijven, want die zit in deze regio het best qua melkafnemer. Alle andere melkverwerkers die actief zijn in deze regio betalen minder melkgeld. Een enkeling in het rivierengebied die levert aan Bel Leerdammer of die lid is van DeltaMilk, zit ook nog vrij goed. Wie echter melk levert aan Milcobel, Arla of DOC Kaas ontvangt direct al flink minder melkgeld.Wie van FrieslandCampina wil overstappen naar een andere verwerker heeft feitelijk geen keus, want andere verwerkers die een vergelijkbare of concurrerende melkprijs betalen, halen onder de grote rivieren eigenlijk geen melk op. Wie toch wil overstappen, laat momenteel al gauw 4 tot 5 cent per kilo melkgeld liggen.Nu hoeft een lid van FrieslandCampina beneden de grote rivieren niet direct te klagen, want hij ontvangt een redelijk goede melkprijs. In Brabant hebben melkveehouders echter ook nog te maken met een hele set overige factoren die het bestaan er moeilijker op maken. De strengere eis voor grondgebondenheid plaatst veel bedrijven voor een flinke extra opgave: om door te kunnen gaan moet er meer grond in duurzaam gebruik bij komen, ofwel via pacht, ofwel door koop. Probleem is dat niet iedereen kan worden bediend.Daarnaast is er de extra regelgeving die het leven van een veehouder in Brabant er veel ingewikkelder en duurder op maakt. Vertrek naar elders moet voor veel ondernemers een lonkend perspectief zijn, maar is er elders nog wel ruimte?Nog ruimte en keuze genoeg voor Friese boerFriese melkveehouders hebben het voor het kiezen. Zitten ze bij FrieslandCampina, dan zitten ze in beginsel goed, maar willen ze harder groeien en toch ook nog steeds een concurrerende melkprijs ontvangen, dan kunnen ze overstappen naar A-ware, Hochwald Foods of een andere zuivelverwerker. In Noord-Nederland is er vrijwel overal keuze uit meerdere bedrijven waar de melk tegen een concurrerende melkprijs aan kan worden geleverd.Friese melkveehouders kunnen kiezen. Als ze melk leveren aan FrieslandCampina, dan zitten ze in beginsel goed. Willen ze harder groeien en nog steeds een concurrerende melkprijs krijgen, dan kunnen ze overstappen naar A-ware. - Foto: Hans PrinsenIn Noord-Holland is er naast FrieslandCampina nog Cono, in Drenthe, Overijssel of Flevoland zijn er Bel Leerdammer, A-ware en anderen. Ze nemen niet allemaal grote aantallen leveranciers aan, maar de laatste tijd is de mobiliteit van melkveehouders iets toegenomen. In het voorbije jaar namen zowel A-ware, Cono als DeltaMilk ieder voor zich hele groepen melkveehouders aan, afkomstig van andere zuivelbedrijven. De enige stap die niet mogelijk is – maar dat geldt voor het hele land – is toetreding tot, of terug naar FrieslandCampina. De coöperatie heeft de drempel heel hoog gemaakt, met een entreegeld van € 10,00 per 100 kilo melk, en de coöperatie zit nog steeds tot over de oren in de melk.Hoe dat ook zij, melkveehouders boven de grote rivieren kunnen kiezen en hoeven daarbij in financieel opzicht geen grote veer te laten. Friesland kent bovendien een gemiddeld lagere veedichtheid en heeft meer grond per bedrijf dan Brabant. Bovendien is de regionale regelgeving er minder streng, al is het ook in Noord-Nederland bijna niet meer mogelijk om bijvoorbeeld een akkerbouwbedrijf om te zetten in een melkveebedrijf. Die route is nagenoeg dichtgetimmerd vanwege nabijheid tot natuurgebieden en dergelijke.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.