Inzet gewassensor nog beperkt

Foto: Ruud Ploeg
Het aantal beschikbare gewassensoren voor montage op voer- en werktuigen is in zo’n 20 jaar tijd flink toegenomen. Waarom worden ze nog maar zo beperkt ingezet? En is er nog wel een markt voor, naast satellieten en drones?Echt opgang hebben gewassensoren in Nederland nooit gemaakt. Vooral omdat de gewassen waarvoor ze aanvankelijk ontwikkeld zijn, granen en koolzaad, bij ons niet grootschalig geteeld worden. Dat Nederlandse bedrijven en percelen te kleinschalig zijn en onvoldoende variatie hebben om een gewassensor rendabel te maken, is volgens Winfried Raijmakers van Yara Benelux echter achterhaald door nieuwe toepassingen. Zoals in de aardappelteelt. De € 20.000 kostende passieve Yara N-Sensor kost bij 200 ha aardappelen, granen en koolzaad en een afschrijving in zes jaar, € 25 per ha. Toch speelt de prijs een rol in de relatief geringe verkoop ervan, niet alleen in Nederland. Dat is goed te zien aan tijdelijke verkooppieken (in het buitenland) als gevolg van subsidiemogelijkheden. Dat de sensor vervolgens ook daadwerkelijk door telers ingezet wordt, is echter niet altijd het geval. Niettemin wordt er in onderzoeksprojecten en door vooroplopende telers graag gebruik van gemaakt. Foto: Jan Willem van VlietTeeltmaatregelen evaluerenEen gewassensor wordt wel beschouwd als een leesbril voor telers. Een leesbril die bij elke spuitronde objectieve informatie geeft over de toestand van het gewas en nauwgezet in beeld brengt wat de eigen ogen niet (kunnen) zien. Dat het blikveld van de sensor beperkt is van zo’n 60 cm tot circa 4 meter, is met de huidige strooi- en spuittechniek geen issue. Die werken immers al snel 36 tot 40 meter breed en kunnen de dosering daarbinnen, een enkele uitzondering daargelaten, niet variëren. Een gewassensor wordt wel eens vergeleken met opbrengstmeting. Beide evalueren teeltmaatregelen en geven aanleiding voor gerichte bodemanalyses en teeltadviezen. Bovendien geven ze inzicht in verschillen tussen percelen en creëren ze bewustwording. Foto: Van VlietOndersteuning verkoop kunstmestVoordat gewassensoren die tijdens het rijden metingen kunnen doen op de markt kwamen, waren er verschillende handheld sensoren die net als bij bodemmonsters volgens een bepaald raster ingezet werden om variatie in chlorofyl (bladgroen) en biomassa binnen percelen te bepalen. Eén daarvan, de Crop Circle van het Amerikaanse bedrijf Holland Scientific, stond volgens Geert-Jan Giesberts van Homburg aan de basis van de huidige Ag Leader OptRx-gewassensoren. Medio jaren negentig van de vorige eeuw, alweer ruim 20 jaar geleden dus, startte de Noorse kunstmestfabrikant Hydro Agri (nu Yara), met de ontwikkeling van hun N-Sensor om tijdens het bijbemesten in graangewassen de gift te kunnen variëren. Het doel was, en is nog steeds, een duurzamere inzet van stikstofkunstmest. De introductie van deze N-Sensor was al in 1999. Intussen is er ook een actieve variant leverbaar die 24 uur per dag inzetbaar is. Sinds de introductie verkocht het bedrijf er naar eigen zeggen wereldwijd een kleine 2.000 waarvan circa 600 in Duitsland en slechts 10 in Nederland. Aantallen die aanvankelijk veel hoger waren ingeschat. De geringe belangstelling voor gewassensoren, in algemene zin, wijt het bedrijf aan verschillende factoren, waaronder drempelvrees. Foto: Peter RoekNear versus remote sensingGewassensoren zijn een vorm van ‘near sensing’, de afstand tussen sensor en gewas is gering. Van grotere afstand opnames maken, ‘remote sensing’, is een alternatief. Remote sensing gebeurt met satellieten, vliegtuigjes en helikopters en drones. Gemiddeld zijn satellietopnames per opname per hectare het voordeligst en professionele droneopnames het duurst. Het aanbod aan bedrijven dat dronevluchten aanbiedt neemt snel toe, dus wellicht dat de prijzen nog wat zakken.Foto: Hans PrinsenOmgerekend mag een gewassensor per hectare wellicht duurder zijn, maar je kunt wel zo vaak meten als je wilt. Een ander voordeel is dat gewassensoren altijd beschikbaar en inzetbaar zijn, ongeacht het weer en onafhankelijk van de beschikbaarheid van piloten en vergunningen. Het grootste voordeel is wellicht nog wel dat de sensoren als enige sensing techniek in staat zijn om metingen direct te vertalen in een juiste (en variabele) dosering afgestemd op de daadwerkelijke behoefte van het gewas. Door de ontwikkeling van nieuwe ijklijnen voor verschillende gewassen en toepassingen worden de sensoren ook interessanter voor de Nederlandse teler. Zo komen naast ijklijnen voor bijbemesting in granen (ook groeiregulatie), koolzaad en mais ook ijklijnen voor bijbemesting in aardappelen en gras en voor aardappelloofdoding en phytophthorabestrijding beschikbaar. Bij proeven in het IJKakker-project was gemiddeld 44%minder Reglone nodig door de hoeveelheid middel af te stemmen op de gemeten hoeveelheid loof. En variabele toediening van kunstmest en groeiregulatoren in granen kan legering in belangrijke mate voorkomen. Naast ijklijnen van de sensorfabrikant, kun je als teler ook zelf bepalen hoe de sensor reageert op metingen. Bijvoorbeeld door standaard 150 kg KAS per hectare en een bijbehorende onder- en bovengrens als rekenregel in te geven.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









