Hordijk: geen sprake van toetsen van eigen werk

Foto: ANP
Een commissie van onafhankelijke deskundigen gaat kijken naar de meet- en rekenmethoden die worden gebruikt voor het stikstofbeleid. De econometrist Leen Hordijk is door landbouwminister Carola Schouten vergezocht om leiding te geven aan die commissie.Hordijk is al voordat hij aan de klus begint omstreden. Hij zou, zo is de suggestie, zijn eigen stikstofwerk gaan toetsen, omdat hij in het verleden bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) betrokken zou geweest bij het OPS-model dat aan de basis ligt van Aerius. Aerius is het model dat wordt gebruikt om de stikstofdepositie in natuurgebieden te berekenen.Integreren van kennisHordijk werkte volgens zijn eigen LinkedIn-profiel van 1987 tot 1991 bij het RIVM. Op de vraag of hij zijn eigen stikstofwerk gaat toetsen antwoordt Hordijk per email: “In mijn jaren bij het RIVM heb ik niet gewerkt aan een transportmodel voor luchtverontreiniging. Dat geldt ook voor OPS. Ik ben van oorsprong econometrist en heb mij vooral gericht op het integreren van kennis via modellering. (...) Wel heb ik in die jaren zoveel van modellen als OPS geleerd en begrepen dat ik met een gerust hart een commissie zal voorzitten waarin experts op het gebied van transportmodellen van luchtverontreiniging zitten. Van het beoordelen van eigen werk is dus geen sprake.”Internationale commissiesHordijk legt uit dat hij in de afgelopen twee decennia in veel internationale commissies heeft gezeten die onderzoek moesten beoordelen. “Onder andere in de VS, Finland, Zwitserland, Zweden, Verenigd Koninkrijk en China. Ik hoop die uitgebreide internationale ervaring nu in Nederland te kunnen inzetten.”Europese database voor de emissies van stikstofoxidenHoogleraar Hordijk heeft in de jaren tachtig (februari 1984 tot december 1987) gewerkt voor het International Institute for Applied Systems Analysis (IIASA) in Oostenrijk. Hij hield zich bezig met het opzetten van een model voor het zureregenprobleem. “In mijn tijd zat alleen zwaveldioxide in dat model; na 1990 zijn achtereenvolgens stikstofoxiden en ammoniak toegevoegd. Dat model, RAINS genaamd, is eerst bij de Verenigde Naties in Genève gebruikt voor het onderbouwen van internationale afspraken over de vermindering van de uitstoot van zwaveldioxiden, stikstofoxiden en ammoniak. In latere jaren heeft ook de Europese Commissie het model gebruikt. Zelf heb ik in die jaren in internationaal verband een bijdrage geleverd aan het maken van een Europese database voor de emissies van stikstofoxiden.”Vanuit zijn positie als hoogleraar aan Wageningen Universiteit in de jaren negentig werkte hij mee aan de ontwikkeling van het RAINS-model, met name voor Azië.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









