Infectiedruk aviaire influenza hoogst bij jonge wilde vogels

Wilde watervogels worden zelf nauwelijks ziek van griepvirussen. In combinatie met andere ziekteverwekkers kan het virus echter de vogels wel zwakker maken, suggereert onderzoek van de Universiteit Utrecht.Verspreiding van het laagpathogene vogelgriepvirus (H5N3) bij wilde watervogels is het hoogst in jonge dieren en dieren die zich veel in zoetwater ophouden. Dit blijkt uit nieuw onderzoek van Bethany Hoye van de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht.
Het is bekend dat wilde vogels een rol hebben in de verspreiding van het vogelgriepvirus. In 2005 werd groot alarm geslagen nadat de hoogpathogene variant van het vogelgriepvirus in grote getale werd aangetoond in wilde vogels in Azië.
Het begin van een uitbraak op een pluimveebedrijf kan mogelijk veroorzaakt worden door wilde eenden of andere watervogels die over een boerderij vliegen en daarbij besmette uitwerpselen laten vallen. Vooral bij pluimveedrijven met vrije uitloop vormt dit een risico.
Volgens Hoye dragen wilde watervogels vogelgriepvirussen vaak met zich mee, zonder dat ze klinische verschijnselen vertonen. In haar studie heeft Hoye gekeken naar wilde watervogels uit het Noordpoolgebied en geconcludeerd dat de kans op infectie met een vogelgriepvirus afhankelijk is van een reeks aan soortspecifieke ecologische factoren.
Daarnaast werd onderzocht hoe deze milde ziekteverwekkers het gedrag en de fitheid van hun gastheer beïnvloeden en de gevolgen hiervan voor de epidemiologie van het virus. Het werk bestond uit een combinatie van fysiologische en gedragsobservaties aan vrijlevende vogels en epidemiologische modellen.
De kans op infectie was het hoogst in jonge dieren en dieren die zich veel in zoetwater ophouden. Uit het onderzoek kwam ook naar voren dat geïnfecteerde dieren zich anders gedragen, zich minder voortplanten en minder lang leven dan niet-geïnfecteerde dieren. Dit heeft weer gevolgen voor de epidemiologie van het virus.
Voor het onderzoek werden ook vogels opzettelijk geïnfecteerd. Deze dieren toonden opmerkelijk genoeg geen nadelige gevolgen onder natuurlijke omstandigheden.
Dit suggereert een zekere mate van vatbaarheid voor infectie met een vogelgriepvirus en de mogelijkheid dat natuurlijke infecties gepaard gaan met co-infecties die de dieren zwakker maken. De resultaten van het project onderstrepen de invloed van de ecologie van gastheren op de epidemiologie van ziekteverwekkers evenals de rol die ziekteverwekkers spelen in de ecologische afwegingen die potentiële gastheren moeten maken.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses








