Knoeiende varkens kosten veel geld

Foto: Van Assendelft Fotografie
Vermorsen van voer is niet altijd zichtbaar, terwijl het vlot € 3,75 per varken kost. Strakker management voorkomt zichtbare en onzichtbare vermorsing van voer.Voerkosten zijn de grootste kostenpost op een varkensbedrijf. Daarom is het doel dat elke kilo voer dat een varken opvreet, zoveel mogelijk omgezet wordt in groei. Toch blijkt het lastig het groeipotentieel van vleesvarkens en de verwachting van het toegepaste voer daadwerkelijk te behalen.Praktijk blijft achter bij geneticaGenetisch kunnen varkens ruim een kilo per dag groeien, in de praktijk ligt de groei gemiddeld onder de kilo. Aan het feit dat niet altijd het gewenste resultaat wordt bereikt, liggen meerdere factoren zoals gezondheid, groepsgrootte, hokinrichting en stalklimaat ten grondslag. Voerverspilling is daarbij vaak nog een onderbelicht probleem. Vooral omdat het in veel gevallen niet duidelijk zichtbaar is wat de oorzaak is dat varkens niet presteren zoals verwacht.Een juiste afstelling van een brijbak of droogvoerbak gedurende de mestperiode voorkomt dat varkens te veel of te weinig vreten. - Foto: Peter RoekKnoeien verhoogt voederconversieVoervermorsing is op te delen in zichtbare en onzichtbare vermorsing. De eerste is het makkelijkst te detecteren. De varkens werken op een of andere manier een deel van hun portie voer de bak uit, en dat blijft vervolgens rond de voerbak liggen.Toch is het bij deze zichtbare vermorsing niet altijd even duidelijk hoeveel voer erdoor verloren gaat. Er ligt wel voer rond de bak, maar er verdwijnt altijd wat voer de mestkelder in. En dan is het de vraag hoe groot dat hoopje voer is dat op de mest ligt.Het is bij zichtbare vermorsing niet altijd even duidelijk hoeveel voer verloren gaatZichtbare vermorsing wordt in alle voersystemen waargenomen. Een duidelijk onderscheid tussen de droogvoerbak, brijbak en brijvoer ziet Gijs Vinken, specialist varkenshouderij bij Fransen Gerrits, wel: “Maar bij elk voersysteem zie je bij bedrijf A knoeierij, terwijl bedrijf B met hetzelfde systeem nergens last van heeft. Al lijkt vermorsing bij de brijbak wel het meest voor te komen. Bij brijvoer zie je echter wat vaker dat gespeende biggen meer knoeien door in de bak te gaan staan, erdoor te lopen en de brij uit de bak te lepelen.”Vermorsing vraagt brede aanpakOm zowel zichtbare als onzichtbare voervermorsing aan te pakken, wordt een brede insteek gevraagd. Aanpassingen in de stal zijn vaak vrij gemakkelijk te doen; managementtechnische veranderingen vragen meer van de ondernemer. Veelal moet het werk- en denkproces op de schop. Toch zijn er handvatten om voervermorsing tegen te gaan.Controleer bij zichtbare voervermorsing de afstelling van de voerbakken. Het klepelsysteem van een brijbak is aan slijtage onderhevig en dit valt niet altijd op. Maar ook droogvoerinstallaties slijten. Controleer daarom regelmatig de afgifte van de klepel en de voergift. Vervang een versleten klepelsysteem;Stel tijdig de afgiftehoeveelheid van de bakken bij. Voor biggen moet de voerafgifte ruimer staan, zodat ze leren vreten. Bij de tussen- en afmestfase moet de voergift krapper afgesteld worden;Zorg ervoor dat de waternippel in de brijbak niet te ruim afgesteld staat. Als er te veel water in de bak komt, gaan varkens dat uit de bak ruimen om bij de brok te komen. Met het water werken ze ook brok de put in;Stel bij het voeren van kruimel de droogvoerbak niet te krap in; een krappe instelling geeft risico op brugvorming;Vervang bij veel slijtage de brijbakken of het droogvoersysteem. De komende maanden stoppen de aan de saneringsregeling deelnemende bedrijven, er komen complete en relatief nieuwe voerinstallaties op de markt;Leg gespeende biggen zo uniform mogelijk op om ze zo goed mogelijk naar voerbehoefte te voeren;Controleer overschakelmomenten in het voerschema. Controleer na de eerste fase of de varkens daadwerkelijk de kilo’s voer op hebben zoals gepland;Controleer en corrigeer het computergestuurd voersysteem bij warm weer. Gestuurde systemen schakelen vaak naar een volgende fase van het voerschema op basis van het aantal dagen dat de dieren op stal staan. Als het warm is, vreten varkens minder en zitten ze niet altijd op het omschakelmoment op het gewenste gewicht. Laat ze dan wat langer op de vorige fase, zodat ze het gewenste overgangsgewicht wel behalen;Schakel eerder dan het schema over op een volgende fase als blijkt dat de varkens meer voer opnemen dan gepland;Weeg of meet regelmatig een aantal varkens uit een afdeling om de groei te monitoren. Controleer die gegevens met het voerprogramma en stuur zo nodig bij;Maak bij gebrek aan een weegschaal koppelresultaten. Noteer opleg- en eindgewicht van een koppel en leg de uitdraai van de voercomputer ernaast.Knoeien van invloed op voederconversieHet verknoeien van voer heeft direct invloed op de voederconversie en daarmee dus ook op de voerkosten. Jan van ’t Westeinde, varkensspecialist bij Agrifirm, schat in dat de voederconversie gemiddeld 0,1 tot 0,15 hoger uitkomt door knoeien. “Bij een groei van 100 kilo heb je bij een voederconversieverlies van 0,15 toch 15 kilo extra voer nodig om die 100 kilo groei te behalen. Met een gemiddeld voerpakket van € 25 per vleesvarken gaat er toch € 3,75 letterlijk de put in.”Knoeien met voer door bijvoorbeeld met de poten in de trog te staan kost gemiddeld 0,1-0,15 voederconversie. - Foto: Van Assendelft FotografieAfstelling voerbakkenDe oplossing voor zichtbare vermorsing ligt vaak in de afstelling van voerbakken. Een te ruime voerafgifte bij een brijbak of droogvoerbak heeft tot gevolg dat varkens met wroeten in de bak al snel het voer uit de bak kunnen werken. Door na elke ronde de speling op het klepelsysteem van de brijbak of het droogvoersysteem te controleren, zijn de bakken beter af te stellen en worden onderdelen bijtijds vervangen.Van ’t Westeinde: “Bedrijven die tegen vervanging van het voersysteem aanzitten, hebben momenteel wel een voordeel. De komende maanden komen er van bedrijven die deelnemen aan de saneringsregeling goede complete brijbakken en droogvoercircuits op de markt. Dat gaat tot aan de meest moderne CDI-installaties aan toe. Ik verwacht dat die installaties voor mooie prijzen voor beide partijen van eigenaar gaan wisselen.”Onzichtbare vermorsing is managementprobleemHet uit de bak werken van voer is in veel gevallen wel zichtbaar. Maar er is ook sprake van voervermorsing of verspilling als het voerschema niet aansluit op de behoefte van het koppel vleesvarkens.Onzichtbaar voerverlies is niet alleen afhankelijk van het voerschema, maar ook van genetica en gezondheid. Soms is het niet altijd even duidelijk of dieren iets onder de leden hebben of niet. Een griepje of acute PIA zijn zichtbaar. Maar bij chronische PIA kan het wat langer duren voordat de diagnose gesteld wordt. Ondertussen verteert de darm het voer minder goed, waardoor het varken de nutriënten minder goed opneemt.Onzichtbaar voerverlies is niet alleen afhankelijk van het voerschema, maar ook van genetica en gezondheid‘Schakelen gebeurt vaak te laat’Ook voor onzichtbare vermorsing schat Vinken het verlies in voederconversie op 0,10 tot 0,20. “Puur door niet goed te voeren en niet op het juiste moment om te schakelen”, aldus Vinken. “Vaak wordt er te laat overgeschakeld van start- naar tussenvoer, of vervolgens te vroeg naar afmestvoer. Dat laatste gebeurt vooral vanuit kostenoogpunt omdat start- en tussenvoer duurder zijn dan afmestvoer.”Door een drie- of vierfasesysteem te hanteren, kan er beter naar behoefte en geleidelijker overgeschakeld worden naar de volgende fase. Al gaat overschakelen bij brijvoer minder geleidelijk dan bij droogvoer.AanpakDe aanpak begint al bij sorteren bij de opleg, uniforme hokken en daar op voeren. Voor het beste resultaat moeten de lichtste biggen de leidraad zijn, al bestaat dan het risico dat de hele groep te weinig krijgt of dat er te veel startvoer gevoerd wordt. “In de praktijk is een spreiding van 10 kilo in een afdeling heel normaal. Een big van 20 kilo wil je in de startfase 60 kilo voer geven. Die zware big van 30 kilo geef je juist 40 kilo. Probleem is dat die grote meer vreet en dat het kleintje achter blijft. Een verschil van 8 kilo komt voor en gedurende de mestperiode kan dat oplopen tot 28 kilo en daarmee wordt het steeds lastiger naar behoefte te voeren”, stelt Van ’t Westeinde.Wegen van varkensDoor het wegen van varkens is beter naar behoefte te voeren. Dit kan door een aantal varkens per afdeling regelmatig te wegen. Is er geen weegschaal, dan kan er controle uitgevoerd worden aan de hand van koppelresultaten. Daarmee is niet tijdens de mestperiode te schakelen, maar aan de hand van de uitkomsten kunnen in een volgende ronde wel veranderingen uitgeprobeerd worden. Op deze manier bijsturen duurt wel langer, maar zo is er ook meer inzicht in verwachtingen en prestaties van de varkens en komen er wel handvatten om bij te sturen.Door varkens te wegen wordt onzichtbare voerverspilling duidelijk. - Foto: Bert JansenExtra mestkostenBij zowel zichtbare als onzichtbare voervermorsing krijgen bedrijven met extra voerkosten te maken. Bij 10 kilo overtollig voeren is bij 10.000 varkens circa 100 ton extra voer nodig. Dat komt gemiddeld neer op 1.000 kilo extra fosfaat, waarvan ongeveer 540 gram afgevoerd of verwerkt moet worden tegen een gemiddelde prijs van een euro per extra kilo fosfaat. In verhouding tot de hogere voerkosten lijkt dat niet veel, maar alles bij elkaar opgeteld kost voervermorsing snel meer dan € 5 per varken.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









