Meeste agro-handel met de buren

Laatst bijgewerkt:
Foto: Bert Jansen

Foto: Bert Jansen


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

In de landbouwvisie van Schouten worden vraagtekens gezet bij handelsstromen van en naar Nederland.Producten van de Nederlandse land- en tuinbouw gaan de hele wereld over en er wordt flink geld meer verdiend. Het gaat niet alleen om productie van eigen bodem, maar ook om doorvoer van producten die van buiten de EU komen.In de landbouwvisie van minister Carola Schouten wordt niet gezegd of import en export past in kringlooplandbouw. De visie zegt er wel het volgende over: ‘lokaal wat kan, regionaal of internationaal wat moet’.Minister Carola Schouten presenteerde begin september haar visie op de landbouw - foto: Roel Dijkstra.Daar ligt een grote uitdaging voor de Nederlandse land- en tuinbouw. In de eerste plaats omdat grondstoffen van buiten de EU worden aangevoerd. Voorbeelden zijn soja uit de VS en Brazilië voor veevoer en mais uit de Oekraïne voor zowel de voedingsindustrie als voor veevoer.Vlees, zuivel, akkerbouwproducten en allerlei tuinbouwproducten gaan naar tal van landen buiten de EU. Naar landen in Afrika en het Midden-Oosten. Maar ook het verder naar het oosten. Zeker het belang van de Chinese markt neemt steeds meer toe.Uit de cijfers blijkt ook dat de meeste handel plaatsvindt tussen directe buurlanden. Bijna 80% van de Nederlandse landbouwexport is gericht op EU-landen, met als belangrijkste landen Duitsland en België. De meeste importproducten komen ook uit Duitsland en België. Gevolgd door Frankrijk, Brazilië, de VS, Spanje en het Verenigd Koninkrijk.In die zin kun je Nederland ook plaatsen als een productieve landbouwregio in Noord-West Europa die ongeveer 20% van de huidige exportwaarde buiten de eigen regio haalt als je die wat ruimer definieert.Nederland handelslandAls klein land is Nederland groot in de handel van landbouwproducten. Het is ’s werelds tweede grootste exporteur, na de Verenigde Staten. In 2017 was de Nederlandse export van landbouwgoederen goed voor een waarde van € 91,7 miljard: een stijging van 7%. Dit was een record.Daarnaast gingen ook de import en het handelsoverschot naar een recordniveau. De import steeg met 9% tot € 62,6 miljard en het handelsoverschot groeide met bijna 4% tot € 29,1 miljard.Nederland is niet alleen een belangrijke producent, het is ook een belangrijke verwerker en doorvoerhaven. Vorig jaar werd er voor € 25,5 miljard (28%) aan buitenlandse producten geëxporteerd die eerder waren ingevoerd. Daar tegenover stond € 66,2 miljard (72%) export aan Nederlandse producten.De Nederlandse producten droegen voor € 40,5 miljard bij aan de Nederlandse economie en de doorgevoerde buitenlandse producten voor € 3,5 miljard. Het belang van de landbouwexport in de totale Nederlandse goederenexport is 19,4%. De landbouwimport is goed voor 15,4% van het totaal.De grootste exportproductgroep betreft aardapelen, groenten en fruit - foto: Peter Roek.AGF is grootste exportproductgroepDe grootste exportproductgroep bestaat uit aardappelen, groenten en fruit. Hier is een waarde van € 12 miljard mee gemoeid. Aardappelen maakten hier voor ongeveer € 700 miljoen deel van uit.Uien komen hier vlak achteraan met € 630 miljoen. Van de groenten en fruit wordt niet alles in Nederland geproduceerd. Iets meer dan de helft is van Nederlandse oorsprong, de rest is doorvoer uit andere landen. Dat betreft voor een belangrijk deel sub-tropische producten die niet in onze streken groeien. De exportwaarde van zuivel kwam in 2017 uit op circa € 9 miljard.Mestexport noodzakelijkCritici van het huidige landbouwsysteem in Nederland wijzen op de nadelen die kleven aan een intensieve productie. Niet alleen het gebruik van kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen krijgt kritiek, ook de (intensieve) veehouderij moet het ontgelden.Linkse partijen en tal van maatschappelijk organisaties vinden krimp van de veestapel noodzakelijk. De Nederlandse veehouderij moet grondgebonden worden. Al wordt dat nog heel verschillend uitgelegd.Vooralsnog heeft de Nederlandse veehouderij een overschot aan dierlijke mest dat niet op Nederlandse landbouwgrond kan worden aangewend. Een deel van het overschot wordt verbrand voor opwekking van groene energie. Daarnaast is in de afgelopen 3 jaar jaarlijks circa 40 miljoen kilo fosfaat in dierlijke mest geëxporteerd. Voornamelijk naar Duitsland, gevolgd door Frankrijk en België.In de laatste 3 jaar is jaarlijks 40 miljoen kilo fosfaat in dierlijke mest geëxporteerd - foto: Bert Jansen.Kwart diervoedergrondstoffen komt van buiten EU, Oekraïne en RuslandVolgens Nevedi, de brancheorganisatie voor de Nederlandse diervoederindustrie, gaan in Nederlandse veevoeders meer dan 300 verschillende soorten grondstoffen. Volgens de organisatie komt ongeveer een kwart van buiten de EU. Oekraïne en Rusland worden meegeteld bij de EU.
Het grootste deel van de grondstoffen bestaat uit co-producten: producten die ontstaan tijdens het productieproces van voedsel voor de mens. Hieronder vallen onder andere sojaschroot en bietenpulp, maar ook producten uit bijvoorbeeld de bakkerij- en zoetwarenindustrie. Na co-producten volgen primaire grondstoffen als tarwe, mais en sojabonen.
Nederland importeert zowel complete sojabonen – die in Nederland worden verwerkt door bedrijven als Cargill en Bunge – als sojaschroot. In 2017 importeerde Nederland volgens FAO 3,8 miljoen ton sojabonen en 3 miljoen ton sojaschroot. De geïmporteerde sojabonen en sojaschroot worden niet alleen gebruikt voor de (eigen) diervoedingsindustrie, maar ook voor voedselproducten.
Dat Nederland een belangrijk doorvoerland is, blijkt uit de export van soja. We exporteerden vorig jaar ook weer 1,1 miljoen ton sojabonen en 1,2 miljoen ton sojaschroot. De meeste sojabonen komen uit de VS. Op de tweede en derde plaats staan Brazilië en Uruguay. Sojaschroot komt voornamelijk uit Brazilië, Argentinië en China.
Naast co-producten als sojaschroot zijn granen en mais een belangrijk ingrediënt van veevoeders. In 2017 werd 5,2 miljoen ton mais geïmporteerd. Een fors minder grote hoeveelheid werd geëxporteerd: 780.000 ton.
Niet alle geïmporteerde mais wordt voor diervoeders gebruikt. Volgens een rapport van de WUR is ongeveer de helft bestemd voor veevoeders. Veruit de meeste mais – ongeveer de helft van de import – komt uit Oekraïne. Gevolgd door Frankrijk en Brazilië.
In totaal werd er vorig jaar voor bijna € 3 miljoen ton aan granen geïmporteerd. Iets meer dan een kwart van deze waarde werd geëxporteerd. De granen zijn echter niet alleen bestemd voor diervoeders, maar ook voor bijvoorbeeld de bakindustrie. Van de wereldwijde graanoogst wordt ongeveer de helft gebruikt als veevoeder.Gecondenseerde melk met bestemming Qatar - foto: Mark Pasveer.Meeste zuivel naar EU-landenNederlandse zuivel, eieren en vlees gaan naar een groot aantal landen. Toch blijft veruit het grootste deel van deze belangrijke exportproducten binnen de Europese Unie.
Van zuivel en eieren gaat driekwart van de exportwaarde naar EU-landen. De top drie van de afzet wordt hier in 2017 gevormd door Duitsland, België en Frankrijk. Op de vierde plaats staat China (bron: de internationale handelsdatabase ITC).
Tegenover een aanzienlijke exportwaarde van zuivel en eieren staat een importwaarde van ruim € 4 miljard in 2017. De belangrijkste leveranciers van zuivel en eieren naar Nederland zijn dezelfde drie belangrijkste afzetlanden: Duitsland, België en Frankrijk. Nederlandse kaas gaat naar Frankrijk en daar komt Franse kaas voor terug.
China is de laatste jaren een serieuze afnemer van zuivel geworden. Maar de Europese Unie is zeker niet de belangrijkste leverancier van dat land. Dat is zuivelgrootmacht Nieuw-Zeeland.Er gaat veel varkensvlees voor export weg naar China - foto: Bert Jansen.Veel varkensvlees naar ChinaChina is wel een belangrijke markt voor varkensvlees vanuit de Europese Unie. De belangrijke leveranciers zijn Denemarken, Duitsland en Nederland.
Nederland is – met Duitsland als grootste afnemer – niet alleen een grote exporteur van varkensvlees. Een flink deel van de Nederlandse varkens wordt in Duitsland geslacht. Daarnaast gaat een groot aantal Nederlandse biggen naar varkensbedrijven in Duitsland, in 2017 waren dat er ruim 4 miljoen.
Wat varkenvleesproductie betreft is Denemarken de belangrijke opponent. Ook Denemarken exporteert een groot aantal biggen. Jaarlijks gaan er bijna 7 miljoen naar Duitse varkenshouders. Polen voert bijna net zoveel Deense biggen in. Dat blijkt uit cijfers van de Rabobank.
Nederlands kippenvlees is in 2017 vooral geëxporteerd naar het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Brazilie is de absolute grootmacht als het gaat om export van pluimveevlees. Het Zuid-Amerikaanse land exporteert vooral naar China, Japan en het Midden-Oosten

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Dagelijkse nieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.