Kaarten rekenprogramma Aerius niet in beton gegoten

Natuurgebied Lemselermaten in Overijssel. - Foto: Misset
De kaarten van stikstofgevoelige gebieden in het rekenprogramma Aerius zijn aan verandering onderhevig. Ze zijn niet in beton gegoten.Als er nieuwe gegevens beschikbaar komen over emissies en over de natuur ter plekke, kan dat in combinatie met een verfijning van de modellen leiden tot een andere inkleuring van de stikstofgevoeligheid. Bovendien kunnen er gewoon fouten in de kaarten zitten, die worden gecorrigeerd. Dat blijkt uit antwoorden van Carola Schouten, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), op Kamervragen en ook uit informatie van het Interprovinciaal Overleg (IPO).Kaarten regelmatig geüpdatetHet IPO stelt dat de stikstofgevoeligheid (uitgedrukt in een kritische depositiewaarde) kan veranderen doordat een beschermde plantensoort opduikt in een gebied ter grootte van een hectare, een zogenoemde hexagoon. “Omdat de natuur dynamisch is en dus verandert, moeten de kaarten regelmatig geüpdatet worden aan de hand van nieuw verkregen informatie, bijvoorbeeld na het uitvoeren van een vegetatiekartering. Dit is in Aerius Calculator gebeurd”, aldus de woordvoerder van het Ipo. Verleende vergunningen ongemoeid na updatesNa de laatste update van Aerius in oktober is het totale areaal stikstofgevoelige natuur volgens het IPO per saldo kleiner geworden, maar plaatselijk zijn uitbreidingen mogelijk geweest. Grondgebruikers worden hiervan niet op de hoogte gesteld. Het IPO benadrukt dat zulke veranderingen geen gevolgen hebben voor verleende vergunningen. Wel telt de nieuwe situatie bij nieuwe vergunningaanvragen. Bij de vergunningaanvraag kan de juistheid van de kaart in Aerius overigens aan de orde worden gesteld, meldt minister Schouten. De minister beantwoordt vragen die zijn gesteld naar aanleiding van een notitie van Stichting Agrifacts, waarin min of meer wordt gesteld dat de overheid via Aerius het areaal stikstofgevoelige natuur in de loop van de tijd fors heeft uitgebreid. Die uitbreiding heeft vooral plaatsgehad doordat in 2017 bij een herziening van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) een aantal extra leefgebieden als stikstofgevoelig is aangemerkt.Bij het commentaar op de partiële herziening in 2017 is destijds ook gewezen is op de gevolgen voor vergunningverlening. De aanpassing leidde in 2017 meteen tot een beperking in de vergunningverlening en een aanscherping van de norm voor het doen van PAS-meldingen. Bij de aanpassing in 2020 is het areaal stikstofgevoelig gebied niet groter dan in 2019. Er zijn gebieden bijgekomen, maar ook gebieden geschrapt. In 2020 is er 173.878 stikstofgevoelige natuur in Aerius ingetekend.Kaarten Aerius geven feitelijke situatie weerDe kaarten in Aerius moeten een weergave zijn van de feitelijke situatie, geeft Schouten aan. Daarbij wordt gebruikgemaakt van een beoordeling vanaf luchtfoto’s in combinatie met feitelijke gebiedsinformatie. Er is geen fysieke controle ter plekke op de juistheid van de kaarten.Als daar fouten in zitten kan ‘een ieder het bevoegde gezag wijzen op mogelijke fouten op een habitatkaart’, zegt de minister. Daarnaast is het mogelijk de fouten te melden bij de aanvraag voor een vergunning en de bezwaar- en beroepsprocedure bij een vergunningverlening waarbij gebruik van de kaarten wordt gemaakt. Dat geldt bij een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming.Geen beroep of bezwaar tegen updates kaartenDe verandering van de kaarten is geen besluit waartegen beroep of bezwaar kan worden gemaakt. De kaarten, legt de minister uit, zijn veel verfijnder dan de gegevens die in het verleden werden gebruikt. Toen was het gehele natuurgebied bepalend voor de beoordeling van de stikstofbelasting. Nu wordt bij vergunningverlening alleen gekeken naar die elementen in een natuurgebied die stikstofgevoelig zijn. Daardoor is de toetsing nu minder streng, zegt Schouten. Hoewel de habitattypenkaarten en de leefgebiedkaarten openbaar zijn, is het voor ongeoefende gebruikers niet eenvoudig daartoe online toegang te krijgen. Zonder specifieke programmatuur is dat praktisch onmogelijk. Agrarisch gebruik is als zodanig geen criterium om te bepalen of een habitat stikstofgevoelig isCarola Schouten, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Ook landbouwgrond, in eigendom van boeren, kan als stikstofgevoelig worden aangewezen. “Agrarisch gebruik is als zodanig geen criterium om te bepalen of een habitat stikstofgevoelig is”, stelt de minister. Boeren van wie de grond is aangewezen als stikstofgevoelig, hebben daarvan geen bericht gehad. De minister geeft aan dat de veranderingen in de kaarten onder verantwoordelijkheid van de gemeentelijke, provinciale of rijksoverheid plaatshebben. Daarbij wordt gebruikgemaakt van informatie van onafhankelijke ecologische bureaus.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









