‘Initiatieven uit de sector nodig voor redden biodiversiteit’

Han Olff, hoogleraar ecologie. - Foto: Jan Willem van Vliet
Alle neuzen moeten één kant op om de biodiversiteit te redden. Dat zegt Han Olff, hoogleraar ecologie aan de Rijksuniversiteit Groningen.Olff stelt met boeren, natuurorganisaties, het bedrijfsleven en collega-ecologen van het Netherlands Ecological Research Network (NERN) een plan op. Wie zijn er aanwezig?“Tijdens de eerste bijeenkomst is Marc Calon van LTO Nederland namens de boeren aanwezig en Unilever, FrieslandCampina en natuurlijk de natuurorganisaties schuiven aan tijdens de gesprekken. Wetenschappers zijn er om het probleem te duiden; wij gaan helpen uitzoeken wat werkt en wat niet.”Wat wordt er besproken?“Er moet een plan komen dat breed wordt gedragen door de sectoren. Het zou mooi zijn als het plan er dit voorjaar ligt. We hopen dat partijen hun klassieke standpunten laten varen. De natuurorganisaties moeten niet alleen naar de boeren wijzen als het gaat om de verslechterende situatie. Boeren moeten leren dat de natuur ook in hun voordeel kan werken. Zodra ze zich dit realiseren, zijn extra regels en een politieke discussie overbodig.” Han Olff is hoogleraar ecologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. - Foto: Jan Willem van VlietWaarom is dit plan nodig?“Het gaat niet goed met de natuur; minder weidevogels en insecten in natuurgebieden en op landbouwgrond. De landbouw moet groener en duurzamer. Dat willen de consument, de overheid en natuurorganisaties. De terugloop van de biodiversiteit is alarmerend; er zijn in de afgelopen jaren veel soorten verdwenen en er lijkt niets voor terug te komen. Het is vijf voor twaalf voor de natuur. De landbouw heeft hier ook last van; biodiversiteit is ook heel nuttig voor koolstofopslag, bodemvruchtbaarheid en natuurlijke plaagbestrijding.”Wat betekent dit voor boeren?“We zetten in op natuurinclusieve landbouw. Functionele biodiversiteit moet de nieuwe norm worden, realisatie ervan is een taak van ons allemaal. Veel boeren zijn zich bewust van de problemen en willen de natuur een handje helpen, maar ze weten niet hoe en waar te beginnen. Er zijn een aantal innovatieve koplopers waar anderen van kunnen leren. Bijvoorbeeld minder diep ploegen; hierdoor krijgt de bodem meer rust en is er minder bemesting nodig. Heel simpel eigenlijk, maar dit soort initiatieven zijn heel waardevol.”‘Goed voor de natuur zorgen betekent niet dat een bedrijf niet rendabel kan zijn’Is dit ook rendabel?“Goed voor de natuur zorgen betekent niet dat een bedrijf niet rendabel kan zijn. Er moet opnieuw worden nagedacht over verdienmodellen. Het steeds vergroten van de productie is niet houdbaar. Boeren kunnen op een andere manier hun geld gaan verdienen, de mogelijkheden zijn er. De consument vraagt steeds meer naar duurzame producten, mensen willen graag weten waar hun voedsel vandaan komt. Producenten kunnen hierbij helpen en meedenken. Met duurzame producten is winst te behalen voor boeren. Lokale producten hebben een meerwaarde, als de consument weet dat de producent bijdraagt aan het landschap en de natuur. Hierbij zijn de voedselverwerkingsbedrijven van belang; zij moeten de consument laten weten hoe het werkt.Er liggen geen kant-en-klare oplossingen, die moeten de sectoren zelf aandragen. Bovendien hoeft het niet in een paar jaar te worden gerealiseerd, dat kan ook niet. Maar er is geen tijd om achterover te leunen.”Lees ook: Landbouw en natuurorganisaties in gesprek over biodiversiteit
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









