Hoe meer (gratis) data hoe beter

Foto: Peter Roek
Combineer je trekkerdata met het gps-signaal en er gaat een wereld (aan data) voor je open. Gratis data die je naast andere data zoals bodemscans en satellietbeelden kunt leggen. Want, hoe meer hoe beter.Bij grote en ook minder grote Nederlandse en internationale bedrijven zijn data een onmisbaar onderdeel van het verdienmodel geworden. Menig bedrijf heeft van het verzamelen en verkopen van data zelfs een kernactiviteit gemaakt. Data geven niet alleen kennis, inzicht en macht, maar leveren ook gewoon keiharde euro’s op. Ook in de landbouw, door toenemende automatisering en steeds vaker 24/7-connectiviteit.Tijdens elke bewerking verzamelt een trekker gratis en voor niets waardevolle data, zoals brandstofverbruik en benodigd vermogen. Vooral grondbewerkingen en zaaien en poten leveren nuttige data op. - Foto: Peter RoekTrekkers en machines zijn soms al continu ‘connected’ en sturen hun data bijvoorbeeld naar cloud-omgevingen van fabrikanten. In het kader van service en preventief onderhoud en ‘track and trace’, maar ook steeds meer voor gebruiker- en perceelgerelateerde of bedrijfsgerelateerde gegevens voor verdere verwerking tot perceelkaarten. Vaak betaal je als boer dan voor de opslag, analyse en verwerking van jouw eigen data en dat is iets dat in toenemende mate weerstand oproept. Dat geldt ook voor het niet precies weten, ondanks privacywetgevingen zoals AVG en GDPR, wat met de data gebeurt. Mede hierdoor ontstaan overal ter wereld initiatieven en oplossingen om dataverzameling, -beheer en -verwaarding in eigen hand te nemen. Dat gaat steeds eenvoudiger en concreter. Data zijn niet langer ‘nice to have’, maar ‘need to have’.Trekkerdata: gratis en voor nietsHoe meer data je hebt, hoe betrouwbaarder je informatie doorgaans wordt. Zeker als je bezig bent met precisielandbouw of smart farming en plaatsspecieke informatie verzamelt en nodig hebt. Dat begint vaak met opbrengstmeting om zo inzichtelijk te krijgen wat je aan opbrengsten (en inkomsten) binnenhaalt en waar je de opbrengstpotentie van de bodem onvoldoende benut. Akkerbouwer en loonwerker Daniël Cerfontaine ziet opbrengstmeting zelfs als allerbelangrijkste data: “De opbrengst, dat is de kroon op je werk en waar je als akkerbouwer je brood mee verdient.”Elke extra datalaag voegt waarde toe. Perceels- en gewasinformatie en ook weers- en neerslaginformatie. Informatie waarvoor je met machines, werktuigen en sensoren data verzamelen kunt. Het besef dat ook de trekker tijdens elke bewerking waardevolle en bovendien gratis data verzamelt, dringt bij steeds meer boeren, met name akkerbouwers en ook loonwerkers, door. Het daaraan koppelen van gps-coördinaten geeft bovendien ook plaatsspecifiek inzicht. En dat blijkt steeds eenvoudiger om te doen.Daniël Cerfontaine, Loon- en akkerbouwbedrijf Cerfontaine, Berg en Terblijt (L.)Daniël Cerfontaine verzamelt veel data maar kan er nog te weinig mee. - Foto: Peter RoekDaniël Cerfontaine ziet opbrengstmeting als belangrijkste instrument als het gaat om plaatsspecifieke dataverzameling. “De opbrengst, dat is de kroon op je werk en waar je als akkerbouwer je brood mee verdient. Daarom vind ik dat de belangrijkste data. Alle andere plaatsspecifieke en teelttechnische informatie en voertuiginformatie zijn ook interessant, zeker als je die data gewoon ‘gratis’ continu automatisch kunt verzamelen.” Voor de loonwerkactiviteiten wil het bedrijf hiermee meer inzicht krijgen in zaken als variatie in brandstofverbruik, effectieve uren en productiviteit en voor het akkerbouwbedrijf hoopt hij een mogelijk verband te kunnen leggen tussen de benodigde trekkracht (bij grondbewerkingen) en de bodemstructuur.“Ik wil graag zoveel mogelijk data beschikbaar hebben om op basis daarvan uiteindelijk objectieve beslissingen te kunnen nemen. Nu kan dat nog niet, vind ik. Er wordt nog teveel gewerkt op basis van onderbuikgevoelens. Het is de kunst om die gevoelens in concrete en gevalideerde cijfers uit te drukken. Dat geldt overigens ook voor data. Die zijn nog te onbetrouwbaar en te weinig gevalideerd en geobjectiveerd. Ze leveren nog te weinig echte stuurdata op om mijn beslissingen op te baseren. Ik kan nu nog te weinig met alle data die we verzamelen.”Cerfontaine ziet wel mogelijkheden om op basis van trekkrachtmetingen uitspraken te kunnen doen over de variatie in bodemstructuur en als die er niet of weinig is bijvoorbeeld geen bodemscans uit te laten voeren. “Hoe meer data hoe beter, maar het leggen van correlaties en verbanden is mijn inziens cruciaal en echt een taak voor data-analisten. Laat hen de data analyseren, laat agronomisten de informatie vervolgens interpreteren, waarna ik er als akkerbouwer en loonwerker mee aan de slag kan om al dan niet een teeltinterventie te plegen.”Kabel of kastjeIn de nieuwste trekkers zijn gps-systeem, voertuigelektronica (Canbus/Isobus) en de elektronische aansturing van machines en werktuigen steeds vaker geïntegreerd en komen voertuig-, perceel- en werktuigdata samen in een terminal die de data verwerkt en opslaat. Heb je een trekker of voertuig waarbij het gps-systeem of de stuurautomaat losstaat van de trekkerterminal, dan kun je de trekkerdata niet zomaar koppelen aan gps-coördinaten en als zodanig opslaan. Dat kan wel als je beide met een kabel verbindt. Via een zogenoemde NMEA-kabel, die per merk gps en merk trekker kan verschillen, voorzie je de trekkerterminal relatief goedkoop en eenvoudig van gps-coördinaten. Hiermee kun je voertuigdata zoals brandstofverbruik, benodigd motor- en aftakasvermogen, hef- en trekkracht en rijsnelheid plaatsspecifiek in kaart brengen.Gratis data die je hoe dan ook tijdens bewerkingen verzamelt en die vooral veel zeggen over bodemtoestand en -structuur en die aanvullende informatie geven ten opzichte van bodemscans, opbrengstmetingen en satellietbeelden. Hoe meer data, hoe beter en hoe betrouwbaarder en je kunt er beter verbanden mee leggen, conclusies mee trekken, zaken mee uitsluiten en beslissingen mee nemen. Datacommunicatie gaat ofwel per USB-stick, maar ook steeds vaker draadloos via 4G, bluetooth of wifi.Op dat vlak zijn er wereldwijd verschillende initiatieven en oplossingen, zoals het Duitse ISOconnect en 365Farmnet, het Amerikaanse ISOBlue en Climate FieldView en ook Nederlandse initiatieven, zoals Dacom Cloudfarm, dat onder meer samenwerkt met Mechan Groep en John Deere. Maar er zijn ook merkonafhankelijke initiatieven die niet gelieerd zijn aan bestaande marktpartijen, zoals Agrobox van FARM24 en een Nederlandse ISOBlue-variant van Trekkerdata.nl. De openheid die trekkerfabrikanten moeten geven over de data op de Canbus/Isobus van de trekker in het kader van de Europese vrijgave van zogenoemde Repair en Maintenance Information (RMI), helpt om die data te kunnen lezen en (draadloos) te kunnen versturen.Lees verder onder de foto.De Nederlandse versie van het ISOBlue ‘dataverzamelkastje’ van akkerbouwer Derk Gesink. De stekker gaat in de diagnosestekker van de trekker. - Foto: Jan Willem van VlietAgrobox en ISOBlue zijn beide compacte kastjes die via de diagnosestekker van de trekker data ‘aftappen’ van de Canbus/Isobus en die vervolgens continu via 4G draadloos versturen naar een cloud-omgeving. Sinds kort is een aantal akkerbouwers en loonwerkers aan het testen met deze oplossingen, maar de meesten willen en kunnen nog weinig kwijt over hun ervaringen en resultaten ermee. Zij, en de gebruikers die hun ervaringen in dit artikel delen, zien wel veel potentie in het verzamelen en beheren van zoveel mogelijk data, hoewel validatie en externe invloeden zoals op- of terugschakelen bij bijvoorbeeld ploegen, roet in de data kunnen gooien.Derk Gesink, akkerbouwer, Mensingeweer (Gr.)Derk Gesink wil merkonafhankelijk, eenvoudig en gratis data opslaan. - Foto: Jan Willem van VlietDerk Gesink wilde naast alle activiteiten die hij zelf en enkele collega’s in het kader van hun samenwerking aGroFuture op het gebied van precisielandbouw ontplooien, meer halen uit de data die hij bij elke bewerking met zijn trekkers verzamelt. “Maar dan niet via een trekkerfabrikant of softwareaanbieder en via een maand- of jaarabonnement, maar gewoon zelf en (nagenoeg) gratis zonder dat die data ergens ver weg wordt opgeslagen en verwerkt in een cloudomgeving. Ik wilde iets merkonafhankelijks waarbij ik bovendien bepaal wat er met de data gebeurt.” Samen met collegateler Pieter van Maldegem kwam hij op het spoor van het zogenoemde ISOBlue-kastje ontwikkeld door de Amerikaanse Purdue Universiteit. “Er zitten gewoon standaard en niet te dure modules in en een modem met simkaart. Je sluit het kastje aan op de diagnosestekker van elke willekeurige trekker en vanaf dat moment verstuurt het continu draadloos via 4G alle data die de trekker op de Canbus zet, inclusief gps-coördinaten. Kunnen we de codes op de Canbus niet ontcijferen, dan passen we reverse engineering toe. Denk dan aan het bedienen van de hef en bekijken welke datastroom dat op de Canbus oplevert.”Gesink wil de verkregen data onder meer koppelen aan zijn opbrengstmetingen, maar heeft de hoogste verwachtingen van de data die grondbewerkingen opleveren. “De ploegweerstand bijvoorbeeld, die is een maat voor de zwaarte van de grond. Daar heb ik niet per se dure bodemscans voor nodig. Je moet dan wel oppassen dat je niet op- of terugschakelt, want dan is de data niet meer betrouwbaar. Een leuke bijkomstigheid is dat het ISOBlue-kastje als hotspot een lokaal wifinetwerk op kan zetten voor bijvoorbeeld je tablet met teeltregistratiesoftware en je kunt het gebruiken om op afstand mee te kijken wat er op de Canbus gebeurt.”Chris van de Lindeloof, Akkerbouwbedrijf Doorenburg, Hoeven (N.-Br.)Chris van de Lindeloof vindt vooral brandstofefficiëntie interessant. - Foto: Peter RoekNadat hij in 2012 startte met het gebruik van gps, stuurautomaat, sectieschakeling en ploegbesturing, raakte akkerbouwer Chris van de Lindeloof in 2015 geïnteresseerd in het verzamelen van trekkerdata. “Tijdens een open dag op een universiteit hoorde ik een professor vertellen over de (toekomstige) waarde van big data en in welke mate die data al op vrachtauto’s van de Canbus worden afgetapt en dat zette mij aan het denken. Samen met dealer Hamoen Tractoren zijn we toen naar een oplossing gaan zoeken voor onze trekkers.”Van de Lindeloof sloot zijn gps-systeem aan op de AFS-terminal van zijn Case IH trekker om zodoende het NMEA-signaal ook te kunnen koppelen aan de trekkerdata. Sindsdien wordt naast gps-data, zoals hoogte en positie, een veelvoud aan data plaatsspecifiek geregistreerd. “We verzamelen zodoende 8 soorten data, maar het meest interessante zijn de brandstofefficiëntie (fuel economy) en hoogte bij grondbewerkingen. Brandstofefficiëntie is een maat voor de structuur en de toestand van de bodem. En dat is voor ons heel interessant, omdat ons bedrijf uit zeer bonte percelen bestaat. De grond varieert van zand tot 20-25% afslibbaar.”Van de Lindeloof ziet duidelijke overeenkomsten tussen de bodemdata op basis van de brandstofefficiëntie van de trekker tijdens ploegen en rotorkopeggen en satellietbeelden. “De spuitsporen haal je er zo uit en ik maak er al een aantal seizoenen met succes taakkaarten mee voor variabele toediening van bodemherbiciden, het zaaien van tarwe en het strooien van kunstmest. Ik weet dat je met een bodemscan ook andere data verzamelt, zoals de pH, maar de data die ik verzamel zijn gratis. En omdat ik bij elke bewerking data verzamel, is het geen momentopname met 1 perceelkaart als resultaat en daar wordt mijn dataset telkens betrouwbaarder van. Je moet als boer niettemin wel kritisch blijven en goed op blijven letten, vind ik.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









