Intensiteit beworteling bepaalt gewasopbrengst

Foto: Jan Sibon
De opbrengst van een gewas was afgelopen teeltseizoen recht evenredig met de beworteling van het gewas. Dat zegt WUR-onderzoeker Derk van Balen over de resultaten van het project ‘Bodemkwaliteit op zavel/kleigrond’ (BASIS).In de meerjarige proef die ligt op WUR-proeflocatie Lelystad worden 3 grondbewerkingssystemen vergeleken: standaard ploegen, gereduceerde grondbewerking met woelen en gereduceerde grondbewerking zonder woelen. Vanaf 2018 wordt ook de variant ondiep ploegen in het voorjaar meegenomen. De proeven zijn niet beregend om de invloed van de grondbewerking op de gewasgroei onder stress te kunnen beoordelen. Voor de gevoeligste gewassen, zaaiuien en aardappelen, is na de eerste regen in augustus de beworteling beoordeeld. Zaaiuien laten grootste verschillen zienDe opbrengst van zaaiuien was bij gereduceerde grondbewerking kleiner dan bij traditioneel ploegen. De bewortelingsindex is een kleine 30% lager. Van Balen verklaart dat verschil doordat de onderste laag van de bouwvoor bij een gereduceerde grondbewerking compacter is dan bij geploegde grond.Door de snelle en sterke uitdroging van de bovengrond konden de wortels van uien niet snel genoeg met het vocht meegroeien. In de lossere, geploegde, grond lukte dat nog wel. Aardappelen doen het anders, die beginnen direct bij het kiemen met de vorming van een wortelstelsel en konden daardoor dieper aanwezig vocht beter benutten. De aardappelopbrengsten tussen de verschillende objecten lieten dan ook geen grote verschillen zien. Ook granen en grassen hebben een ander type beworteling dan uien en hebben daardoor geen problemen met een wat compactere grond.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









