Keus voor verplicht vanggewas niet zo vreemd

Foto: Michel Velderman

Foto: Michel Velderman


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Maistelers reageren veelal negatief op de verplichtingen die het Zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn aan de maisteelt op zand- en lössgronden stelt. De redenen voor de aanscherpingen zijn echter wel te verklaren.In het Nederlandse Zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn wordt een voorstel tot verplichte onderzaai van een vanggewas in de maisteelt op zand en lössgrond gedaan, of is er een verplichting van het zaaien van een vanggewas op uiterlijk 21 september. Dat is een flinke beperking en levert daarom een extra uitdaging op voor telers, maar dat de overheid die keuze maakt, is wel te verklaren. Lees ook: Dit betekent de aanscherping maisteelt op zand- en lössgrondLager drijfmestgebruik op maispercelenMaistelers weten dat de gewasrespons van mais op onderbemesting veel groter is dan de gewasrespons op grasland. En dus wordt nog altijd flink bemest op maispercelen. Het totale gebruik van dierlijke mest ligt immers dan wel vast op het bedrijf, maar niet de fysieke verdeling. Door de verplichting tot rijenbemesting wordt automatisch aangestuurd op een lager drijfmestgebruik op maispercelen. Want meestal houdt het dan bij 35 kuub wel op. Kans van slagen vanggewas vergrotenOndanks een (gestuurd) lager mestgebruik blijft er toch altijd nog een deel vrij beschikbare stikstof in de bodem die (mogelijk) kan uitspoelen. De opname van nutriënten, en dus ook stikstof, door mais duurt slechts enkele maanden. Daarbij wordt in vergelijking met vroeger steeds later in het seizoen geoogst. Vooral vanwege rassenveredeling en omdat de adviezen voor het ideale drogestofpercentage in de kuil steeds hoger liggen. Nu wordt alom rond 36% geadviseerd tegen 30% à 32% vroeger. Het vanggewas wordt daardoor steeds later gezaaid en de kans van slagen verkleint sterk naarmate de zaai later uitgevoerd wordt.Om verlies van stikstof tegen te gaan moet de resterende hoeveelheid stikstof in de bodem op een of andere manier vastgelegd worden. De overheid kiest juist daarom voor maatregelen die de kans van slagen van een vanggewas vergroten, zoals verplichte onderzaai of de uiterste inzaaidatum van 21 september.Mais zaaien met gps nadat eerder al mest in rijen in de grond is gebracht. - Foto: Michel VeldermanAanpassing voorstel kunstmest nodigWat betreft de rijenbemesting is er wel aanpassing in het voorstel nodig op gebied van kunstmest. Nu meldt het voorstel dat alle dierlijke mest en alle kunstmest in de maisteelt op zand en lössgrond de rij moet. Zeker bij beperkt drijfmestgebruik wordt de kalivoorziening krap. 35 kuub x gemiddeld 5,5 kilo kali per kuub geeft 190 kilo kali, terwijl de gewasbehoefte 300 kilo is. Dat betekent, afhankelijk van de kali-toestand van de bodem, dat er vaak 100 kilo kali-60 per hectare nodig is. Dat kan niet in de rij. Zonder kalibemesting is er zeker opbrengstderving te verwachten. Daarmee ligt het voor de hand, indien de maatregel is gericht op vermindering van stikstofuitspoeling, dat de overheid de verplichting van kunstmest in de rij kan beperken tot enkel de stikstofhoudende meststoffen.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.