Laat je niet verrassen door nieuwe fosfaatklassen

Foto: Koos Groenewold
Nieuwe bepaling fosfaatklasse kan fosfaatruimte kosten of juist opleveren vanaf 1 januari 2021. Mogelijk biedt een overgangsregeling uitkomst, maar belangrijke details ontbreken nog.Vanaf 1 januari 2021 wordt de bepaling voor bemestingsruimte voor fosfaat anders. Hoeveel mest op een perceel mag, kan fors afwijken van de waarde in 2020. Soms lager, soms hoger. Het verschil kan oplopen naar meer dan 10 kilo fosfaat, meer of minder ruimte per hectare. Dat heeft sowieso gevolgen voor de hoeveelheid mest die op een perceel aangewend kan worden. Voor melkveehouders kan het bovendien gevolgen hebben voor het aantal melkkoeien. In sommige situaties kan het zinvol zijn om nog dit jaar grondmonsters te nemen. LNV heeft een overgangsregeling aangekondigd, maar de bepalingen zijn nog niet volledig bekend.Bouwland bemesten in de Veenkolonieën. In deze regio pakken nieuwe fosfaatklassen gemiddeld goed uit. In het Zuidwesten zijn nieuwe normen gemiddeld nadelig. - Foto: Hans BanusFosfaattoestand en gebruiksnormDit jaar wordt de fosfaattoestand voor bouwland en grasland nog op verschillende wijze bepaald. Voor grasland gebeurt dat op basis van de PAL-waarde, voor bouwland op basis van het Pw-getal. PAL en Pw zijn gebaseerd op grondmonsters en analyse door erkende laboratoria. Er zijn vijf fosfaatklassen met bijbehorende fosfaatgebruiksnorm. Grond met relatief veel fosfaat heeft fosfaattoestand ‘hoog’ en de laagste gebruiksnorm. Grond met weinig fosfaat heeft fosfaattoestand ‘arm’ en daarop geldt de hoogste bemestingsnorm (zie tabel hieronder). De fosfaatgebruiksnorm varieert tussen 75 kilo en 120 kilo per hectare op grasland, voor bouwland is de laagste norm 40 kilo, de hoogste norm is eveneens 120 kilo fosfaat per hectare. Om een hogere gebruiksnorm toe te passen moeten de betreffende Pw en PAL per perceel worden doorgegeven in de Gecombineerde opgave. Gebeurt dat niet, dan geldt automatisch fosfaattoestand ‘hoog’ en de laagste gebruiksnorm.Gecombineerde indicatorVanaf 1 januari wordt de zogenoemde gecombineerde indicator ingevoerd. De fosfaattoestand wordt dan bepaald op basis van de PAL-waarde (bodemvoorraad) en P-PAE (plant beschikbaar ook wel P-CaCl2 genoemd). Voor beide indicatoren zijn vijf intervallen vastgesteld en dat levert 25 combinaties op zoals weergegeven in onderstaande tabel voor bouwland en grasland. Er blijven net als nu vijf fosfaattoestanden over met dezelfde bijbehorende fosfaatgebruiksnorm als in 2020. De nieuwe indicator is een van de laatste aanpassingen van het lopende mestbeleid. Het was de bedoeling dat de overgang landelijk gezien neutraal zou verlopen. De nieuwe indicator heeft in 2019 ter inzage gelegen en is eind 2019 opgenomen in de mestregels.Nieuwe bepaling fosfaattoestand in 2021In de nieuwe indeling voor de bepaling van de fosfaattoestand van percelen zijn 25 combinaties van indicatoren mogelijk. Die zijn weergegeven in de tabel hierboven. Er zijn net als nu vijf niveaus voor de fosfaattoestand: Arm, Laag, Neutraal, Ruim voldoende en Hoog.
Om in aanmerking te komen voor een hogere fosfaatgebruiksnorm moet je de waarden per perceel doorgegeven aan RVO via de Gecombineerde opgave. Een perceel waarvan geen gegevens worden doorgegeven valt automatisch in fosfaattoestand hoog.
Voorbeeldperceel:
Een perceel bouwland met Pw = 46, PAL = 62 en P-PAE = 3,4 valt in 2020 in fosfaattoestand ‘ruim voldoende’ volgens tabel 2 en de bijbehorende Pw-waarde. De fosfaatgebruiksnorm is dan 60 kilo fosfaat per jaar.
In 2021 valt hetzelfde perceel met de genoemde gegevens in fosfaattoestand ‘hoog’ volgens de tabel 1 voor bouwland. Dat betekent een fosfaatgebruiksnorm van 40 kilo per jaar. Vanaf 2021 mag er dus 20 kilo fosfaat per jaar minder op.Grote verschillen per bedrijfInmiddels is duidelijk geworden dat de gevolgen van de nieuwe indeling per bedrijf fors verschillen. Volgens Eurofins Agro valt voor akkerbouwers vooral in het zuidwesten van Nederland de fosfaatruimte lager uit, in het noordoosten gemiddeld juist hoger. Voor grasland zijn de verschillen gemiddeld kleiner en gaat de fosfaatruimte vooral in het oostelijk veehouderijgebied en de veenkoloniën omlaag. Voor maisland blijft de gebruiksruimte vrijwel overal gelijk. Dat is al eerder aangekaart bij het ministerie onder meer door LTO Nederland en de Nederlandse Akkerbouw Vakbond. Bemestingsadviseurs en laboratoria trokken eveneens aan de bel op basis van doorrekeningen bij hun klanten. Eurofins Agro heeft voor heel Nederland doorrekeningen gemaakt en de gevolgen in beeld gebracht met kaarten zoals in de kaart voor bouwland hierboven. Op individuele bedrijven kan het nadeel oplopen tot honderden kilo’s fosfaat minder gebruiksruimte.Aandachtspunten voor fosfaattoestand percelenvanaf 1 januari 2021 wordt de fosfaattoestand en daarmee de fosfaatruimte bepaald via een nieuwe indicator;de nieuwe gecombineerde indicator is gebaseerd op PAL en P-PAE voor grasland en voor bouwland. Het huidige Pw-getal vervalt;de nieuwe indeling kan de fosfaatruimte flink verruimen of verkleinen, dat verschilt per regio en grondsoort;de verschillen zijn groot per bedrijf blijkt uit doorrekeningen van adviseurs;minder fosfaatruimte betekent minder mest aanvoeren of juist meer afvoeren;voor melkveebedrijven kan een kleinere fosfaatruimte ook betekenen dat minder koeien gehouden mogen worden. Dat is het effect van de nog altijd geldende regels voor grondgebonden groei melkveehouderij;er komt een overgangsregeling heeft het ministerie van LNV aangegeven en dat staat ook in de regeling. De huidige bepaling met Pw-getal en PAL-waarde mag dan nog maximaal vier jaar gebruikt worden zolang de grondmonsters geldig zijn;nieuwe grondmonsters zijn in principe nog mogelijk tot eind december 2020 en mogen dan nog vier jaar gebruikt worden. Dat moet dan wel uiterlijk 31 december zijn verwerkt en doorgegeven aan RVO. Hoe is nog niet duidelijk;Let op bij huur van grond wat de fosfaattoestand is, eventueel grondmonsters nemen of gebruiken van huidige gebruiker/eigenaar.Het beeld dat Eurofins Agro schetst wordt bevestigd door adviseurs. In juni bleek uit berekeningen van Boerderij dat ook de landelijke fosfaatplaatsingsruimte miljoen kilo’s lager uitpakt. Daar komt bij dat op melkveebedrijven extra fosfaatruimte geen extra mestruimte oplevert. De stikstofnorm is op intensieve bedrijven vaak de beperkende factor die bepaalt of mestafvoer nodig is. Fosfaatkunstmest mag niet gebruikt worden vanwege de derogatievoorwaarden.Overgangsregeling nog onduidelijkEr komt een overgangsregeling blijkt uit de aanpassing van de regels die begin oktober is gepubliceerd. Bedrijven mogen de oude bepaling op basis van alleen Pw of PAL nog maximaal vier jaar blijven gebruiken. Dat heeft LNV ook aangegeven op vragen van Boerderij, diverse adviseurs en Eurofins Agro en andere laboratoria. Dat zou het mogelijk maken dat grondmonsters die tot eind december worden gestoken nog vier jaar gebruikt kunnen worden. Een van de openstaande vragen gaat over de melding van de waardes. Die zouden volgens de regelingstekst uiterlijk 31 december 2020 doorgegeven moeten worden. Maar in de praktijk kan dat niet eerder dan vanaf 1 maart als de Gecombineerde opgave ingediend kan worden.Nu nog nieuwe grondmonsters laten nemen is soms aantrekkelijkPakt de nieuwe situatie voor fosfaat slechter uit dan de oude? Dan kan het zinvol zijn nog snel nieuwe grondmonsters te nemen. Maar dat is niet altijd zo. Voor een goede afweging zijn de volgende zaken van belang:Hoeveel kost het grondmonster en analyseverslag?Zorg ervoor dat alle drie indicatoren meegenomen worden, anders is vergelijken niet mogelijk. Dat zijn de PAL-waarde, het Pw-getal en de P-CaCl2- of P-PAE-waarde.Hoelang zijn de huidige grondmonsters nog geldig en staat daar de P-Pae al op? De nieuwe waarde staat soms op een ander plek in het analyseverslag.Hoe groot is het perceel, dat is van belang voor de kosten van bemonstering per hectare.Wat is het effect van meer of minder fosfaat, wat levert het op bijvoorbeeld via een vergoeding voor mestaanvoer of bemestingswaarde?Wat is het effect op aantal stuks melkvee via de regels voor grondgebonden groei.Ga je het perceel zelf gebruiken of niet? Of gaat het juist om een perceel dat je volgend jaar pas gaat huren?
Voorbeeld 5 hectare
Stel, de kosten voor bemonsteren en analyse voor een perceel van 5 hectare zijn € 150. Dat is € 30 per hectare. Indien daarmee een perceel twee jaar langer op basis van de oude norm opgegeven kan worden is dat € 15 per jaar per hectare aan kosten. Als dat een voordeel oplevert van 10 kilo fosfaat per jaar moet dat de € 15 aan kosten goedmaken. 10 kilo extra ruimte betekent ongeveer 7 ton rundveemest extra aanvoeren per jaar. Dat moet dan de kosten voor de grondmonsters goedmaken. De bemestingswaarde en eventuele vergoeding moet dan minimaal € 2,15 per ton per jaar zijn in dit voorbeeld.Breng situatie in beeldHet advies voor boeren is nu om de eigen situatie in beeld te brengen. Kijk de analyseverslagen van de grond na en wat de uitkomst is op basis van de nieuwe fosfaatklassen. Is dat beeld negatief, dan kunnen nieuwe grondmonsters het overwegen waard zijn. Speciale aandacht is nodig voor grond die geruild wordt. Ook van die percelen is het meer dan ooit belangrijk om de fosfaattoestand in beeld te hebben. Het wachten is nu op duidelijkheid vanuit het ministerie van LNV en RVO. Dat moet uitsluitsel geven over de details van de overgangsregeling.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









