Halvering export fokvaarzen verwacht

Foot: Koos Groenewold

Foot: Koos Groenewold


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

De export van Nederlandse fokvaarzen is geen sinecure. Ondanks Europese regelgeving voelen exporteurs zich benadeeld ten opzichte van omliggende landen.Net als de melkveehouders hebben de exporteurs van fokvaarzen enerverende jaren achter de rug. De afschaffing van de melkquotering ging ook aan deze beroepsgroep niet ongemerkt voorbij. Lag het totaal aantal geëxporteerde fokvaarzen in normale jaren rond de 40.000 dieren per jaar, nu stemt een getal boven de 30.000 al tot tevredenheid. Sterker, rond de afschaffing van de melkquotering zaten veel exporteurs met de handen in het haar. Er was simpelweg geen fokvaars meer te vinden en als er al dieren gevonden werden, waren ze flink aan de prijs.Onbekend is of de dieren zijn uitgevoerd voor het leven of slacht, maar aannemelijk is dat het aantal slachtdieren beperkt is. Opvallend is het hoge aantal registraties in de eerste maand van 2017, waarschijnlijk een gevolg van de fosfaatregelgeving. Verschillende exporteurs legden zich toe op de import van melkvee om aan de grote binnenlandse vraag naar melkkoeien te kunnen voldoen. Dat zijn kleine spelers, maar ook een grote partij als Hunland. Vooral uit Duitsland zijn veel koeien deze kant opgekomen. Maar ook uit landen als Denemarken, Frankrijk, Italië en Tsjechië kwamen in de afgelopen twee jaar meer dan 56.000 vrouwelijke dieren van twee jaar of ouder, hier naartoe, zo blijkt uit cijfers van de RVO. Nu is deze hausse al weer even achter de rug en lijkt het erop dat, om aan de fosfaatregels te voldoen, juist weer veel dieren het land uit moeten. In de praktijk blijkt dit nog niet zo makkelijk.‘Goed vee onnodig naar de slacht’Het is voor melkveehouders zoals het er nu uitziet gemakkelijker koeien en jongvee af te voeren voor de slacht dan voor de export, verzucht Erik Gostelie. Het is de veterinair directeur van Vee&Logistiek Nederland een doorn in het oog dat het afstoten van jongvee naar opfokbedrijven niet meetelt in de reductie van het aantal GVE’s op het melkveebedrijf van herkomst. Hij heeft zijn beklag bij verschillende betrokken organisaties gedaan en verwacht dat men hiermee rekening zal houden, al zijn de eerste signalen niet positief.Veel tijd om bij de pakken neer te zitten, hebben de exporteurs echter niet. De vraag vanuit met name derde landen trekt vanaf de start van het veeverbeteringsjaar flink aan. Vooral Rusland en de Maghreb-landen, het noordwestelijk deel van Afrika, zijn back in business. Opvallend is dat de export naar Rusland ook voor het aantrekken van de markt afgelopen herfst, goed is blijven lopen. De Russen investeren, mede vanwege de Europese boycot, stevig in de eigen sector. Van september tot en met december werden op basis van afgegeven exportcertificaten al meer dan 10.000 dieren geëxporteerd naar dit land. Rusland blijft veruit de belangrijkste exportbestemming voor Nederlands fokvee.Vee&Logistiek Nederland geeft aan dat de lijst met bestemmingslanden onbetrouwbaar is gebleken. In ieder geval moet een correctie worden toegepast van 10% voor exporten die achteraf niet doorgegaan zijn. Daarbij zijn exportcertificaten niet altijd nodig. Zowel de exporteurs als fokkerijorganisatie CRV kunnen het hoge aantal afgegeven certificaten voor Roemenië niet verklaren.In het aantal afgegeven exportcertificaten springt ook Roemenië als bestemming eruit. Vriend en vijand zijn het er echter over eens dat dit cijfer niet kan kloppen. CRV kan geen reden bedenken en ook exporteurs als Hunland, Firma Schaap, Multi Dairy Livestock en De Keizer Vee kunnen dit cijfer niet verklaren. Probleem is echter dat het de sector, sinds het wegvallen van de productschappen, ontbreekt aan betrouwbare statistiek. Het totaal aantal geëxporteerde dieren lijkt redelijk te kloppen, maar wat betreft de bestemmingen is er duidelijk ruis. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) laat weten geen cijfers te willen geven. RVO.nl is wel behulpzaam en komt met een overzicht op basis van de I&R-gegevens van vrouwelijke dieren tussen de een en 2,5 jaar oud. Oranje tintje aan Duitse exportLos van administratieve vraagtekens vertellen de Nederlandse exportcijfers sowieso niet het hele verhaal. Vanwege de relatief strenge Nederlandse exportregels, werken de meeste Nederlandse exporteurs met vestigingen in het buitenland. Aan de flinke stijging van de Duitse export van fokvaarzen in de afgelopen jaren zit dan ook een oranje tintje, al zijn exacte aantallen niet te geven.
Henk van Dommelen controleert de aanwezige drachtige fokvaarzen in zijn exportstal in Woerden (Utrecht). De 400 dieren van Multi Dairy Livestock gaan eind februari op transport richting Algerije. - Foto: Koos GroenewoldVan Dommelen beschikt over een exportverzamelplaats voorzien van vijf epidemiologische eenheden en een melkstal. De verzamelplaats heeft een capaciteit van 500 stuks grootvee. - Foto: Koos GroenewoldDit alles geeft, niet voor het eerst, te denken over het Europees en daaraan gekoppelde nationaal beleid. Exporteurs in Nederland hebben het idee dat ze steeds meer worden tegengewerkt. Ze dringen er al langere tijd op aan om, in plaats van de klepkeuring, de stalkeuring weer in te voeren. Ook zouden ze graag zien dat de preventieregeling wordt versoepeld. Probleem is verder dat het verbod op het preventief toedienen van antibiotica de exporteurs dwarsboomt. Ontvangende landen kunnen met dit soort regels simpelweg niet uit de voeten. Gostelie noemt als voorbeeld de Turkse eis om runderen preventief te behandelen met oxytetracycline, een middel tegen leptospirose. De Nederlandse overheid geeft aan dat dit bij de wet verboden is, dus gaat er vanuit Nederland geen fokvee naar Turkije, terwijl een land als Duitsland wel volop naar dit land exporteert. 'Nederland wordt afmelkstaat'“In feite dreigen we langzaam af te zakken naar een afmelkstaat.” Gostelie ziet het steeds vaker om zich heen. Een aantal exporteurs onderschrijft zijn visie. Anderen denken dat het zo’n vaart niet zal lopen. Tot op heden stonden vooral Engeland en Spanje bekend als landen die vragen om melkgevende dieren. Maar nu lijken ook steeds meer Nederlandse melkveebedrijven hun jongveeopfok naar het buitenland te verplaatsen of melkgevende dieren aan te kopen van een jongveeopfokker. Dit fenomeen an sich is niet nieuw, maar vanwege de fosfaatregels kan deze werkwijze wel eens een grote groep navolgers krijgen. Nederlandse melkveebedrijven lijken hun jongveeopfok naar het buitenland te verplaatsen of melkgevende dieren aan te kopen van een jongveeopfokker Vooral voor bedrijven die afgelopen jaren beperkt geïnvesteerd hebben kan het een interessante optie zijn, zo geeft exporteur Marco de Keizer aan. Zij hoeven de stal maar beperkt aan te passen om voortaan alleen nog maar verse koeien te gaan melken. Duidelijk is dat veehouders inventief zijn in het zoeken naar oplossingen. Exporteurs en importeurs zoeken naar nieuwe wegen om deze melkveehouders te kunnen faciliteren. Schaal is hierbij een sleutelwoord. Op een vrachtwagen zitten al snel 35 vaarzen of 50 tot 60 pinken. Samenwerking tussen verschillende melkveebedrijven lijkt noodzakelijk om opfok in het buitenland rond te kunnen rekenen.Verlies aan genetische innovatie dreigtWaar Gostelie ook voor vreest is het verlies aan genetische innovatie. Nederland loopt volgens hem nog steeds voorop wat betreft genetische selectie en hoogwaardig genetisch geadapteerde melkkoeien. Maar als de huidige ontwikkelingen doorzetten, die leiden tot een forse daling van het aantal stuks jongvee, kan dat wel eens snel afgelopen zijn. Wat daarbij niet helpt is dat een deel van het vee ook nog eens wordt geïnsemineerd met Belgisch Blauw, al kunnen exporteurs de rekensom die veehouders maken prima volgen. Bas van der Heiden, directeur Hunland, legt uit dat zij zelf ook jongvee opfokken en echt wel inzien dat een fokvaars eigenlijk meer dan €1.000 zou moeten opleveren. Maar de prijs wordt gemaakt op de wereldmarkt, zo stelt hij. Meer betalen dan de huidige € 850 of € 900 is op dit moment volgens hem gewoon niet rond te rekenen.Nederlandse export halveertLeuk of niet, duidelijk is dat het aanbod geschikt voor export zienderogen afneemt. Deze trend was al een tijdje zichtbaar, maar nu lijkt iedereen het erover eens. De export van fokvaarzen komt niet meer op zijn oude niveau. Exporteurs gaan uit van een halvering, ofwel 20.000 fokvaarzen per jaar. Om hun klanten verder te kunnen bedienen, moeten ze uitwijken naar landen als Duitsland en Denemarken. Of, als het om grotere spelers gaat, naar de Verenigde Staten en Zuid-Amerika. Steeds meer Nederlandse exporteurs richten zich op een full-serviceaanpak, met succesIs de toekomst van de Nederlandse exporteurs dan alleen maar gitzwart? Zeker niet. Steeds meer Nederlandse exporteurs richten zich op een full-serviceaanpak, en niet zonder succes. "We doen veel meer dan alleen maar een paar vaarzen achter de deur schuiven", zo licht een exporteur toe. Dat varieert van goede nazorg tot hulp bij de opzet van een compleet melkveebedrijf. Op deze manier proberen de exporteurs een deel van de ooit vermaarde exportpositie van Nederland te behouden.
Stalmedewerker Jochem van de Bunt voorziet de fokvaarzen van vers stro. Het gaat om 400 vaarzen van export bedrijf Multi Dairy Livestock uit Berkel-Enschot. De dieren zijn bestemd voor een afnemer in Algerije. Transport staat gepland voor eind februari. - Foto's: Koos GroenewoldDe fokvaarzen staan 30 dagen in quarantaine, verdeeld over 4 epidemiologische eenheden van de Export Verzamelplaats van Henk van Dommelen in Woerden. De eisen die aan deze eenheden worden gesteld zijn streng. Zo moeten de wanden volledig dicht zijn en moet er worden geventileerd via de nok. De stallen kunnen worden verwarmd met behulp van een ventilator en warmtekanon. In de praktijk is dit eigenlijk alleen nodig bij het verzamelen van jongvee.Een medewerker van de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA) houdt een oogje in het zeil tijdens de klepkeuring. Het gaat om 35 fokvaarzen van veehandelsbedrijf De Keizer Vee, die eveneens in de stallen van Van Dommelen zijn ondergebracht. De bestemming van deze vaarzen is Engeland. De vee-exporteurs lobbyen al lange tijd voor een terugkeer van de stalkeuring, maar zover is het nog niet. Het embleem op de jas van de NVWA-medewerker suggereert dat hij werkt voor Vion. Dat is echter niet het geval. Van Dommelen had de jassen nog liggen en is verplicht kleding beschikbaar te stellen aan de controleur.Henk van Dommelen (jr) en vriendin Pia Anderson sluiten de klep van de zogenoemde Cattle Cruiser. De wagen telt twee verdiepingen en is geladen met de fokvaarzen voor Engeland. De wagen is voorzien van diverse voorzieningen als drinkbakken, likblokken en een klimaatsysteem. Voor het laden zijn de vloeren van de Cattle Cruiser voorzien van een dikke laag stro.Deze vracht gaat met de veerboot vanuit Hoek van Holland naar Groot-Brittannië. De totale reis beslaat zo’n 26 uur, waarvan 11 uur op de veerboot. Tijdens de overtocht worden de vaarzen voorzien van vers hooi en water. De vraag naar langdrachtige dieren vanuit Engeland stond een tijd lang op een laag pitje, maar lijkt nu weer wat aan te trekken.Alle exporteurs onder dak bij Vee&Logistiek NederlandPer 1 januari zijn Veepro Holland en Exportnet bij Vee&Logistiek Nederland ingetrokken. Officieel gaat het om een fusie, maar duidelijk is dat de activiteiten worden voortgezet onder de vleugels van Vee&Logistiek Nederland. Door bundeling van krachten kan de belangenbehartiging richting leden beter en efficiënter worden ingericht. Daarbij bevinden zich nu alle ‘serieuze’ exporteurs van fokvaarzen, zo’n 27 in aantal, kleine spelers incluis, onder één dak. Alle leden-exporteurs betalen naast hun lidmaatschap voortaan €3 per geëxporteerd dier aan contributie. De naam Veepro Holland verdwijnt trouwens niet geheel. Er is binnen Vee&Logistiek Nederland onder genoemde naam een nieuwe sectorcommissie opgericht die de belangen van de exporteurs moet behartigen. De commissie kent een brede vertegenwoordiging vanuit de export- en fokkerijwereld. Naast deze commissie zijn de exporteurs ook voornemens de stichting Veepro Holland in de lucht te houden. Doel is promotie van de Nederlandse melkveehouderij in het buitenland en inzet voor goede doelen.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.