Grote ambities met nieuw type mestverwerker

Een luchtfoto van de DFS-installatie in Spanje. - Foto: DFS
Een nieuw type mestverwerker doet zijn intrede op Nederlandse veebedrijven. De troef van de ambitieuze ontwikkelaar Dutch Farmers Solutions is: verlaging van emissies. Keerzijde: de stikstof ben je kwijt als meststof. Zes installaties staan nu op stapel. Het doel: 1.500.Een nieuwe speler in de mestverwerking met een voor Nederland nog niet zo bekend procedé en een nieuw bedrijfsmodel. Vrijdag 26 juni was de aftrap van de bouw van een verwerker van Dutch Farmer Solutions (DFS) bij varkenshouderij Van Leeuwen in Nederweert-Eind.Deze intensieve samenleving heeft intensieve veehouderij nodigVleesvarkenshouder Aad van LeeuwenDe ondernemers achter het nog jonge DFS begonnen pas in 2017 in de mestverwerking. Ze bouwden eerst een proefinstallatie in Spanje. Nu willen ze hun concept uitrollen over Nederland, in de varkens- en rundveehouderij. Bedoeling is bij vier varkens- en twee rundveebedrijven te beginnen. Daar doet TNO een jaar rond metingen, waarvan de resultaten moeten helpen de vergunningverlening van volgende projecten te vergemakkelijken. Drijfmest snel verwerkenOmdat ammoniak vooral ontstaat als urine en mest samenkomen, is een belangrijke eerste stap: drijfmest zo snel mogelijk uit de stal naar de mestscheider. De gemiddelde verblijftijd van de mest in de mestkelder vermindert bij Van Leeuwen van drie weken nu naar straks minder dan een week. De bestemming van de dikke fractie is nog niet bekend, aldus Arjan van Leeuwen. “Dat hangt af van waar vraag naar is. Wie weet gaan we wel korrels voor China maken.” De verwerking van de dunne fractie – waar 80% van de stikstof uit de drijfmest in terechtkomt – is hoofdzakelijk ‘biologisch’, ofwel met behulp van micro-organismen. Deze verwerking bestaat uit verschillende stappen, waarbij ook belucht wordt. Op dat moment vindt denitrificatie plaats. De stikstof ontsnapt dan als niet-reactief stikstofgas naar de buitenlucht. Omgekeerde osmose en ultrafiltratieAan het eind van het proces vinden omgekeerde osmose en ultrafiltratie plaats. De nog resterende zwevende deeltjes en de opgeloste mineralen zoals kalium worden er dan uitgehaald. Wat resteert zijn een (stikstofvrij!) mineralenconcentraat en loosbaar water. De verhouding (gewicht): 15% dikke fractie, 30% mineralenrijke oplossing en de rest loosbaar water (interactie met de atmosfeer niet meegerekend). Ruim de helft van het oorspronkelijke volume blijft dus over als loosbaar water. Van Leeuwen gaat dat deels gebruiken om de mestput te spoelen. Wat uiteindelijk als geloosd wordt, komt in de sloot naast het bedrijf terecht, en kan ofwel het grondwater aanvullen of misschien als beregeningswater dienen. Lagere emissiesDe mestverwerking op het erf scheelt allereerst al veel (water)transport. Dat scheelt in verbruik van brandstof, en dus uitstoot van CO2 en NOx. De snelle verwerking van de drijfmest vermindert verder de vorming van methaangas, ammoniak en het broeikasgas lachgas in de mestput. Bijkomend voordeel is een betere luchtkwaliteit in de stal. Veel mestverwerkingsinstallaties produceren ook biogas. Dat komt in dit verhaal niet voor. Van Leeuwen ziet er geen heil in. Hij heeft geen behoefte aan de restwarmte en ziet levering van groen gas niet zitten. Bovendien heb je voor rendabele vergisting ook meestal covergisting nodig en daar komt nogal wat bij kijken. Technisch gesproken kan dit systeem van mestverwerking wel samen met vergisting.Stikstof uit de kringloopEr is ook een ‘maar’ aan dit concept. 80% van de stikstof in de drijfmest komt terecht in de dunne fractie, maar niet in het eindproduct terecht, zoals bij veel andere mestverwerkers. De stikstof verdwijnt naar de atmosfeer als stikstofgas (N2). Dat is weliswaar onschadelijk voor het milieu, maar deze stikstof is wel onttrokken aan de stikstofkringloop. Voor de mestboekhouding van het bedrijf is dat overigens geen probleem. De fosfaat belandt voor het overgrote deel in de dikke fractie. De afvoer van stikstof naar de lucht in de vorm van N2 is volgens DFS geen probleem vanuit de regelgeving. Mestverwerkingsdeskundige Jan Pijnenburg van DLV beaamt dat, mits de administratie ten aanzien van de N2-afvoer naar de lucht goed op orde is, dit geen probleem hoeft te zijn. Hiertoe moet een een sluitende en controleerbare administratie gevoerd worden. Volgens hem is er in Nederland een tiental mestverwerkers die met beluchting werken. Nieuw zakelijk modelDe kosten zijn volgens DFS als volgt. Nu is Van Leeuwen tot wel € 25 kwijt per kuub mest kwijt voor afzet en verwerking. Arjan van Leeuwen en DFS-directeur Oscar van Leeuwen zeggen dat straks die kosten onder € 15 kunnen blijven – € 5 voor de dikke fractie en € 9,50 voor de rest. Hierin zijn dan de afschrijving van de installatie, de kosten voor afzet van het mineralenconcentraat en de bijdrage voor DFS inbegrepen.Het concept is niet alleen nieuw wat betreft procédé, maar ook op het gebied van financiering. De veehouder investeert in de mestopslag en neemt de scheiding van de drijfmest uit de stal in dikke en dunne fractie voor zijn rekening. Ook de afzet van de fosfaatrijke dikke fractie regelt de veehouder zelf. De bewerking van de dunne fractie gebeurt voor rekening van DFS volgens het eigen procedé. De veehouder betaalt hiervoor een bedrag per kuub dunne fractie die verwerkt wordt. De totale investering bij maatschap Van Leeuwen in Nederweert bedraagt € 0,5 miljoen, deels bekostigd uit subsidie uit de stikstofgelden – vanwege de lagere emissies. 1.500 veehouders met DFS is 12% minder stikstofemissieDe verwerker bij Van Leeuwen is de eerste van vier installaties van dit type die binnenkort verrijzen op varkenshouderijen. Ook twee rundveebedrijven in Nederland gaan deze mestverwerker neerzetten. DFS claimt dat 12% van de totale stikstofemissie van de veehouderij vermeden kan worden, als 1.500 veehouders zo’n installatie plaatsen.Tekst gaat verder onder de fotoVader Aad en zoon Arjan van Leeuwen hebben een varkensbedrijf in Nederweert-Eind en bouwen een mestverwerkingsinstallatie met DFS. - Foto: Cristel Brouwer/DFSVleesvarkenshouders nemen zelf regieAad (65) en Arjan (37) van Leeuwen in Nederweert-Eind hebben een bedrijf met 10.000 vleesvarkens. Op 100 hectare verbouwen ze korrelmais voor de varkens. Het landgebruik rouleert met akkerbouwers in de omgeving. De maisteelt besteden ze uit aan de loonwerker, de zaaivoorbereiding doen ze wel zelf. De varkens zijn de hoofdtak.
Mengvoer koopt Van Leeuwen amper. Ze mengen alles zelf vanuit los aangekochte voergrondstoffen en bijproducten – 21 verschillende. Ze voegen ook zeoliet toe aan het voer, wat de stikstofefficiëntie zou vergroten. De mest van Van Leeuwen gaat tot nu toe naar verwerker Merenstijn. Dat wordt straks anders, als de verwerking op het eigen bedrijf van start gaat.
Om bezoekers te ontvangen en mensen rond te leiden over het bedrijf en te vertellen over de varkenshouderij, is er een mooi uitgevoerde ontvangstruimte getiteld ‘Ons Boerenerf’. Aad van Leeuwen vertelt daar graag zijn verhaal aan mensen die de sector niet goed kennen: “Deze intensieve samenleving heeft intensieve veehouderij nodig”, is zijn boodschap. Hij doelt vooral op het nuttige gebruik van allerlei reststromen uit de voedingsmiddelenbranche. Hij is groot pleitbezorger van kringlooplandbouw. Zonnepanelen horen daar ook bij.
Mestverwerking gebeurt tot nu toe op afstand, bij Merenstijn. Maar Van Leeuwen neemt ook dit liever in eigen hand. “Ik wilde het bedrijf niet overdragen aan mijn zoon voor het mestprobleem opgelost is”, verklaart hij.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









