Koek is verdeeld op de zeugenmarkt

Foto: Bert Jansen.
Vrijwel alle zeugen op Nederlandse bedrijven komen van 3 leveranciers van varkensgenetica. Met onderscheid in marktbenadering en begeleiding.Het speelveld op de Nederlandse zeugenmarkt is erg overzichtelijk geworden. Sinds PIC-nl en Next Genetix bekendmaakten de handen ineen te slaan, zijn er feitelijk 3 aanbieders over. Dit zijn marktleider Topigs Norsvin, DanBred en PIC.Het lossen van spf-gelten. De dieren komen rechtstreeks van het Deense kernfokbebedrijf Dalsgaard, van DanBred - foto: Bert Jansen.Het is in korte tijd tot dit drietal gekomen. In 2017 voerde het toenmalige Deense DanAvl een herstructurering door. Dit leidde tot veel ongenoegen onder een deel van de fokkers en distributeurs van de Deense varkensgenetica, met als gevolg dat een groep zich afscheidde.DanAvl ging na de reorganisatie verder onder de naam Danbred. De 2 nieuwe bedrijven die na de breuk ontstonden, waren Danish Genetics en Danic. DanBred bedient de Nederlandse markt via een dochterbedrijf in Sint-Oedenrode.Na het gedoe in de Deense varkensfokkerij is nu een overzichtelijke markt ontstaanDanic werd in 2018 gekocht door PIC. Danic en PIC werken in Nederland samen als één bedrijf en verkopen via dealer Next Genetix hun zeugen. Danish Genetics tenslotte is vrijwel uitgespeeld in Nederland.Na het gedoe in de Deense varkensfokkerij in 2017 en 2018 is nu dus een overzichtelijke markt ontstaan voor fokzeugen. De aanbieders van zeugengenetica hebben hun plek gevonden en de marktaandelen liggen tamelijk vast. De warme sanering kan nog zorgen voor een beperkte verschuiving van marktaandelen.Genetische vooruitgangNa allerlei interne aangelegenheden gaat de aandacht bij alle fokkerijbedrijven nu weer volledig uit naar hun kerntaak. Deze taak bestaat primair uit onderzoek en ontwikkeling, zodat de gebruikers dieren in hun stal krijgen die technisch en economisch weer beter presteren dan de vorige generatie.Als het allemaal uitkomt wat de fokkerijbedrijven zeggen in petto te hebben, dan mogen de varkenshouders de komende 10 jaar hoge verwachtingen hebben van hun dieren. De productiviteit en de groei van varkens neemt niet alleen sterk toe, maar dieren worden ook robuuster.Plug-and-play-varkens zijn de toekomstOp termijn wil PIC geen gedoe meer met gevoelige darmen bij hun Duroc-varkens, om maar eens wat te noemen. De varkens moeten makkelijk zijn te houden, temeer omdat wereldwijd een tekort is aan goed personeel. Plug-and-play-varkens zijn de toekomst onder deze omstandigheden.Volgens Marcel Giesen, directeur van Next Genetix, streeft PIC tevens naar een stijging van het geboortegewicht van de biggen; van 40 gram per dier per jaar tot dit op 1.300 à 1.350 gram zit. Dat kan echt volgens Giesen, omdat nog veel spreiding zit in toomgewichten, tot wel 10 kilo.De uitval tussen 8 kilo en slachten is 0,23% gezakt bij hun zuivere-lijndieren, betoogt Giessen. PIC gaat voor een topproductie met minimale uitval in de varkensketen, claimt het bedrijf.Er wordt gefokt op winstpotentieel voor de varkenshouderDe claims van Topigs Norsvin en DanBred zijn niet veel anders. Stefan Derks, directeur van DanBred, zegt dat bij hen wordt gefokt op winstpotentieel voor de varkenshouder. Dat is de grootste gemene deler.Dat betekent concreet meer varkens per zeug die ook werkelijk aan de slachthaak komen en tegelijk effectief groeien. Volgens calculaties van DanBred neemt de daggroei van hun vleesvarkens tussen dit jaar en 2025 in potentie met 100 gram toe.Bij Topigs Norsvin draait het ook om verhoging van het rendement op het varkensbedrijf. Topigs Norsvin betoogt dat een big extra bij hen ook wordt nagestreefd, maar alleen als de zeugen die ook kunnen grootbrengen.Volgens Roy Strikkeling, marketing- en projectmanager bij Topigs Norsvin, hebben de TN70-zeugen gemiddeld meer dan 16 spenen. De zeugen zijn er dus klaar voor.De aanvoer Deense gelten op Nederlandse zeugenbedrijven is nog steeds actueel, ondanks dat in Nederland ook fokkers zitten - foto: Bert Jansen.Belang van kennisoverdrachtOm het genetisch potentieel van de zeugen zo volledig mogelijk te benutten, zijn kennis en vakmanschap de 2 vereisten. Dat wordt steeds belangrijker. De biggenproductie groeit op de meeste bedrijven sneller dan het grootbrengend vermogen van de zeugen, zeker als er tekortkomingen in het management zitten. Voor fokkerijorganisaties reden om te investeren in kennisoverdracht.Bij DanBred is alle noodzakelijke kennis sowieso online beschikbaar in de DanBred-app of via de online kennis-hub. In de app staat gedetailleerd uitgelegd hoe de verzorging van zeugen in zijn werk gaat, onderbouwd met foto’s.Alles over de voeding van zeugen wordt momenteel vertaald vanuit het Engels naar het Nederlands en komt online beschikbaar, vertelt Stefan Derks van DanBred. “Er wordt enorm ingezet op kennisoverdracht naar klanten. We kunnen niet continu bij iedereen zijn. Vandaar dat ook wordt gekozen voor digitale oplossingen.”Via Progress Monitor krijgen gebruikers een paar keer per jaar te zien hoe zij technisch draaien ten opzichte van hun collega‘sBij Topigs Norsvin en Next Genetix ligt de nadruk meer op persoonlijke kennisoverdracht dan op digitale overdracht. Sinds de samenwerking met PIC-nl is het adviesteam van Next Genetix uitgebreid. Topigs Norsvin heeft vanuit de historie al een uitgebreid adviesteam dat wordt ondersteund door voedings-, gezondheids- en reproductiespecialisten.Big data zijn ondersteunend in het advies. Volgens Topigs Norsvin zijn veel van hun klanten aangesloten op hun Progress Monitor. Een aantal keren per jaar krijgen gebruikers te zien hoe zij technisch draaien ten opzichte van hun collega’s en wordt de ontwikkeling van het eigen bedrijf zichtbaar.Next Genetix werkt met PigExpert voor het maken van bedrijfsvergelijkingen. Daar zitten 80.000 zeugen in en dit aantal groeit. Er komen meer data door de samenwerking met PIC-nl en ook doordat er gegevens van Duitse bedrijven bij komen.De aanvoer van gelten op een bedrijf vraagt in alle gevallen om een plan en de juiste voorzieningen, betoogt Manon Houben van GD - foto: Henk Riswick.Overige spelersTopigs Norsvin, DanBred en PIC hebben in Nederland een gezamenlijk marktaandeel dat dicht tegen de 100% aanzit. Niettemin zijn er altijd varkenshouders die iets anders willen. Een aantal Nederlandse bedrijven werkt met Hypor-zeugen. Hypor levert uit Duitsland afkomstige SPF-gelten en heeft zeugenbedrijven met eigen aanfok als klant.Het bescheiden marktaandeel van Hypor in Nederland heeft te maken met de strategie van het fokbedrijf. Volgens Hypor is hun fokprogramma vooral gericht op integraties. Die komen in Nederland niet als zodanig voor.Volgens Hypor zit bij hen het gemiddeld geboortegewicht op 1,5 kilo per bigHypor fokt niet op enorm grote aantallen levend geboren biggen, maar op uniforme koppels waarbij weinig arbeid nodig is. Volgens Hypor zit bij hen het gemiddeld geboortegewicht op 1,5 kilo per big.Daarnaast zijn er enkele bedrijven die werken met genetica van het Franse Choice-genetics. Voor zover bekend gaat het in alle gevallen om eigen aanfok. Een bescheiden nieuwkomer is het Zwitserse Suisag. Dit stamboek fokt omgangsvriendelijke zeugen, met bescheiden tomen biggen. Het wil niet meer dan 14 biggen per zeug.Door het prettige karakter van de dieren komen die tot hun recht op bedrijven met vrijloopkraamhokken en op biobedrijven, betogen de Zwitsers. Volgens directeur Matteo Aepli van Suisag hebben ze al klanten in Nederland die omschakelen naar hun genetica. Dat betreft zowel gangbare als biologische bedrijven.‘Geltenopfok mag nooit sluitstuk zijn’Het aanvoeren van SPF-gelten op een zeugenbedrijf dat niet vrij is van specifieke ziektekiemen is prima mogelijk. Voorwaarde is dat er een plan achter zit, betoogt Manon Houben, dierenarts en hoofd van de afdeling varken bij GD. Quarantaine en adaptatie moeten afgestemd zijn op deze specifieke bedrijfssituatie. Dat betekent dat de aangevoerde SPF-gelten immuniteit opbouwen zonder dat ze ziek worden.
Indien mogelijk pleit Houben voor het aanvoeren van gelten van 25 kilo. Dan hebben de dieren eenvoudigweg langere tijd om zich aan te passen aan de situatie en omstandigheden op het zeugenbedrijf.
Gelten aanvoeren op 25 kilo is echter alleen het advies als de voorzieningen op het ontvangende bedrijf kloppen. Dat houdt in dat de huisvesting in orde is, dat de voeding van de dieren correct is en dat de dieren zo mogelijk nog eenmaal worden beoordeeld door een specialist.
Het eindresultaat moet goed zijn, benadrukt Houben. “Geltenopfok mag nooit het sluitstuk zijn op een zeugenbedrijf. Dit vraagt kennis, aandacht en tijd. Het gaat immers om de toekomstige generatie zeugen op het bedrijf.”
Regelmatig switchen
Houben raadt zeugenhouders af regelmatig te switchen van geltenleverancier. Er moet een match zijn tussen het leverende en het aanvoerende bedrijf en die moet groeien.
In het geval zich echt gezondheidsproblemen voordoen als gevolg van het aanvoeren van dieren is het eerst raadzaam heel goed te kijken naar de gezondheidsstatus van het ontvangende bedrijf om vast te stellen of daar hardnekkige, kwalijke ziektekiemen zitten.
De volgende stap is een plan te maken waarmee de geltenintroductie verbetert. SPF-gelten of niet, Houben vindt in alle gevallen dat de quarantaine en adaptatie van gelten op ieder bedrijf planmatig moet gebeuren, met de nodige aandacht.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









